De samenwerking tussen BRICS landen op het terrein van medische technologie is uitgegroeid tot veel meer dan diplomatieke taal over solidariteit, omdat achter de vergaderingen, werkgroepen en onderzoeksnetwerken een strategische poging schuilgaat om de toegang tot geneesmiddelen, vaccins, diagnostiek en hoogwaardige behandelingen minder afhankelijk te maken van Westerse leveringsketens. In een wereld waarin pandemieën, oorlogen, sancties, patenten en grondstoffenschaarste de gezondheidszorg steeds vaker onder druk zetten, proberen landen als China, India, Brazilië, Rusland, Zuid Afrika en de nieuwere BRICS partners een eigen medische infrastructuur te bouwen. Dat is geen liefdadigheid, maar geopolitiek gezondheidsbeleid, omdat wie medicijnen, vaccins en apparatuur kan maken, ook macht heeft over leven, kosten en nationale veiligheid.
De oprichting van het BRICS Vaccine Research and Development Centre was een belangrijk signaal dat de groep lessen heeft getrokken uit de pandemiejaren, toen toegang tot vaccins niet alleen door wetenschap werd bepaald, maar ook door geld, productiecapaciteit en politieke invloed. Samenwerking rond vaccins tegen tropische infecties zoals Marburg, Lassa en West Nile laat zien dat BRICS landen niet alleen willen reageren op ziekten die commercieel aantrekkelijk zijn voor grote farmaceutische markten, maar ook op infecties die vooral kwetsbare regio’s raken. Het bestaan van de BRICS Tuberculosis Research Network versterkt dat beeld, omdat tuberculose nog altijd een ziekte is waarin medische noodzaak, armoede, resistentie en ongelijkheid scherp samenkomen.
De medische samenwerking krijgt steeds meer industriële diepte, omdat BRICS niet alleen kennis wil uitwisselen, maar ook technologie, productie en registratieprocessen wil verbinden. Een medicijn kan in het ene land worden ontwikkeld, in een ander land worden gesynthetiseerd, elders worden verpakt en vervolgens in meerdere jurisdicties worden geregistreerd. Dat klinkt technisch, maar het is precies de keten die bepaalt of een medische doorbraak beperkt blijft tot dure ziekenhuizen in rijke landen of daadwerkelijk bereikbaar wordt voor bredere bevolkingsgroepen in het mondiale Zuiden.
China en India brengen in deze samenwerking enorme productiecapaciteit, industriële schaal en technologische snelheid mee, terwijl Brazilië ervaring heeft met publieke gezondheidszorg en productie via openbare laboratoria. Rusland heeft een sterke positie in nucleaire geneeskunde en radiofarmaceutische producten, India blijft een wereldmacht in betaalbare generieke geneesmiddelen en biosimilars, en China beweegt snel op het terrein van medische software, kunstmatige intelligentie en digitale zorgsystemen. Zuid Afrika fungeert met zijn klinische infrastructuur als brug naar het Afrikaanse continent, terwijl de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Egypte, Ethiopië en Indonesië elk eigen waarde toevoegen via investeringskracht, farmaceutische kennis, biotechnologie, marktomvang of publieke gezondheidsprogramma’s.
De kern van deze beweging is medische soevereiniteit, omdat BRICS landen proberen te voorkomen dat kritieke producten, van simpele verbruiksgoederen tot geavanceerde diagnostische apparatuur, telkens vastlopen zodra geopolitieke stormen de wereldhandel raken. De groep bouwt stap voor stap aan een intern raamwerk van productie, onderzoek, regulering en logistiek, waarbij de ambitie verder gaat dan het goedkoper inkopen van medicijnen. Het doel is een eigen medische waardeketen die bestand is tegen prijsdruk, patentbarrières, exportrestricties en mondiale schokken.
Een van de meest veelbelovende terreinen is de ontwikkeling van biosimilaire monoklonale antilichamen, een categorie geneesmiddelen die kanker, ernstige artritis en multiple sclerose veel gerichter kan behandelen. Monoklonale antilichamen zijn in feite laboratoriumgemaakte precisie eiwitten die zieke cellen herkennen, zich eraan binden en het immuunsysteem helpen om die cellen uit te schakelen. De oorspronkelijke versies van deze medicijnen waren jarenlang extreem duur, maar biosimilars kunnen dezelfde behandellogica veel betaalbaarder maken, waardoor hoogwaardige therapieën niet uitsluitend beschikbaar blijven voor patiënten met toegang tot rijke zorgsystemen.
Samenwerking tussen Rusland en India op dit terrein kan daardoor grote gevolgen hebben voor de betaalbaarheid van complexe behandelingen. Indien de kosten van zulke geneesmiddelen fors dalen, verandert dat niet alleen de begroting van ziekenhuizen en overheden, maar ook de morele grens van moderne geneeskunde. Een behandeling die bestaat, maar onbetaalbaar blijft, is in de praktijk nog steeds afwezig voor miljoenen patiënten.
