In de Colombiaanse havenstad Santa Marta is een nieuw front geopend in de mondiale klimaatstrijd, omdat een groep ambitieuze landen niet langer alleen wil praten over minder uitstoot, maar over een juridisch instrument om de productie van olie, gas en steenkool eerlijk af te bouwen. De conferentie, geleid door Colombia en Nederland, bracht tientallen landen en de Europese Unie samen rond één gevoelige vraag. Hoe verlaat de wereld fossiele brandstoffen zonder dat kwetsbare landen opnieuw de rekening betalen van een crisis die zij nauwelijks hebben veroorzaakt.
De bijeenkomst is historisch, omdat zij buiten de gewone VN klimaattoppen om een specifiek spoor maakt voor het afbouwen van fossiele brandstoffen. Op COP28 beloofden landen al om weg te bewegen van fossiele energie, maar daarna bleef de uitvoering traag en politiek zwaar beladen. COP30 in Brazilië leverde volgens de organisatoren opnieuw frustratie op, omdat een sterke tekst over fossiele brandstoffen uitbleef ondanks druk van tientallen landen.
Aan het einde van een driedaagse vergadering riepen ministers en delegatieleiders uit Afrika, Azië, het Caribisch gebied, Latijns Amerika en de Pacific op tot onderhandelingen over een nieuw internationaal juridisch instrument. Dat instrument moet bindende verplichtingen aan de aanbodzijde bevatten, governancegaten dichten en financiële en juridische bouwstenen leveren voor een rechtvaardige overgang weg van kolen, olie en gas. De Fossil Fuel Treaty beweging presenteert dit als een noodzakelijke stap, omdat bestaande klimaatafspraken vooral de uitstoot willen beperken, maar de productie zelf onvoldoende sturen.
Colombia gebruikte de locatie bewust. Santa Marta is niet alleen een Caribische stad met toeristische uitstraling, maar ook een plek waar de realiteit van kolenexport en mondiale energiehandel voelbaar is. Dat juist daar wordt gesproken over het einde van fossiele afhankelijkheid, maakt de conferentie politiek scherper dan een vergaderzaal ver weg van havens, mijnbouw en exportketens.
De Colombiaanse minister van Milieu, Irene Vélez Torres, plaatste de oproep nadrukkelijk in het teken van rechtvaardigheid. Volgens haar mogen landen uit het mondiale zuiden niet opdraaien voor een klimaatcrisis die grotendeels elders is opgebouwd. Daarmee raakt zij de kern van de discussie, want veel ontwikkelingslanden hebben geld nodig voor nieuwe energie, sociale bescherming, omscholing, infrastructuur en verlies aan inkomsten wanneer fossiele sectoren worden afgebouwd.
De financiële kloof blijft het zwaarste obstakel. Op de conferentie werd opnieuw benadrukt dat schone technologie steeds goedkoper wordt, maar dat de begininvesteringen voor kwetsbare landen vaak te hoog zijn door dure leningen, schulden en beperkte begrotingsruimte. Ontwikkelingslanden die klimaatschade dragen, hebben volgens deskundigen alleen al enorme bedragen nodig om zich aan te passen, terwijl internationale klimaatfinanciering tot nu toe ver achterblijft bij de werkelijke behoefte.
De juridische druk is de afgelopen maanden groter geworden door het advies van het Internationaal Gerechtshof. Het hof stelde in 2025 dat staten juridisch verantwoordelijk kunnen worden gehouden wanneer zij onvoldoende optreden tegen klimaatverandering, en noemde beleid rond fossiele productie, consumptie, exploratievergunningen en subsidies als mogelijke bron van internationaal onrechtmatig handelen. Voor landen als Vanuatu, dat jarenlang voor zo’n juridisch oordeel streed, versterkt dit de oproep tot een Fossil Fuel Treaty.
Vanuatu’s minister Ralph Regenvanu ziet in zo’n verdrag een manier om juridische verplichtingen om te zetten in echte uitvoering. Hij pleit voor moratoria op nieuwe uitbreiding, eerlijke afbouwschema’s, financieringsmechanismen en het wegnemen van juridische barrières die landen vastzetten in fossiele afhankelijkheid. Dat is een directe aanval op het oude model waarin landen wel klimaatdoelen ondertekenen, maar tegelijk nieuwe olievelden, gasprojecten en kolenexport blijven toestaan.
De conferentie kreeg extra urgentie door de wereldwijde energiecrisis rond de oorlog met Iran. Verstoringen in olie en gas hebben prijzen opgejaagd en opnieuw laten zien hoe kwetsbaar landen blijven wanneer hun economieën afhankelijk zijn van fossiele aanvoerketens. Organisatoren en deelnemende landen gebruiken die crisis niet alleen als klimaatargument, maar ook als veiligheidsargument. Minder fossiele afhankelijkheid betekent minder blootstelling aan oorlog, blokkades en prijsschokken.
Een nieuw wetenschappelijk panel moet landen helpen om de overgang concreter te maken. Dat panel, aangekondigd rond de conferentie, moet technische, economische en beleidsmatige kennis leveren voor nationale routekaarten en sectorplannen. De gedachte is dat landen niet alleen een einddoel nodig hebben, maar ook uitvoerbare paden per sector, met aandacht voor energiezekerheid, banen, industrie en publieke financiën.
De afwezigheid van de grootste fossiele machten maakt het proces tegelijk kwetsbaar. De Verenigde Staten waren niet uitgenodigd, terwijl China en grote olieproducenten uit het Midden Oosten niet de kern van deze coalitie vormen. Dat betekent dat de ambitie groot is, maar de vraag blijft hoe zwaar het nieuwe spoor kan wegen wanneer landen met de grootste productie en consumptie niet volledig meebewegen.
Suriname zal haar huiswerk moeten doen, omdat het land aan de vooravond staat van olie inkomsten en tegelijk deel is van een klimaatgevoelige Caribische regio. De verstandigste koers is niet om olie te romantiseren of te verwerpen, maar om elke fossiele opbrengst te koppelen aan transparant beheer, energieverbreding, landbouwproductie, kustbescherming, scholing en een tijdige strategie voor na de olie. Een land dat pas nadenkt over overgang wanneer de inkomsten dalen, is te laat met de bescherming van zijn mensen en zijn economie.
Santa Marta laat zien dat de fossiele discussie verschuift van vrijwillige beloften naar juridische plicht, financiële rechtvaardigheid en geopolitieke veiligheid. De wereld wil nog energie, maar wil niet langer blind afhankelijk blijven van brandstoffen die klimaat, prijzen en oorlog tegelijk kunnen aanjagen. De vraag is niet meer of de overgang komt, maar wie haar ordent, wie haar betaalt en wie achterblijft wanneer de oude energiekaart wordt opgevouwen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com