De recente uitlatingen van de minister van Financiën hebben opnieuw de discussie over de paraatheid van Suriname voor toekomstige olie-inkomsten op scherp gezet. De kernboodschap is duidelijk en tegelijk verontrustend, het land is volgens de huidige stand van zaken nog niet klaar om de verwachte olie-inkomsten van 2028 op een transparante en correcte manier te beheren. De minister gaf aan, dat Suriname nog onvoldoende voorbereid is om zowel de toekomstige olie-inkomsten als het beheer van de staatsschuld op een transparante en verantwoordelijke manier te beheren. Deze erkenning wordt door Asis Gajadien bestempeld als bijzonder ernstig. Volgens hem betekent deze uitspraak concreet dat het financieel beheer van de staat nog altijd niet op orde is. De zwakke schakels zijn duidelijk zichtbaar, controlemechanismen functioneren onvoldoende, instituties zijn nog niet volledig uitgebouwd en de begrotingsdiscipline staat onder druk.
Met de analyse die Asis Gajadien naar voren komt, wijst op een reeks structurele problemen, onvoldoende versterkte controlemechanismen binnen overheidsfinanciën, instellingen die nog niet optimaal functioneren of onvoldoende onafhankelijk zijn, een begrotingscultuur die kwetsbaar blijft voor politieke druk en korte termijn beslissingen. Gebrek aan robuuste systemen voor transparantie en verantwoordingsplicht. Volgens Gajadien is dit geen technisch detail, maar een fundamenteel probleem dat de toekomst van het land direct raakt. Een belangrijk onderdeel van de boodschap is dat Suriname zich geen vrijblijvend uitstel kan permitteren. De tijdsdruk richting de verwachte olie-inkomsten maakt volgens Gajadien duidelijk dat hervormingen niet langer kunnen worden uitgesteld of half uitgevoerd. Hij benadrukt dat hij dit punt eerder al uitvoerig heeft gemaakt, maar dat de urgentie alleen maar groter wordt. De oproep is daarom gericht aan alle politieke partijen in het parlement om verantwoordelijkheid te nemen en gezamenlijk op te treden.
Een centraal argument in de redenering is de zogenaamde olievloek. Volgens Gajadien ontstaat deze internationale valkuil niet door de aanwezigheid van olie zelf, maar door slecht bestuur rondom de inkomsten die daaruit voortkomen. Met andere woorden, het gevaar zit niet in de rijkdom, maar in de manier waarop die rijkdom wordt beheerd. Zonder sterke instituties, transparantie en discipline kan natuurlijke rijkdom juist leiden tot instabiliteit, corruptie en economische ongelijkheid. De discussie wordt uiteindelijk teruggebracht tot een fundamentele keuze, Blijft Suriname vasthouden aan zwak bestuur en beperkte hervormingen of wordt alles in het werk gesteld om het land institutioneel klaar te maken voor een nieuwe economische realiteit? Volgens de analyse die uit de parlementaire bijdrage spreekt, is dit geen theoretische vraag meer, maar een urgente beleidskeuze met historische gevolgen. De boodschap is waarschuwend, zonder ingrijpende versterking van financieel bestuur, transparantie en instituties dreigt Suriname onvoldoende voorbereid te zijn op de komst van olie-inkomsten. En precies daar ligt volgens Gajadien het risico, niet in de olie zelf, maar in de manier waarop het land ermee omgaat.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com