Met zijn oproep voor een Wet Bestuursrecht legt Assembleelid Asis Gajadien de vinger op een zwakke plek die in Suriname al jaren onder de oppervlakte schuurt. Namelijk dat burgers en bedrijven nog te vaak afhankelijk zijn van losse procedures, onduidelijke motiveringen en wisselende bestuurlijke interpretaties zodra zij met de overheid in aanraking komen. Gajadien koppelt die lacune nadrukkelijk aan de noodzaak om de rechtsstaat steviger te verankeren. Hij stelt dat openbaarheid alleen geen echte bescherming biedt wanneer er geen uniforme en afdwingbare regels bestaan voor hoe besluiten worden genomen, gemotiveerd en aangevochten. Die oproep komt op een moment waarop in De Nationale Assemblée opnieuw wordt gewerkt aan initiatiefwetten rond openbaarheid van bestuur. Daarmee is de politieke discussie over transparantie zichtbaar in beweging, maar de fundamentele bestuursrechtelijke onderlaag ontbreekt nog steeds.
De kern van zijn betoog is dat een staat pas werkelijk geloofwaardig wordt wanneer burgers niet alleen informatie kunnen opvragen, maar ook weten aan welke vaste normen de overheid zelf gebonden is wanneer zij beslist over vergunningen, sancties, toewijzingen of andere bestuurlijke handelingen. Zonder zo’n algemeen bestuursrecht blijven bezwaar, beroep, motivering en procedurele rechtszekerheid te veel versnipperd of afhankelijk van ad hoc benaderingen. Daar ontstaat ruimte voor willekeur, bestuurlijke mist en uiteindelijk ook misbruik. In Suriname wordt die zwakte volgens Gajadien extra zichtbaar bij zwaardere staatsrechtelijke processen. Daarbij zet het ontbreken van een volledig uitgewerkt juridisch kader het vertrouwen in een ordelijke en controleerbare overheid verder onder druk.
De roep om zo’n wet staat niet op zichzelf, want ook binnen de Surinaamse rechtsontwikkeling klinkt al langer dat modernisering van de rechtspraak en beter geordende bestuursregels nodig zijn om burgers sneller, transparanter en consistenter toegang tot rechtsbescherming te geven. Bij de opening van het zittingsjaar 2025 en 2026 werd vanuit de rechterlijke macht al gewezen op de wenselijkheid van een Algemene Wet Bestuursrecht. Ook in juridische studies en publieke debatten wordt steeds nadrukkelijker betoogd dat Suriname te veel afzonderlijke wetten bouwt zonder een helder fundament voor het openbaar bestuur. Het land kijkt daarmee feitelijk naar een vraag die elders al veel eerder is beantwoord. Namelijk dat transparantie pas kracht krijgt wanneer zij wordt ondersteund door dwingende procedurele spelregels voor de overheid zelf.
Het politieke gewicht van Gajadiens boodschap zit daarom minder in de vraag of openbaarheid belangrijk is, want daarover groeit de consensus. Veel meer zit het in de waarschuwing dat Suriname zich niet kan blijven beroepen op goede bedoelingen zonder bestuurlijke rechtsorde die voor iedereen herkenbaar en afdwingbaar is. Een regering die serieus spreekt over verantwoording, anticorruptie en versterking van de rechtsstaat zal uiteindelijk ook moeten vastleggen hoe besluiten worden voorbereid, gemotiveerd, herzien en getoetst. Anders blijft transparantie vooral een venster zonder stevige muren eromheen. Paramaribo staat daarmee voor een keuze die niet langer kan worden uitgesteld. Namelijk of het openbaar bestuur eindelijk een juridisch skelet krijgt dat burgers beschermt, of dat het land regels blijft stapelen zonder de structuur die ze echt laat werken.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com