Internationale samenwerking staat hoog op de agenda van president Simons. In aanloop naar het Caricom voorzitterschap, dat Suriname in januari 2027 overneemt van Saint Lucia, zoekt de regering nadrukkelijk toenadering tot regionale en internationale partners. Guyana, Brazilië, de Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten worden genoemd als belangrijke gesprekspartners. De boodschap vanuit de regering is, Suriname moet sterker worden in regionale en internationale samenwerkingsverbanden. Maar diplomatieke contacten zijn nog geen ontwikkelingsbeleid. Het voeren van gesprekken, het maken van afspraken en het ontvangen van buitenlandse investeerders zijn slechts de eerste stappen. De werkelijke test ligt bij de uitvoering. Juist daar heeft Suriname in het verleden herhaaldelijk laten zien dat goede bedoelingen gemakkelijk kunnen stranden in bureaucratie, gebrekkige coördinatie en politieke besluiteloosheid. De timing van de internationale agenda is niet onbelangrijk. Met het naderende Caricom voorzitterschap krijgt Suriname een regionaal podium waarop het land meer invloed kan uitoefenen op de gezamenlijke agenda. President Simons maakt de komende zes maanden al deel uit van het bestuur van Caricom staatshoofden en regeringsleiders, samen met de huidige en recent afgetreden voorzitter.
Dat biedt kansen, maar schept tegelijkertijd verwachtingen. Het voorzitterschap mag geen ceremonieel prestigeproject worden. Suriname zal moeten aantonen dat het daadwerkelijk in staat is regionale samenwerking om te zetten in concrete voordelen. De contacten met Guyana zijn daarbij van bijzonder belang. Het buurland ontwikkelt zich razendsnel dankzij zijn olie en gasindustrie en heeft daarmee een economische dynamiek gekregen die Suriname niet kan negeren. Er is zowel fysiek als digitaal overleg geweest en een tegenbezoek van president Simons staat in de planning. Maar goede nabuurschapsrelaties alleen zijn onvoldoende. Suriname moet voorkomen dat het slechts reageert op de ontwikkelingen in Guyana. De samenwerking moet leiden tot concrete afspraken over handel, infrastructuur, grensbeheer, energie, veiligheid en economische ontwikkeling. Ook de samenwerking met Brazilië verdient kritische aandacht. Er wordt gesproken over gezamenlijke grensbewaking en een betere beheersing van het Surinaamse binnenland. Dat is noodzakelijk. Het binnenland is al jaren een gebied waar de overheid moeite heeft om effectief toezicht, economische ontwikkeling en bescherming van natuurlijke hulpbronnen met elkaar te verenigen.
Wie spreekt over betere grensbewaking, moet daarom ook bereid zijn te investeren in capaciteit, technologie, personeel en bestuurlijke aanwezigheid. Een afspraak op papier verandert nog niets aan de werkelijkheid in het veld. De samenwerking met de Verenigde Staten rond dataverzameling over ontwikkelingen in het Surinaamse achterland kan eveneens nuttig zijn. Maar dat deze afspraken nog door het parlement moeten komen, onderstreept een belangrijk punt, internationale samenwerking kan niet buiten de nationale democratische instituties om worden georganiseerd. Transparantie over de inhoud, doelstellingen en waarborgen van dergelijke afspraken is essentieel. Zeker wanneer het gaat om gegevensverzameling en informatie over het binnenland moet duidelijk zijn wie welke informatie verzamelt, met welk doel en onder welke voorwaarden. Op economisch gebied richt Suriname zich onder meer op landbouw en toerisme. De Dominicaanse Republiek wordt daarbij genoemd als samenwerkingspartner. Dat is logisch, maar ook hier ligt een risico op de loer. Suriname heeft vaker gesproken over investeringsbevordering, landbouwontwikkeling en toeristische groei zonder dat daar structurele resultaten tegenover stonden. Het probleem is niet uitsluitend een gebrek aan buitenlandse belangstelling. Zo belangrijk zijn de trage overheidsprocedures, onduidelijke regelgeving, beperkte infrastructuur en gebrekkige begeleiding van investeerders.
Het voorstel om een team samen te stellen dat investeerders daadwerkelijk begeleidt, kan daarom een belangrijke stap zijn. Maar zo een werkgroep mag geen nieuwe bureaucratische laag worden. De meerwaarde moet juist liggen in snelheid, deskundigheid en verantwoordelijkheid. Een investeerder moet weten waar hij terecht kan, welke regels gelden en binnen welke termijn een besluit kan worden verwacht. Als verschillende ministeries elkaar blijven tegenwerken, zal geen enkele buitenlandse delegatie dat probleem oplossen. De groeiende interesse in de agrosector en de aangekondigde bezoeken van toeristische investeerders bieden kansen. Maar kansen zijn geen resultaten. Suriname moet af van het patroon waarbij internationale contacten breed worden uitgemeten, terwijl maanden of jaren later onduidelijk blijft wat er daadwerkelijk is gerealiseerd. Het buitenlandse beleid van de regering Simons kan een belangrijke pijler worden van de economische ontwikkeling van Suriname. Het Caricom voorzitterschap biedt daarvoor een uitstekend platform. Maar succes zal uiteindelijk niet worden gemeten aan het aantal ontmoetingen, delegaties of ondertekende afspraken. Het zal worden gemeten aan betere grenscontrole, meer investeringen, hogere productie, nieuwe banen, groeiend toerisme en een overheid die daadwerkelijk levert. Internationale samenwerking is dus geen doel op zich. Het is een instrument. En dat instrument heeft pas waarde wanneer de Surinaamse samenleving er aantoonbaar beter van wordt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com