President Jennifer Simons presenteert de modernisering van het Surinaamse rechtssysteem als een belangrijke stap naar een sterkere rechtsstaat. Na maanden van overleg met De Nationale Assemblee (DNA), de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM) zou het moment zijn aangebroken om de noodzakelijke wetgeving aan te nemen. De boodschap van de president is, er is veel werk verricht en de verschillende actoren zouden elkaar inmiddels hebben gevonden. Dat klinkt positief, maar achter die optimistische formulering schuilt een belangrijkere werkelijkheid. Een rechtsstaat wordt namelijk niet sterker door alleen wetten aan te passen of door bestuurlijke actoren met elkaar aan tafel te krijgen. De werkelijke test begint pas wanneer nieuwe regels daadwerkelijk leiden tot een onafhankelijke, financieel gezonde en effectief functionerende rechterlijke macht. President Simons benadrukte dat de modernisering van de wetgeving veel inzet heeft gevraagd. Er zijn gesprekken gevoerd tussen de DNA en de rechterlijke macht, tussen de president en de rechterlijke macht en met het Openbaar Ministerie.
Volgens haar is inmiddels vrijwel iedereen met iedereen in gesprek geweest en zou de wetgeving mogelijk nog deze maand door de Assemblee kunnen worden behandeld en aangenomen. Die snelheid verdient aandacht. Hervormingen van de rechterlijke macht behoren tot de meest fundamentele veranderingen die een regering kan doorvoeren. Het gaat immers niet om gewone wetgeving, maar om de spelregels die bepalen hoe macht in een democratische rechtsstaat wordt gecontroleerd. Juist daarom moet haast worden voorkomen dat noodzakelijke hervormingen worden gereduceerd tot een politiek succesmoment. Een van de aangekondigde veranderingen is de mogelijke komst van een derde rechtsinstantie in Suriname. Daarnaast wordt gesproken over een andere bestuursstructuur binnen het Openbaar Ministerie, met de procureur-generaal aan het hoofd en een bredere betrokkenheid van meerdere functionarissen. Ook het financieel beheer van de rechterlijke macht moet worden aangepast, onder meer door de inrichting van bureaus.
Dat zijn geen kleine technische wijzigingen. Financiële zelfstandigheid is rechtstreeks verbonden met rechterlijke onafhankelijkheid. Een rechterlijke macht die voor haar middelen volledig afhankelijk is van politieke besluitvorming, kan formeel onafhankelijk zijn, maar in de praktijk kwetsbaar blijven. Daarom zal juist de financiële hervorming nauwkeurig moeten worden bekeken. Onafhankelijkheid betekent niet alleen dat rechters vrij moeten kunnen oordelen, maar ook dat zij beschikken over voldoende middelen, personeel, infrastructuur en administratieve slagkracht. Opvallend is bovendien dat de rechterlijke macht zelf voorstellen heeft aangedragen. De regering zegt daaruit het meest noodzakelijke te hebben geselecteerd. Daar ligt een potentieel gevoelig punt. Wie bepaalt wat noodzakelijk is? Als de uitvoerende macht uiteindelijk bepaalt welke voorstellen van de rechterlijke macht worden overgenomen en welke niet, blijft de vraag bestaan hoe ver de institutionele autonomie werkelijk reikt. Die uitspraak is politiek begrijpelijk, maar bestuurlijk te vroeg. Het wetgevingsproces is slechts één fase. Na aanneming begint het moeilijkste gedeelte, de uitvoering.
Nieuwe wetten moeten worden vertaald naar werkbare structuren, duidelijke verantwoordelijkheden, voldoende financiering en concrete verbeteringen voor burgers die afhankelijk zijn van justitie. Daarbij komt de kwestie van de honorering van de rechterlijke macht. Dat hierover gesprekken zijn gevoerd, is belangrijk. Een professionele en onafhankelijke rechterlijke macht vereist immers niet alleen juridische bescherming, maar ook arbeidsvoorwaarden die passen bij de verantwoordelijkheid en zwaarte van het ambt. Suriname heeft in het verleden vaker meegemaakt dat hervormingen op papier indrukwekkend ogen, terwijl de uitvoering achterblijft. De aangekondigde modernisering moet daarom niet worden beoordeeld op het aantal vergaderingen dat is gehouden, maar op de institutionele resultaten die uiteindelijk zichtbaar worden. De regering heeft nu de kans om daadwerkelijk een fundament te leggen voor een sterkere rechtsstaat. Maar daarvoor is meer nodig dan consensus aan de onderhandelingstafel. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht moet structureel worden beschermd, het Openbaar Ministerie moet effectief kunnen functioneren en financiële autonomie moet meer zijn dan een mooie formulering in de wet. Het echte werk is dus niet klaar. Het echte werk begint zodra de wetten zijn aangenomen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com