About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Beweging als onderdeel van de aanpak van hoge bloeddruk in Suriname

Onderzoek bij volwassenen van Afrikaanse en Zuid-Aziatische afkomst laat zien dat aerobe oefentherapie de bloeddruk kan verlagen, maar ook dat de reactie per persoon verschilt.

Door Marina Bersaoui-Rambhadjan

Marina Bersaoui is fysiotherapeut, promovenda aan KU Leuven en richtingscoördinator van de opleiding Fysiotherapie aan de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Zij verwacht over ongeveer drie maanden te promoveren op haar onderzoek naar beweging en hoge bloeddruk bij personen van Afrikaanse en Aziatische afkomst.

Hoge bloeddruk behoort tot de belangrijkste beïnvloedbare risicofactoren voor beroertes, hart- en vaatziekten en nierschade. Juist in Suriname is preventie daarom van groot belang. Veel mensen weten niet dat hun bloeddruk verhoogd is, omdat hoge bloeddruk lange tijd geen klachten hoeft te geven. Wanneer complicaties eenmaal zijn opgetreden, zijn langdurige behandeling en revalidatie vaak nodig. Vroeg opsporen en gericht behandelen kan een deel van die ziektelast helpen voorkomen.

Waarom onderzoek binnen de Surinaamse bevolking nodig is

Internationale richtlijnen bevelen regelmatige lichaamsbeweging aan voor de preventie en behandeling van hoge bloeddruk. Aerobe inspanning, zoals stevig wandelen, joggen of fietsen, krijgt daarin een centrale plaats. Veel studies waarop deze richtlijnen zijn gebaseerd, zijn echter uitgevoerd bij mensen van Europese afkomst. Mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst zijn veel minder onderzocht. Daardoor is niet vanzelfsprekend dat ieder trainingsadvies één op één kan worden vertaald naar de multi-etnische Surinaamse bevolking.

De beperkte bestaande onderzoeken geven bovendien aanwijzingen dat de hoeveelheid beweging die nodig is en de bloeddrukreactie op inspanning tussen bevolkingsgroepen kunnen verschillen. Sommige onderzoeken bij mensen van Afrikaanse afkomst vonden al gunstige bloeddrukverschillen bij lichte of matig intensieve activiteit. Een onderzoek bij Zuid-Aziatische mannen suggereerde daarentegen dat zij mogelijk meer dan de gebruikelijke 150 minuten matig intensieve beweging per week nodig hebben om een vergelijkbaar cardiometabool risicoprofiel te bereiken als Europese mannen. Zulke bevindingen zijn nog te beperkt om verschillende algemene richtlijnen per etnische groep te maken. Ze laten wel zien waarom onderzoek in onze eigen bevolking nodig is.

Etniciteit mag daarbij nooit als een eenvoudig medisch etiket worden gebruikt. Binnen iedere bevolkingsgroep bestaan grote verschillen. Biologische kenmerken, voeding, fysieke activiteit, medicatie, sociaaleconomische omstandigheden, langdurige stress en toegang tot zorg kunnen allemaal een rol spelen. Etniciteit is daarom één onderdeel van de beoordeling en geen voorspelling van hoe een individuele patiënt zal reageren.

Wat de vier onderzoeken laten zien

Mijn promotieonderzoek bestaat uit vier studies. In de eerste systematische review en meta-analyse onderzochten we de effecten van regelmatige training op de rustbloeddruk. We vonden 22 studies met in totaal 931 deelnemers van Aziatische afkomst en vier studies met 510 deelnemers van Afrikaanse afkomst. Aerobe training verlaagde de systolische en diastolische bloeddruk in beide populaties. Bij de Aziatische populaties bedroeg de gemiddelde daling ongeveer 7 en 5 mmHg. Bij de Afrikaanse populaties was dit ongeveer 12 en 4 mmHg. Voor weerstandstraining en gecombineerde training bleef het beschikbare bewijs beperkt.

Daarna onderzochten we de acute bloeddrukdaling na één inspanningssessie. Dit verschijnsel heet post-exercise hypotension. De systematische review naar dit acute effect omvatte 10 aerobe studies met 136 deelnemers van Aziatische afkomst en 11 studies met 157 deelnemers van Afrikaanse afkomst. De beschikbare studies waren te klein en te verschillend om vast te stellen dat één aerobe inspanningssessie bij deze populaties steeds tot dezelfde bloeddrukdaling leidt.

De HYPE2X studie in Suriname

Omdat er zo weinig gegevens beschikbaar waren, voerden we in Suriname de Hypertension Ethnicity and Exercise studie uit, afgekort HYPE2X. In deze gerandomiseerde cross-overstudie voltooiden 57 volwassenen van Afrikaanse of Zuid-Aziatische afkomst met een hoog-normale bloeddruk of graad I hypertensie drie condities. Zij deden 30 minuten matig intensieve aerobe inspanning op een loopband, voerden vier isometrische handknijpcontracties van twee minuten uit en doorliepen een zittende controlesessie.

