Ambassadeur Marten Schalkwijk zei aan Ko’W’ Checking dat hij bewust koos om vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid niet met een formele receptie te vieren, maar met een kunsttentoonstelling die laat zien hoe geschiedenis, pijn en weerbaarheid in elkaar grijpen. In de Marcus Garvey Hall bij de Organisatie van Amerikaanse Staten nodigde hij diplomaten, gasten en diaspora uit om stil te staan bij het werk van Joseph Nassy, de in Paramaribo geboren schilder die in oorlogstijd werd opgesloten in een kamp en zich toch niet liet breken, en aan het begin van de avond sprak hij de wens uit dat de hele Surinaamse samenleving deze jubileumperiode met liefde en verbondenheid beleeft.
In zijn toespraak nam Schalkwijk zijn gehoor mee terug naar de dagen rond de onafhankelijkheid, toen angst en twijfel de boventoon voerden en grote groepen landgenoten besloten te vertrekken, uit vrees voor etnische spanningen en politieke onzekerheid. Hij herinnerde aan het moment waarop regering en oppositie, na lange blokkades, elkaar alsnog in het parlement omhelsden en de weg vrijmaakten voor een grondwet, een gebaar dat volgens hem liet zien dat leiders soms boven partijbelang moeten uitstijgen om een land de nodige rust te geven. De ambassadeur vertelde hoe hij als jonge student bewust naar Suriname terugkeerde om die nacht mee te maken waarin de eigen vlag werd gehesen in het stadion en hoe dat besef van eigen waardigheid hem is blijven begeleiden.
Daarna schetste hij een land dat na die plechtige avond allerminst een rechte weg bewandelde, met een militaire machtsovername, een korte maar felle binnenlandse oorlog, jaren van aantasting van de democratie en periodes van zware economische crisis waarin inflatie en schulden het dagelijks leven ontwrichtten. Toch legde hij uit dat Suriname, net als veel andere voormalige plantagekolonies, ondanks deze klappen is uitgegroeid tot een samenleving die functioneert en uiteindelijk een stabiele republiek werd, wat volgens hem vooral te danken is aan de veerkracht van mensen die afstammen van tot slaaf gemaakten, contractarbeiders, inheemse en marrongemeenschappen en andere groepen die ooit tegen hun wil of uit nood in dit gebied terechtkwamen.
Schalkwijk plaatste deze vijftig jaar in het kader van de vier pijlers van de regionale organisatie waar hij nu als vertegenwoordiger werkt. Hij beschreef hoe Suriname zich heeft ontwikkeld tot een democratische staat met vreedzame machtswisselingen, hoe het land inzet op een Caribische regio die als vredeszone wil functioneren en hoe de rechtsstaat in de afgelopen decennia meerdere stevige tests heeft doorstaan, waarbij samenwerking met het Inter Amerikaanse mensenrechtensysteem een belangrijke rol speelt. Tegelijk wees hij op de paradox dat Suriname rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, van vroegere bauxiet tot huidig goud en toekomstige olie en gas, en toch een van de weinige landen ter wereld blijft waar het enorme bosoppervlak ervoor zorgt dat er meer koolstof wordt vastgelegd dan uitgestoten.
Die groene voorsprong is volgens hem geen reden om achterover te leunen, want zeespiegelstijging bedreigt de kust en de hoofdstad en extremere weersomstandigheden maken het binnenland kwetsbaarder. De verwachte inkomsten uit offshore olievelden kunnen pas een zegen worden wanneer zorgvuldig wordt gewerkt met langjarige plannen en een spaarsysteem dat voorkomt dat de fouten van eerdere grondstofgolven worden herhaald. Als samenleving die ooit werd uitvergroot als mogelijke tikkende tijdbom van etnische tegenstellingen heeft Suriname volgens de ambassadeur bewezen dat samenleven over grenzen van herkomst en religie heen wel degelijk mogelijk is, en dat juist de contacten met de diaspora laten zien hoe breed die gemeenschap inmiddels is geworden.
Vervolgens richtte Schalkwijk de schijnwerpers op Joseph Nassy, wiens kunst het decor van de viering vormde. Hij vertelde hoe de jonge Paramariboër via Brooklyn, Londen en Brussel zijn weg vond naar de schilderkunst, hoe hij portretten maakte en een internationaal leven opbouwde dat bruusk werd onderbroken toen hij in oorlogstijd als houder van een Amerikaans paspoort in bezet gebied werd opgesloten. In plaats van alleen te overleven gebruikte Nassy zijn tekentalent om gezichten van medegevangenen vast te leggen, week na week, totdat er meer dan tweehonderd werken lagen die samen een stille kroniek vormen van waardigheid achter prikkeldraad. Dat zijn werk nu grotendeels bewaard wordt in een groot museum en slechts enkele stukken tijdelijk vanuit Suriname zijn uitgeleend, ziet de ambassadeur als bewijs dat ook mensen uit kleine landen sporen kunnen nalaten in de wereldgeschiedenis.
Aan het einde van zijn toespraak sprak Schalkwijk zijn dank uit aan musea, particuliere verzamelaars en partnerinstellingen die de tentoonstelling mogelijk maakten en opnieuw zichtbaar maakten hoe belangrijk internationale samenwerking is om verhalen van verzet en hoop te bewaren. Zonder in grote woorden te vervallen, liet hij doorklinken dat de weg van Suriname in de komende decennia niet alleen zal afhangen van olie en beleid, maar ook van de keuze om in moeilijke tijden vast te houden aan menselijkheid, recht en onderlinge steun, precies zoals Nassy dat in zijn kamp deed en zoals de vele Surinamers dat na de onafhankelijkheid hebben gedaan.