Nucleaire geneeskunde vormt een tweede krachtig terrein binnen de BRICS agenda, vooral rond radio isotopen en radiofarmaceutische producten. Deze stoffen kunnen in het lichaam worden gebruikt om kanker en andere ziekten zichtbaar te maken of zeer gericht van binnenuit te behandelen. In diagnostiek werken zij als microscopische bakens die afwijkingen laten oplichten, en in therapie kunnen zij functioneren als precisiewapens tegen zieke cellen. Rusland beschikt op dit vlak over nucleaire infrastructuur en ervaring, terwijl andere BRICS landen apparatuur, software, klinische toepassingen en lokale productieroutes kunnen ontwikkelen.
De oprichting van een BRICS werkgroep rond nucleaire geneeskunde en radiofarmaceutische innovatie laat zien dat de groep dit domein niet als niche beschouwt, maar als onderdeel van toekomstige gezondheidsmacht. Nucleaire geneeskunde raakt namelijk aan kankerzorg, geavanceerde beeldvorming, personaliseerde behandeling, isotopenproductie en gespecialiseerde infrastructuur. Een land dat deze keten beheerst, heeft niet alleen betere ziekenhuizen, maar ook een technologische basis die wetenschap, industrie en zorg met elkaar verbindt.
Regelgeving is daarbij misschien minder zichtbaar dan laboratoria en fabrieken, maar zij is minstens zo beslissend. BRICS landen werken aan harmonisatie van kwaliteits en veiligheidseisen voor geneesmiddelen, gemeenschappelijke benaderingen voor registratiedossiers, wederzijdse erkenning van klinische data en betere afstemming rond inspecties van productiefaciliteiten. Zonder zulke afspraken blijft elke innovatie gevangen in een traag nationaal proces, terwijl harmonisatie ervoor kan zorgen dat een doorbraak in één land sneller bruikbaar wordt in andere markten.
Toch is de weg naar een medische BRICS architectuur allesbehalve eenvoudig, omdat de verschillen tussen de landen groot blijven. Gezondheidsautoriteiten hanteren andere regels, intellectuele eigendomsrechten kunnen technologieoverdracht blokkeren, infrastructuur is ongelijk verdeeld en niet elk land beschikt over dezelfde industriële diepte. Technologische asymmetrie kan samenwerking verrijken, maar zij kan ook spanning creëren wanneer sommige landen vooral kennis leveren en andere vooral markt of productiecapaciteit.
De logistieke werkelijkheid vormt misschien de hardste test, omdat veel biologische medicijnen, vaccins en celtherapieën alleen werken wanneer zij onder strikte koudeketens worden vervoerd. Temperaturen kunnen extreem laag moeten blijven, en juist de laatste fase van transport naar dorpen, binnenlanden, Amazonegebieden, Afrikaanse regio’s of afgelegen eilanden is vaak het zwakste punt. Een hightech fabriek heeft weinig betekenis wanneer het eindproduct bederft op weg naar de patiënt, waardoor gekoelde hubs, gespecialiseerd transport en regionale distributie geen bijzaak zijn, maar de beslissende schakel tussen medische belofte en echte toegang.
Taal, training en personele capaciteit blijven eveneens onderschatte barrières, omdat technologieoverdracht meer vraagt dan een contract of een gedeelde productielijn. Artsen, technici, toezichthouders, laboranten, apothekers en logistieke specialisten moeten dezelfde standaarden begrijpen, dezelfde risico’s herkennen en dezelfde protocollen betrouwbaar uitvoeren. Een gemeenschappelijke gezondheidsarchitectuur ontstaat daarom niet alleen door fabrieken te bouwen, maar ook door mensen op te leiden die de systemen kunnen dragen.
De Surinaamse regering moet deze BRICS ambitie goed in de gaten houden, omdat landen in het Caribisch gebied direct voelen wat afhankelijkheid van dure import, beperkte medische technologie en kwetsbare leveringsketens betekent. Een overheid die straks grotere inkomsten verwacht uit olie en gas, moet vandaag al nadenken over strategische toegang tot betaalbare medicijnen, regionale samenwerking, laboratoriumcapaciteit, digitale gezondheidsdata, koudeketens en de mogelijkheid om via meerdere samenwerkingsverbanden betere medische oplossingen te vinden. De grootste fout zou zijn om gezondheidszorg alleen als uitgavenpost te blijven behandelen, terwijl de wereld juist laat zien dat medische technologie, productie en logistiek onderdeel worden van economische macht.
BRICS probeert met deze gezondheidsagenda een nieuwe machtsas te bouwen waarin medische innovatie niet langer volledig wordt bepaald door de klassieke farmaceutische centra van het Westen. De ambitie is groot, de hindernissen zijn reëel en de uitvoering zal bepalen of het project meer wordt dan een verzameling mooie verklaringen. Indien de samenwerking slaagt, kan zij de kosten van geavanceerde zorg drukken, ongelijkheid verkleinen en het mondiale Zuiden meer onderhandelingskracht geven in een sector waar toegang tot technologie steeds vaker het verschil maakt tussen genezing en wachten.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com