Dertig minuten na de aerobe inspanning was de systolische spreekkamerbloeddruk ongeveer 9 mmHg lager in de Afrikaanse groep en ongeveer 7 mmHg lager in de Zuid-Aziatische groep dan na de controlesessie. De diastolische bloeddruk daalde in de Zuid-Aziatische groep met ongeveer 4 mmHg. De daling van de diastolische bloeddruk in de Afrikaanse groep was niet statistisch significant.

Tijdens de eerste acht uur na de aerobe inspanning waren de systolische en diastolische bloeddruk in de Afrikaanse groep gemiddeld ongeveer 4 en 3 mmHg lager dan na de controlesessie. Deze verschillen bereikten geen statistische significantie. In de Zuid-Aziatische groep vonden we geen significante daling van de gemiddelde ambulante dagbloeddruk. Over de volledige 24 uur daalde de gemiddelde bloeddruk in geen van beide groepen significant.

Deze bevindingen betekenen niet dat aerobe beweging voor deze groepen onvoldoende werkt. De duidelijke daling van de spreekkamerbloeddruk na 30 minuten ondersteunt juist het acute effect van aerobe inspanning. De resultaten laten wel zien dat een sessie van 30 minuten aan 40 tot 60 procent van de hartslagreserve niet bij iedereen voldoende was om een gemiddelde bloeddrukdaling over 24 uur te bereiken. Mogelijk zijn een langere trainingsduur, een hogere intensiteit, een groter trainingsvolume of een andere trainingsvorm nodig om het effect langer te laten aanhouden. Dat moet in vervolgonderzoek worden vastgesteld.

De laag-intensieve isometrische handknijpoefeningen leidden in geen van beide groepen tot een duidelijke acute bloeddrukdaling. Dit resultaat gaat over één specifieke sessie en betekent niet dat langdurige isometrische training nooit effect kan hebben. Het biedt wel onvoldoende ondersteuning om dit handknijpprotocol nu specifiek te adviseren voor een acute bloeddrukdaling in deze populatie. Ook hiervoor is verder onderzoek nodig.

Waarom de ene persoon wel reageert en de andere niet

De gemiddelde groepsuitkomst vertelt niet het hele verhaal. Na de aerobe inspanning werd 46 procent van de deelnemers geclassificeerd als systolische responder en 25 procent als diastolische responder. Een responder had gedurende de eerste acht uur een netto daling van ten minste 5 mmHg ten opzichte van de controlesessie. Leeftijd, geslacht, body mass index, uitgangsbloeddruk, lichamelijke activiteit, conditie en etniciteit verschilden niet tussen de systolische responders en non-responders.

We vonden wel verschillen in de reactie van de bloedvaten en het hart. Bij de responders daalde de aortale augmentatie-index sterker. Dit is een maat die informatie geeft over de drukgolven die vanuit de bloedvaten naar het hart terugkeren. Ook namen het slagvolume en het hartminuutvolume bij responders gunstiger toe. De verandering in het hartminuutvolume hing samen met de grootte van de bloeddrukdaling. Daarnaast vonden we enkele verschillen in het autonome herstel na inspanning. Deze bevindingen wijzen op een samenspel tussen bloedvaten, hart en zenuwstelsel, maar bewijzen nog niet dat één van deze factoren de bloeddrukdaling veroorzaakt.

In eenvoudige woorden blijven de bloedvaten bij sommige mensen na de inspanning mogelijk sterker ontspannen. Het bloed kan dan met minder weerstand worden rondgepompt. Bij anderen is die reactie kleiner of korter. Ook medicatie kan invloed hebben. Cardioselectieve bètablokkers werden vaker gebruikt door systolische responders, maar de onderzoeksgroepen waren niet groot genoeg om daaruit een oorzakelijke conclusie te trekken.

Wie na één sessie geen sterke acute daling laat zien, mag niet concluderen dat bewegen geen zin heeft. Beweging heeft meerdere gezondheidsvoordelen en de reactie op één sessie is niet hetzelfde als het effect van weken of maanden trainen. De verschillen ondersteunen wel de noodzaak van een persoonlijk oefenprogramma.

De fysiotherapeut als deskundige in oefentherapie

Een patiënt alleen adviseren om meer te bewegen is niet voldoende. Oefentherapie heeft een dosering nodig: welke vorm, met welke intensiteit, hoe lang, hoe vaak en met welke opbouw. De fysiotherapeut is de deskundige die het fysieke functioneren en het risico bij inspanning beoordeelt, een passend programma voorschrijft, de reactie van de patiënt volgt en het programma bijstelt. De huisarts of specialist blijft verantwoordelijk voor de medische diagnose, risicobeoordeling en medicamenteuze behandeling. Goede bloeddrukzorg vraagt om samenwerking tussen deze professionals.

