Minister Harish Monorath van Justitie en Politie heeft een delegatie van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de Nederlandse Tweede Kamer ontvangen voor een kennismakingsgesprek. Het werkbezoek stond volledig in het teken van de verdere versterking van de samenwerking tussen Suriname en Nederland op het gebied van Justitie en Politie. Daarbij kwamen opnieuw bekende thema’s als partnerschap, institutionele versterking, kennisuitwisseling en de ontwikkeling van de rechtsstaat uitgebreid aan bod. De Nederlandse delegatie bestond uit de speciaal voor Suriname aangewezen rapporteurs Hanneke van der Werf en Jan Struijs. Tijdens de gesprekken werd teruggeblikt op de langdurige samenwerking tussen beide landen en vooruitgekeken naar een nieuwe fase waarin de bilaterale relatie verder moet worden verdiept. Volgens beide partijen moet die samenwerking gebaseerd zijn op gelijkwaardigheid, wederzijds respect en duurzame versterking van de betrokken instituten. Op papier klinkt dat ambitieus, maar in de praktijk zijn soortgelijke doelstellingen al jarenlang onderdeel van de samenwerking tussen beide landen.
Desondanks kampt Suriname nog steeds met hardnekkige problemen binnen de justitiële keten. Achterstanden bij de rechtspraak, een beperkte opsporingscapaciteit, tekorten aan middelen en personeel en een voortdurende strijd tegen zware criminaliteit laten zien dat structurele verbeteringen slechts mondjesmaat zichtbaar zijn. Een belangrijk onderdeel van de gesprekken was de voortzetting van het Makandra-project, dat volgens de betrokken partijen een nieuwe fase ingaat. De nadruk ligt daarbij op het verder optimaliseren van de samenwerking en het identificeren van nieuwe kansen. Via dit programma blijft Nederland technische ondersteuning bieden aan Surinaamse overheidsinstanties en instituten. Daarmee wordt opnieuw bevestigd dat Suriname, ondanks jarenlange samenwerking en diverse projecten, nog altijd sterk afhankelijk is van buitenlandse expertise om de justitiële en veiligheidssector verder te ontwikkelen. Juist die afhankelijkheid roept vragen op over de effectiviteit van eerdere samenwerkingsprogramma’s.
Wanneer projecten na jaren nog steeds vooral draaien om technische ondersteuning en capaciteitsopbouw, kan worden betwijfeld in hoeverre de beoogde duurzame zelfstandigheid daadwerkelijk is bereikt. De ambitie om sterke, zelfstandig functionerende instituten op te bouwen lijkt telkens weer te worden doorgeschoven naar een volgende fase van samenwerking. Ook de versterking van de rechtsstaat en de veiligheidsketen kreeg veel aandacht tijdens het overleg. Er werd gesproken over intensievere samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving en institutionele ontwikkeling. Concrete afspraken over meetbare resultaten, termijnen of specifieke hervormingen werden echter niet bekendgemaakt. Daarmee blijft het voor de samenleving onduidelijk welke verbeteringen op korte termijn daadwerkelijk mogen worden verwacht. De bevindingen van de Nederlandse rapporteurs worden verwerkt in een officieel rapport dat na het parlementaire zomerreces aan de Nederlandse Tweede Kamer wordt aangeboden. Dat rapport moet richting geven aan het toekomstige beleid. Voor Suriname verandert er voorlopig weinig, opnieuw is een overleg afgerond met veel diplomatieke woorden en ambitieuze plannen, terwijl burgers vooral wachten op een justitieel apparaat dat sneller, effectiever en onafhankelijker functioneert. Zolang concrete resultaten uitblijven, dreigt ook deze nieuwe fase van samenwerking vooral een voortzetting te worden van eerdere trajecten waarin overleg en beleidsdocumenten de boventoon voerden.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com