Internationale erkenning voor Suriname als voorloper op het gebied van kunstmatige intelligentie klinkt veelbelovend. Maar deelname aan internationale fora, assessments en beleidsprogramma’s is nog geen bewijs van daadwerkelijke vooruitgang. Terwijl minister Andrew Baasaron in Riyad spreekt over verantwoorde AI en economische ontwikkeling, staat Suriname voor de veel grotere opgave om ambities te vertalen naar concrete resultaten voor burgers, ondernemers en overheidsinstellingen. Op uitnodiging van UNESCO nam minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) deel aan het vierde UNESCO Global Forum on the Ethics of Artificial Intelligence (GFEAI 2026) in Riyad, Saoedi-Arabië. Suriname kreeg een plaats aan de internationale gesprekstafel omdat het als een van de eerste landen ter wereld en als eerste land in de regio deelneemt aan de vernieuwde UNESCO Readiness Assessment Methodology (RAM 2.0). De deelname wordt door het ministerie gepresenteerd als een belangrijke stap richting een toekomst waarin kunstmatige intelligentie bijdraagt aan economische groei, ondernemerschap en betere publieke dienstverlening. Die doelstellingen zijn relevant, maar hun waarde wordt uiteindelijk bepaald door de uitvoering. Internationale erkenning kan politieke zichtbaarheid opleveren, maar lost op zichzelf geen institutionele zwaktes, gebrekkige digitale infrastructuur of tekortkomingen in overheidsdienstverlening op.
Baasaron sprak tijdens de High-Level Ministerial Dialogue over een nieuwe fase in AI-readiness. UNESCO introduceerde daar RAM 2.0 wereldwijd. De minister deelde de eerste ervaringen van Suriname met de assessment, samen met vertegenwoordigers van onder meer de Comoren en Somalië. Twee dagen eerder nam hij deel aan een besloten ministerieel programma over internationale samenwerking op het gebied van kunstmatige intelligentie. De aanwezigheid van Suriname onderstreept de ambitie om het land vroegtijdig te positioneren binnen internationale AI-ontwikkelingen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat deelname aan internationale bijeenkomsten wordt verward met daadwerkelijke beleidsvooruitgang. Een land kan actief deelnemen aan wereldwijde discussies en toch moeite hebben om nationale regelgeving, digitale systemen en publieke instellingen op orde te brengen. De werkelijke betekenis van RAM 2.0 ligt daarom niet in de internationale presentatie, maar in de vraag of de assessment leidt tot een eerlijke analyse van de nationale tekortkomingen en vervolgens tot uitvoerbare maatregelen. Met de Readiness Assessment Methodology onderzoekt UNESCO in hoeverre een land juridisch, maatschappelijk, economisch, educatief en technisch is voorbereid op de verantwoorde ontwikkeling, toepassing en governance van AI. In Suriname wordt het traject begeleid door een nationale stuurgroep, met ondersteuning van UNESCO.
Daarbij zijn 71 instellingen uit de overheid, het bedrijfsleven, het onderwijs en het maatschappelijk middenveld als belanghebbenden in kaart gebracht. Die brede betrokkenheid is noodzakelijk. AI-beleid kan niet uitsluitend worden ontwikkeld binnen ministeries of door technische experts. Besluiten over geautomatiseerde dienstverlening, gegevensverwerking en algoritmische besluitvorming raken immers de rechten, kansen en dagelijkse ervaringen van burgers. Toch is het aanwijzen van belanghebbenden slechts een begin. Het succes van het traject zal afhangen van de kwaliteit van de verzamelde informatie, de onafhankelijkheid van de analyse en de bereidheid om ongemakkelijke conclusies daadwerkelijk te verwerken in beleid. Een assessment die vooral dient om bestaande ambities te bevestigen, mist haar belangrijkste functie. Suriname heeft behoefte aan een kritische nulmeting die niet alleen mogelijkheden beschrijft, maar ook vastlegt waar de overheid tekortschiet, welke middelen ontbreken en welke risico’s niet mogen worden genegeerd. De delegatie gebruikte het forum ook om zich voor te bereiden op de fase na de assessment. Binnen het UNESCO AI Ethics Action Cohort neemt Suriname deel aan een traject rond de nieuwe AI Environment and Ecosystems Toolkit. Daar wordt kennis opgedaan over de manier waarop andere landen hun assessments vertalen naar beleid, institutionele maatregelen en uitvoering.
Die internationale uitwisseling kan nuttig zijn, maar buitenlandse modellen zijn niet automatisch geschikt voor de Surinaamse context. De schaal van de economie, de beschikbare expertise, de digitale infrastructuur en de capaciteit van overheidsinstellingen bepalen in belangrijke mate wat haalbaar is. Suriname moet daarom vermijden dat het AI-beleid vooral een verzameling internationale begrippen en beleidsdocumenten wordt. Verantwoorde kunstmatige intelligentie vraagt om duidelijke verantwoordelijkheden, controlemechanismen, bescherming van persoonsgegevens en voldoende deskundigheid binnen de overheid. Zonder die voorwaarden bestaat het risico dat AI wordt geïntroduceerd in instellingen die nog moeite hebben met fundamentele digitaliseringsvraagstukken. Voor burgers moet vooruitgang bovendien zichtbaar worden in concrete verbeteringen, snellere dienstverlening, minder bureaucratie, betere toegang tot overheidsinformatie en systemen die betrouwbaar functioneren. Innovatie die zich beperkt tot beleidsconferenties en strategische documenten levert geen directe maatschappelijke meerwaarde op. De resultaten van RAM 2.0 moeten de basis vormen voor een nationale AI-strategie, die met steun van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) wordt voorbereid.
In november 2026 start het ministerie met een workshop voor het opstellen van deze strategie. Daarmee begint een cruciale fase. AI kan kansen bieden voor ondernemers en nieuwe economische activiteiten stimuleren, maar zonder gerichte investeringen in onderwijs, digitale vaardigheden en toegang tot technologie kunnen bestaande ongelijkheden juist groter worden. De gesprekken met UNESCO, waaronder het regionale kantoor voor het Caribisch gebied, richten zich op verdere ondersteuning bij het afronden van de assessment en het vertalen van de bevindingen naar beleidsmaatregelen. Die samenwerking biedt Suriname toegang tot kennis en internationale expertise. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de nationale keuzes blijft echter bij het land zelf. Zij moet een concreet antwoord bieden op de institutionele, technische en maatschappelijke uitdagingen die de assessment blootlegt. Alleen wanneer de bevindingen leiden tot betere regelgeving, sterkere instellingen, goed opgeleide professionals en aantoonbare verbeteringen in de dienstverlening, kan Suriname spreken van echte vooruitgang. De deelname aan het UNESCO-forum is een belangrijk diplomatiek moment.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com