De Zesde Agrarische Telling heeft opnieuw blootgelegd wat al jarenlang zichtbaar is, maar waar beleidsmakers kennelijk steeds opnieuw statistieken voor nodig hebben, de ontwikkeling van de Surinaamse landbouw wordt ernstig beperkt door een ongelijke verdeling van onderwijs en kansen. Basisonderwijs op GLO-niveau blijft landelijk het meest voorkomende opleidingsniveau onder de bevolking. Hoger onderwijs is vrijwel uitsluitend geconcentreerd in de kustgebieden, terwijl landbouwers zonder formeel onderwijs zich voornamelijk bevinden in dorpsgemeenschappen in het binnenland. Dat zijn geen droge cijfers. Het zijn harde signalen over de staat van Suriname. Achter iedere tabel staat een landbouwer die moet proberen zijn gezin te onderhouden, voedsel te produceren en zich staande te houden in een sector die steeds hogere eisen stelt. Tegelijkertijd wordt van diezelfde landbouwer verwacht dat hij moderniseert, productiever wordt, nieuwe technologie toepast en bijdraagt aan de nationale voedselzekerheid. Maar hoe realistisch is dat wanneer toegang tot onderwijs, training, informatie en moderne landbouwkennis voor een aanzienlijk deel van de producenten beperkt blijft? Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij noemt het rapport terecht een kompas. Maar een kompas heeft alleen waarde wanneer de bestuurders daadwerkelijk bereid zijn de richting te veranderen.
Suriname beschikt inmiddels over een omvangrijke hoeveelheid informatie. De vraag is niet langer of wij weten wat er aan de hand is. De vraag is wat de regering met die kennis gaat doen. De minister sprak tijdens de presentatie over het hervormen van agrarische voorlichtingsdiensten om toegankelijke en praktische trainingen aan te bieden die traditionele kennis verbinden met moderne landbouwtechnieken. Dat klinkt verstandig. Maar het is precies op dit punt dat de regering zich moet bewijzen. Jarenlang is er gesproken over modernisering van de landbouw, voedselzekerheid en het verhogen van de productie. Toch blijft een groot deel van de agrarische sector kwetsbaar, kleinschalig en afhankelijk van beperkte kennis, gebrekkige infrastructuur en onvoldoende toegang tot markten en financiering. Het is dan ook onvoldoende om boeren simpelweg te vertellen dat zij moeten moderniseren. Modernisering begint niet met een folder, een workshop of een beleidsnota. Het begint met structurele investeringen in mensen. Vooral de situatie in het binnenland verdient onmiddellijke aandacht. Wanneer landbouwers zonder formeel onderwijs daar oververtegenwoordigd zijn, betekent dit dat traditionele methoden niet zomaar vervangen kunnen worden door ingewikkelde technische systemen of theoretische trainingen.
Voorlichting moet aansluiten bij de werkelijkheid van de doelgroep. Praktisch, begrijpelijk en beschikbaar in de gemeenschappen waar de landbouw daadwerkelijk plaatsvindt. Daar ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor LVV. Als het ministerie werkelijk van plan is de voorlichtingsdiensten te hervormen, dan moet dat zichtbaar worden op het veld en niet alleen tijdens presentaties in een luxueuze ballroom. De boer heeft weinig aan indrukwekkende woorden over een regionale voedselzekerheidsagenda wanneer hij vervolgens zelf moet worstelen met toegang tot kennis, productiemiddelen, afzetmarkten en ondersteuning. Ook de uitspraak dat Suriname gereed is om op te schalen en te moderniseren verdient enige voorzichtigheid. Een land dat werkelijk klaar is voor een landbouwkundige sprong vooruit, moet niet alleen beschikken over vruchtbare grond en hardwerkende boeren. Het moet beschikken over goed opgeleide producenten, sterke landbouworganisaties, effectieve voorlichting, onderzoek, technologie, infrastructuur, financiering en een overheid die beleid consequent uitvoert.
De Zesde Agrarische Telling biedt daarvoor een belangrijke nulmeting. Maar een nulmeting is geen prestatie. Het is slechts het begin. De regering moet voorkomen dat dit rapport eindigt als zoveel andere rapporten, gelanceerd met mooie toespraken, bedankt aan internationale organisaties en uitvoerende teams, waarna het document uiteindelijk in een kast verdwijnt terwijl de problemen op het veld onveranderd blijven. De dank aan de IDB, FAO en IICA voor financiële en technische ondersteuning is terecht. Ook de landbouwers die hun deuren en velden hebben opengesteld verdienen erkenning. Maar de grootste eer die hun kan worden bewezen, is niet een vermelding tijdens een officiële ceremonie. Het is beleid dat daadwerkelijk verschil maakt. De cijfers hebben gesproken. Ze tonen een landbouwsector waarin onderwijsongelijkheid rechtstreeks verbonden is met ontwikkelingskansen. Nu is het aan de regering om te laten zien dat zij niet alleen kan tellen, maar ook kan handelen. Want voedselzekerheid wordt niet geproduceerd in rapporten, conferentiezalen of speeches. Voedselzekerheid wordt geproduceerd op het veld, door boeren die kennis, ondersteuning, kansen en een overheid nodig hebben die haar beloften omzet in concrete resultaten.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com