Er lijkt tegenwoordig bijna geen dag voorbij te gaan zonder dat het begrip ‘local content’ ter sprake komt in onze samenleving. Toch blijkt dat veel mensen eigenlijk niet precies weten wat dit begrip inhoudt. Simpel gezegd betekent local content dat we er, zowel nu als in de toekomst, zo veel mogelijk voor moeten zorgen dat ons eigen volk eerst aan werk wordt geholpen. Dit is eigenlijk vanzelfsprekend: elke Surinamer zou zich geroepen moeten voelen om zijn of haar steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van ons land.
De discussie over local content is de laatste tijd alleen maar sterker geworden, vooral omdat we weten dat na 2028 de olieproductie offshore aanzienlijk zal toenemen. Suriname zal daardoor veel meer valuta, dollars en euro’s binnenhalen. Hoe groot deze inkomsten zullen zijn, hangt echter volledig af van de wereldmarktprijs van aardolie. Stijgt de prijs per barrel, dan profiteren we daar volop van. Daalt de prijs echter, zoals al vaak is gebeurd, dan vallen de inkomsten flink tegen. Dit betekent dat we ons niet blind moeten staren op hoge prijzen en onze uitgaven op onverantwoorde wijze moeten opschroeven. Als de prijzen plotseling dalen, kunnen we dan immers onze uitgaven niet dekken.
Als we het hebben over local content, moeten we ook eerlijk zijn over wat dit werkelijk betekent. De oliemaatschappijen die hier actief zijn, zoals Total en Apache, zullen zeker lokale werknemers nodig hebben, maar dat betekent niet dat duizenden mensen zomaar een goed betaalde baan zullen vinden. De bedrijven hebben vooral hoogopgeleide technische krachten nodig en geen medewerkers zonder ervaring of kennis van de olie-industrie. Geld stroomt niet vanzelf binnen; het vereist inzet, kennis en harde arbeid van onze kant. Historisch gezien, bij bedrijven zoals Suralco en Billiton, werd er van werknemers verwacht dat ze presteerden. Wie dat niet deed, werd ontslagen. Wat vaak wordt vergeten, is dat een groot deel van het probleem de werkethiek en motivatie van onze werknemers betreft.
Veel bedrijven hebben al lange tijd moeite om geschikte kandidaten te vinden voor vacatures. En als er iemand reageert, stelt diegene vaak zulke hoge eisen dat het bedrijf besluit iemand anders aan te nemen. Velen rekenen het aangeboden salaris direct om naar dollars of euro’s en vinden het vervolgens niet voldoende.
Hierbij wordt echter vergeten dat veel Surinaamse bedrijven door omzetdalingen niet in staat zijn om aan zulke hoge eisen te voldoen. Het Surinaamse bedrijfsleven worstelt al geruime tijd met deze situatie. Men kan blijven praten over local content, maar ook de grote oliemaatschappijen zullen kritisch kijken naar kosten, prijsindexen en efficiëntie voordat ze investeren in personeel.
Na 2028 zullen buitenlandse bedrijven zeer nauwkeurig bekijken wie in dienst komt en tegen welke voorwaarden, waarbij financiële haalbaarheid altijd vooropstaat.
Surinaamse bedrijven kunnen echter wel profiteren van de spin-off effecten van de olie-industrie. Dit betekent dat toeleveranciers van goederen en diensten aanzienlijk beter kunnen verdienen. Hier ligt dus een belangrijke kans voor onze lokale werknemers, maar ook deze bedrijven zullen zuinig zijn met hun budgetten. Wie te hoge eisen stelt, loopt het risico buitengesloten te worden. Het is belangrijk om te beseffen dat local content geen garantie is voor automatische rijkdom. Als onze werkethiek en houding niet veranderen, zullen velen van ons ook na 2028 buiten de boot vallen. Sommige banen worden nu al door buitenlanders ingevuld, simpelweg omdat onze eigen mensen te hoge looneisen hebben of te weinig bereid zijn om zich echt in te zetten. Wil Suriname profiteren van de kansen die de olie-industrie biedt, dan zullen we moeten investeren in opleiding, inzet en realistische verwachtingen, zodat ons volk daadwerkelijk kan profiteren van de lokale werkgelegenheid.