Bij de diagnose van hoge bloeddruk, diabetes of obesitas moet een patiënt daarom kunnen worden verwezen voor een gestructureerd beweegprogramma onder supervisie van een fysiotherapeut. Afhankelijk van de aandoening, conditie en het risicoprofiel kan zo’n programma bijvoorbeeld 12 tot 16 weken duren. Daarna moet de patiënt voldoende kennis, vaardigheden en vertrouwen hebben om zelfstandig te blijven bewegen.

Preventie heeft passende verzekeringsdekking nodig

De huidige verzekeringspakketten voor fysiotherapie zijn meestal begrensd tot een bepaald bedrag en vooral ingericht op behandeling. Er bestaat geen afzonderlijk pakket voor preventieve oefentherapie. Wanneer het standaardbedrag is opgebruikt, moet de patiënt de verdere begeleiding vaak zelf betalen. Daardoor kan noodzakelijke zorg stoppen, juist bij mensen die deze kosten niet kunnen dragen.

Dit probleem speelt niet alleen bij preventie. Na een beroerte of hartoperatie kan iemand zes maanden of langer revalidatie en fysiotherapie nodig hebben. Ook mensen met chronische nieraandoeningen, hart- en vaatziekten of longaandoeningen kunnen langdurige begeleide oefentherapie nodig hebben. Een algemeen maximumbedrag doet onvoldoende recht aan deze verschillende zorgbehoeften.

Verzekeringsmaatschappijen zouden daarom aparte en voldoende ruime pakketten moeten ontwikkelen voor preventieve oefentherapie en revalidatie bij chronische aandoeningen, waaronder hypertensie, diabetes, obesitas, nieraandoeningen, hart- en vaatziekten en longaandoeningen. Preventie kan alleen een volwaardig onderdeel van de zorg worden wanneer zij niet uitsluitend wordt geadviseerd, maar ook wordt georganiseerd, vergoed en bereikbaar gemaakt.

Een omgeving die gezond bewegen mogelijk maakt

Na een begeleid programma moet de patiënt zelfstandig actief blijven. Onze infrastructuur maakt dat echter niet gemakkelijk. Suriname heeft onvoldoende veilige en aantrekkelijke wandelroutes, fietspaden, parken en openbare beweegvoorzieningen. Het warme klimaat vraagt bovendien om geschikte en waar mogelijk beschutte plaatsen waar mensen vroeg in de ochtend of later op de dag kunnen bewegen.

Als de overheid wil dat mensen meer bewegen, moet zij investeren in veilige wandelpaden, fietspaden, goed onderhouden parken en toegankelijke sport- en beweegvoorzieningen in de buurten. Gezond gedrag wordt haalbaarder wanneer de omgeving het ondersteunt.

Ook werkgevers kunnen bijdragen. Veel mensen werken lange dagen en zijn daarna moe of vinden het te warm om nog te sporten. Bedrijven kunnen beweegmomenten tijdens de werkdag mogelijk maken, een bijdrage leveren aan een sportschool of sportvereniging en werknemers stimuleren om regelmatig actief te zijn.

Gezonde leefstijl begint op de basisschool

Preventie moet beginnen voordat hoge bloeddruk, diabetes of obesitas ontstaat. Daarom hoort onderwijs over gezonde voeding, voldoende beweging, slaap en andere leefstijlfactoren structureel thuis op de basisschool. Een eenmalige voorlichting is niet genoeg. Kinderen moeten deze kennis kunnen toepassen en op school voldoende mogelijkheden krijgen om te sporten en bewegen.

Door vroeg te beginnen, kunnen we helpen voorkomen dat kinderen al op jonge leeftijd overgewicht, diabetes of een verhoogde bloeddruk ontwikkelen. Scholen, ouders, buurten, sportorganisaties, werkgevers, zorgverleners en de overheid hebben hierin ieder een rol. Van de burger kan verantwoordelijkheid worden gevraagd, maar alleen wanneer gezonde keuzes ook veilig, bereikbaar en betaalbaar zijn.

Van onderzoeksresultaat naar beleid

Mijn onderzoek ondersteunt aerobe oefentherapie als onderdeel van de preventie en behandeling van hoge bloeddruk bij mensen van Afrikaanse en Zuid-Aziatische afkomst. Tegelijk laat het zien dat de acute bloeddrukreactie per persoon verschilt en na één matig intensieve sessie niet automatisch 24 uur aanhoudt. Daarom hebben we vervolgonderzoek nodig naar de optimale trainingsvorm, intensiteit, duur en frequentie voor verschillende patiënten.

De belangrijkste stap kan nu al worden gezet. Maak van beweging geen vrijblijvend advies, maar een toegankelijke zorginterventie. Verwijs patiënten tijdig naar de fysiotherapeut, vergoed preventieve oefentherapie en chronische revalidatie, verbeter de infrastructuur en begin leefstijleducatie op jonge leeftijd. Daarmee kan Suriname eerder ingrijpen en een deel van de gevolgen van hoge bloeddruk helpen voorkomen.

Door Marina Bersaoui-Rambhadjan

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag