Het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) presenteert het recente overleg met het korps van districtscommissarissen (dc’s) als een belangrijke stap richting sterkere en autonomere districten. In samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa) werd gesproken over de rechtspositie van bestuursambtenaren, de verplichte eedaflegging en de mogelijkheden voor districten om meer eigen inkomsten te genereren. Hoewel de aangekondigde maatregelen op papier logisch klinken, roept het overleg vooral de vraag op of het daadwerkelijk om decentralisatie gaat of slechts om een administratieve herschikking zonder wezenlijke overdracht van macht en middelen. Een van de opvallendste punten is de aangekondigde eedaflegging van bestuursambtenaren. Volgens waarnemend directeur Personeelsplanning en Personeelsbeheer van BiZa, Ludwig Mendelzoon, schrijft de Personeelswet voor dat ambtenaren verplicht zijn een eed af te leggen. Dat roept onmiddellijk een ongemakkelijke vraag op. Als deze wettelijke verplichting al jarenlang bestaat, waarom wordt de eedaflegging nu pas georganiseerd voor bestuursambtenaren uit twee districten?
Een eed is geen vrijblijvende ceremonie, maar een wettelijke voorwaarde voor het uitoefenen van een publieke functie. Als ambtenaren jarenlang zonder deze formaliteit hebben gewerkt, rijst de vraag hoe strikt de overheid haar eigen regelgeving heeft nageleefd. De regering presenteert de eedaflegging als een verbetering, terwijl critici zullen stellen dat hier eerder sprake is van het herstellen van een bestaande tekortkoming. Daar komt nog bij dat vooraf eerst een registratie van bestuursambtenaren moet plaatsvinden. Ook dat suggereert dat de overheid nog geen volledig en actueel overzicht heeft van haar eigen personeelsbestand. Een tweede belangrijk punt is het voornemen om units van Binnenlandse Zaken op alle districtscommissariaten te plaatsen. Volgens onderminister Kelvin Koniki moeten deze eenheden beschikkingen efficiënter verwerken en daarmee de rechtspositie van bestuursambtenaren versterken. Het is een stap die op zichzelf begrijpelijk is. Veel bestuursambtenaren ervaren vertragingen bij benoemingen, bevorderingen en andere personeelsbesluiten.
Toch blijft onduidelijk hoe deze nieuwe units precies zullen functioneren. Krijgen zij daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid of worden zij slechts een extra administratieve schakel tussen het district en Paramaribo? Zonder duidelijke bevoegdheden bestaat het risico dat de overheid juist meer bureaucratie creëert in plaats van minder. Tijdens het overleg kregen de districtscommissarissen ook ruimte om aan te geven hoe heffingen en inning momenteel plaatsvinden. Directeur Mavrick Boejoekoe van RO stelde dat dc’s op een creatieve manier gebruik kunnen maken van de diensten die hun district biedt om extra financiële middelen te genereren. Die uitspraak klinkt ambitieus, maar roept minstens zoveel vragen op als antwoorden. Zonder concrete uitwerking blijft creatief inkomsten genereren vooral een beleidsmatige slogan. Bovendien is de financiële ruimte van veel districten beperkt. De meeste grote inkomstenstromen worden immers nog altijd centraal door de overheid beheerd. Van echte financiële autonomie kan pas sprake zijn wanneer districten daadwerkelijk meer zeggenschap krijgen over belastinginning en besteding van eigen middelen. RO stelt dat deze maatregelen passen binnen een bredere visie op decentralisatie waarbij districtscommissarissen meer verantwoordelijkheden en middelen krijgen. Decentralisatie betekent namelijk niet alleen dat lokale bestuurders meer taken krijgen. Zij moeten ook beschikken over voldoende budget, personeel en wettelijke bevoegdheden om die taken uit te voeren.
Wanneer verantwoordelijkheden worden uitgebreid zonder dat de financiële en bestuurlijke instrumenten volgen, ontstaat het risico van schijndecentralisatie, lokale bestuurders worden verantwoordelijk gehouden voor problemen die zij nauwelijks kunnen oplossen. Districtscommissarissen worden benoemd door de centrale regering en opereren grotendeels binnen kaders die in Paramaribo worden vastgesteld. Ook de begrotingen, personeelsbesluiten en beleidsprioriteiten worden voor een belangrijk deel centraal bepaald. Zolang districten niet zelfstandig over een substantieel deel van hun financiën kunnen beschikken en belangrijke besluiten niet lokaal mogen nemen, blijft de ruimte voor eigen beleid beperkt. Het overleg tussen RO, BiZa en de districtscommissarissen laat zien dat de regering werk wil maken van beter bestuur in de districten. Dat is op zichzelf een positieve ontwikkeling. Maar de aangekondigde maatregelen lossen vooral organisatorische en administratieve knelpunten op. Pas wanneer districten daadwerkelijk meer financiële zelfstandigheid, beslissingsbevoegdheid en beleidsvrijheid krijgen, kan gesproken worden van echte decentralisatie. Tot die tijd blijft het risico bestaan dat de aangekondigde hervormingen vooral bestaan uit nieuwe procedures, extra overleg en hogere verwachtingen, zonder dat de bestuurlijke verhoudingen wezenlijk veranderen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com