Hoofdkapitein Harold Finely, basja’s en enkele bewoners van Witagron hebben De Nationale Assemblée (DNA) via een petitie gevraagd om steun voor de grootschalige landbouwplannen van Braganza Marketing Group N.V. en de samenwerking met Mennonieten. De indieners zien in het project een kans om de economische achterstand van het binnenland aan te pakken en alternatieven te bieden voor de goudmijnbouw. Tegelijkertijd roept de voorgestelde landbouwontwikkeling belangrijke vragen op over de bescherming van het bos, de naleving van de wet en de concrete voordelen voor de lokale bevolking. De petitie is aangeboden aan substituut griffier mr. Agatha Ramdass, die het document in ontvangst heeft genomen. Bij de aanbieding waren ook DNA-leden drs. Rabindre Parmessar, Jennifer Vreedzaam en Genevièvre Jordan aanwezig. Ramdass heeft aangegeven dat de kwestie onder de aandacht van het parlement zal worden gebracht. Daarmee is de petitie ontvangen, maar is nog geen sprake van parlementaire goedkeuring of een besluit over de uitvoering van de plannen. Volgens Souvenir Finely, die de petitie voorlas, werkt de gemeenschap al ruim een jaar samen met Braganza en in het verlengde daarvan, met Mennonieten. De plannen omvatten grootschalige landbouw langs de weg naar West-Suriname, in Tibiti en Kabalebo, waarbij volgens de indieners overwegend secundair bosgebied in beeld is.
De gemeenschap stelt bovendien dat hierover formele afspraken met de regering zijn gemaakt. De indieners presenteren de samenwerking als een mogelijkheid om de ontwikkeling van het binnenland te versnellen. Volgens hen hebben gemeenschappen decennialang onvoldoende kansen gekregen om hun economische positie te verbeteren. Grootschalige landbouw zou jongeren kunnen stimuleren om naar hun dorpen terug te keren, daar werk te vinden of ondernemingen op te zetten en minder afhankelijk te worden van goudwinning. Die verwachtingen zijn begrijpelijk, maar vormen op zichzelf geen bewijs dat het project daadwerkelijk duurzame ontwikkeling zal opleveren. Grootschalige landbouw vraagt om grond, infrastructuur en een zorgvuldige omgang met natuurlijke hulpbronnen. Ook secundair bosgebied heeft ecologische waarde. De omzetting van bos naar landbouwgrond kan gevolgen hebben voor biodiversiteit, waterhuishouding en het leefgebied van planten en dieren. Juist daarom mag de omvang van de investeringen niet de doorslag geven bij de beoordeling van het project. Een serieuze afweging vereist inzicht in de geplande oppervlakte, de precieze locaties, de milieueffecten en de maatregelen om schade te voorkomen of te beperken. De indieners erkennen dit belang door te wijzen op de noodzaak van naleving van wettelijke voorschriften, waaronder een milieu-effectrapportage (MER).
Die verplichting moet echter meer zijn dan een formele stap om een project doorgang te laten vinden. In de petitie worden de ervaringen met de Mennonieten als positief omschreven. Zij zouden sociaal zijn, behulpzaam optreden en bereid zijn de gemeenschap op verschillende manieren te ondersteunen. Ook zouden afspraken bestaan over het gezamenlijk onderhouden van infrastructuur en het financieren van gemeenschapsprojecten, onder meer op het gebied van energie. Deze ervaringen kunnen bijdragen aan vertrouwen, maar persoonlijke indrukken zijn onvoldoende om de maatschappelijke en ecologische gevolgen van een grootschalig landbouwproject te beoordelen. Daarvoor zijn controleerbare afspraken nodig over investeringen, werkgelegenheid, lokale deelname en de verdeling van opbrengsten en verantwoordelijkheden. Ook de toezegging dat uitsluitend wordt samengewerkt met Mennonieten die legaal in Suriname verblijven of zullen binnenkomen, neemt niet alle aandachtspunten weg. De wettelijke status van betrokkenen is slechts één onderdeel van een bredere beoordeling. De overheid moet eveneens toezien op naleving van arbeidsregels, vergunningen, grondrechten en milieuwetgeving. De indieners vragen de regering om de investeringen van Braganza en de Mennonieten te ondersteunen, moderne landbouwtechnieken beschikbaar te stellen en samen met de gemeenschappen plannen te ontwikkelen voor infrastructuur en sociale projecten.
Vooral de overdracht van kennis kan van betekenis zijn als lokale bewoners daardoor zelfstandig landbouwactiviteiten kunnen ontplooien en niet blijvend afhankelijk worden van externe investeerders. Daarvoor zijn wel concrete afspraken nodig. Het moet duidelijk zijn hoeveel lokale arbeidsplaatsen ontstaan, welke opleidingsmogelijkheden beschikbaar komen, hoe jongeren toegang krijgen tot economische kansen en welke verplichtingen investeerders op lange termijn dragen. Even belangrijk is dat de betrokken gemeenschappen voldoende informatie krijgen en daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op besluiten die hun leefomgeving raken. De petitie van Witagron legt daarmee een legitieme ontwikkelingsbehoefte op tafel, maar mag niet worden opgevat als een blanco mandaat voor grootschalige landbouw. De regering en DNA staan voor de taak economische kansen zorgvuldig af te wegen tegen milieubescherming, wettelijke waarborgen en de belangen van lokale bewoners. De uiteindelijke waarde van het project zal niet worden bepaald door de omvang van de landbouwgronden of de beloofde investeringen, maar door aantoonbare resultaten. Pas wanneer economische voordelen eerlijk worden verdeeld, lokale gemeenschappen daadwerkelijk profiteren en milieuschade aantoonbaar wordt beperkt, kan de samenwerking gelden als een geloofwaardige stap naar duurzame ontwikkeling van het Surinaamse binnenland.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com