Ruim tweehonderd huishoudens in Pikin Saron hebben deze week voedselpakketten en drinkwater ontvangen van het Kabinet van de President. De hulp, uitgevoerd via het Bureau Volkscontacten, is bedoeld om de directe gevolgen van de vervuiling van de Saramaccarivier en de massale vissterfte enigszins te verzachten. Maar achter dit humanitaire gebaar schuilt een veel grotere vraag, waarom is de overheid opnieuw bezig met noodhulp, terwijl de oorzaak van de crisis nog altijd niet is opgelost? Dat de voedselpakketten welkom zijn, staat buiten kijf. De bewoners mogen uit gezondheidsoverwegingen voorlopig geen rivierwater drinken en ook geen vis consumeren. Voor een gemeenschap die dagelijks afhankelijk is van de rivier voor voedsel, drinkwater en inkomsten, is dat een zware klap. Kapitein Clarise Moera-Awalie benadrukt terecht dat veel gezinnen leven van de visvangst en nu niet alleen hun voedselbron, maar ook hun inkomen zijn kwijtgeraakt. Toch is het opvallend dat de gemeenschap voor de tweede keer voedselpakketten ontvangt. Dat roept onvermijdelijk de vraag op waarom een tijdelijke noodmaatregel opnieuw noodzakelijk is geworden. Is er sinds de eerste hulpverlening werkelijk iets veranderd? Blijkbaar niet.
De rivier blijft vervuild, de vis blijft sterven en de bewoners verkeren nog steeds in onzekerheid. De overheid presenteert de distributie als een snelle reactie op de ontstane situatie. Dat is positief, maar snelheid mag niet worden verward met daadkracht. Voedselpakketten zijn crisismanagement, ze lossen de oorzaak van de crisis niet op. Ze bieden hooguit enkele dagen of weken verlichting, terwijl de economische schade voor de getroffen dorpen zich blijft opstapelen. Opvallend is ook dat er nog steeds geen duidelijkheid bestaat over de oorzaak van de massale vissterfte. Zonder die kennis blijft iedere aangekondigde langetermijnaanpak vooral een belofte. Zolang niet bekend is wie verantwoordelijk is voor de vervuiling en welke maatregelen nodig zijn om herhaling te voorkomen, blijft de bevolking afhankelijk van incidentele hulp. De woorden van Trevor Adjiembaks van het Bureau Volkscontacten illustreren die onzekerheid. Hij stelt dat meerdere dorpen zijn getroffen en dat afhankelijk van de behoefte, verdere ondersteuning zal volgen. Ook meldt hij dat binnenkort een langetermijnaanpak wordt besproken. Dat klinkt geruststellend, maar roept tegelijkertijd vragen op. Voor de bewoners is de crisis immers meer dan een voedselprobleem. Het is een sociaal-economische ramp. Visserij vormt voor veel gezinnen de belangrijkste bron van inkomsten. Wanneer die inkomsten wegvallen, ontstaan schulden, neemt de koopkracht af en groeit de afhankelijkheid van de overheid.
Voedselpakketten kunnen die economische schade onmogelijk compenseren. De overheid adviseert bewoners geen rivierwater en geen vis te consumeren, maar geeft nog geen duidelijk tijdspad voor wanneer de situatie veilig zal zijn. Dat zorgt voor onzekerheid en wantrouwen. Burgers hebben recht op transparantie over de risico’s, de onderzoeksresultaten en de stappen die worden genomen om de rivier te herstellen. Het Kabinet van de President verdient erkenning voor het feit dat het de getroffen gemeenschappen niet volledig aan hun lot overlaat. Maar goed bestuur wordt niet alleen gemeten aan de snelheid waarmee voedselpakketten worden uitgedeeld. Het wordt vooral beoordeeld op het vermogen om crises te voorkomen, oorzaken aan te pakken en burgers perspectief te bieden. De inwoners van Pikin Saron vragen uiteindelijk niet om voedselpakketten. Zij vragen om een schone rivier, veilig drinkwater en de mogelijkheid om weer zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. Zolang die basisvoorwaarden ontbreken, blijft iedere voedseldistributie vooral een symptoombestrijding van een probleem dat al veel te lang voortduurt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com