In Noorwegen woedt al jaren een debat dat de randen van economie en moraal raakt, omdat het land met opgeheven hoofd aan de wereld laat zien dat je miljonairs kunt zien vertrekken en toch vasthouden aan een belastingstelsel dat ongelijkheid afremt en de gemeenschap sterker moet maken. Aan de ene kant staan ondernemers en vermogende families die hun koffers pakken en zich vestigen in landen met mildere regels, aan de andere kant een regering die de rijkdom die in decennia is opgebouwd niet uitsluitend wil overlaten aan erfenissen en beurskoersen, maar via een aparte heffing op vermogen een bijdrage vraagt aan de financiering van publieke voorzieningen en sociale stabiliteit.
Die vermogensbelasting is diep verankerd in de Noorse traditie en wordt ondersteund door een cultuur waarin belastinggegevens van burgers grotendeels openbaar zijn, zodat de discussie over wie hoeveel bijdraagt minder in het schemerduister plaatsvindt. Voorstanders zien de heffing als een noodzakelijke extra laag bovenop de reguliere inkomensbelasting, juist in een land dat geen erfbelasting meer kent en dat dankzij olie, scheepvaart en visserij tot de welvarendste staten ter wereld behoort. De redenering is eenvoudig, een samenleving die haar staatkas niet eindeloos rechtstreeks uit de oliepot wil vullen en uitgaven aan een zelfopgelegde norm heeft gebonden, heeft andere bronnen van inkomsten nodig en vraagt daarom expliciet aan de rijksten om een grotere schouder te bieden.
Tegelijk is het onmiskenbaar dat de rekening voor een deel wordt betaald in menselijk kapitaal, want onder de vertrekkers bevinden zich veel bedrijfseigenaren en erfgenamen die vrezen dat langdurige druk op hun vermogen hun ruimte beperkt om te investeren of hun onderneming door moeilijke tijden te loodsen. Vooral start-up oprichters en familiebedrijven klagen dat zij al belasting betalen over papieren winsten lang voordat er echte kasstromen zijn, waardoor de prikkel ontstaat om vroegtijdig delen van hun belang te verkopen of te verhuizen naar jurisdicties waar vermogen minder zwaar weegt in de jaarlijkse aanslag. Onderzoekers wijzen erop dat dit op termijn meetbare effecten kan hebben op de groei en dat Noorwegen minder durfgeld aantrekt dan landen die het vermogen meer ongemoeid laten.
De andere kant van de medaille is dat de belastingopbrengsten, ondanks het vertrek van een groep vermogenden, gestaag zijn toegenomen en dat de druk vooral bij de bovenste lagen op de rijkdomsladder ligt. Studies van het nationale statistiekbureau suggereren dat de meeste ondernemers in staat zijn de bijdrage te betalen zonder hun bedrijf direct in gevaar te brengen en dat de maatregel niet automatisch leidt tot het massaal schrappen van banen of investeringen. Noorwegen blijft in internationale ranglijsten bovenaan staan als het gaat om gelijkheid, sociale mobiliteit en het gemak waarmee er zaken kan worden gedaan, wat supporters gebruiken als argument dat een stevig herverdelingsmechanisme niet per definitie vijandig hoeft te zijn voor economische dynamiek.
Politiek gezien is het debat verre van afgerond, want opiniepeilingen laten een verdeeld beeld zien waarin een aanzienlijke groep Noren de belasting wil behouden of zelfs aanscherpen, terwijl anderen pleiten voor verlaging of afschaffing. De huidige centrumlinkse regering zoekt naar een breed akkoord over de toekomst van het hele belastingstelsel en nodigt alle partijen uit om mee te praten, maar legt één ankerpunt neer, de vermogensheffing verdwijnt niet uit het instrumentarium, hooguit verandert de vorm en reikwijdte. Daarmee wordt de discussie verschoven van de vraag of er een bijdrage over vermogen moet zijn naar hóe die er uitziet en hoe de schadelijke effecten op ondernemers en investeerders kunnen worden beperkt zonder de herverdelende kracht op te geven.
Voor landen als Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en zelfs grote steden elders fungeert Noorwegen als proefveld, al durft voorlopig niemand het Noorse model in volle omvang over te nemen. Pogingen om vergelijkbare heffingen in te voeren, stranden vaak op politieke weerstand of worden zo smal vormgegeven dat de opbrengst beperkt blijft, terwijl de symbolische lading groot is. Tegelijk blijkt uit internationale migratiecijfers dat vermogende mensen wereldwijd bewegen, niet alleen uit Noorwegen maar ook uit andere landen die fiscale voordelen afschaffen, en dat bestemmingen met vriendelijkere regimes gretig gebruikmaken van die instroom.
Voor Suriname, dat aan de voorpoort staat van een nieuwe inkomstenstroom uit offshore olie en tegelijk worstelt met grote verschillen in kansen en met de behoefte aan stabiele staatsfinanciën, schuilt in deze Noorse ervaring een waarschuwend maar ook inspirerend verhaal. Het laat zien dat een land bewust kan kiezen om de sterkste schouders meer te laten dragen en toch aantrekkelijk te blijven voor zaken en innovatie, maar ook dat zulke keuzes het beste werken wanneer zij duidelijk worden uitgelegd, breed worden gedragen en ingebed zijn in een samenhangend pakket van regels voor sparen, erven en investeren. In een jonge olie economie waar het risico van plotselinge rijkdom en blijvende ongelijkheid nadrukkelijk aanwezig is, kan een vroeg en eerlijk gesprek over welke bijdrage vermogenden leveren aan onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur veel spanningen later voorkomen, zeker als dat gesprek niet alleen achter gesloten deuren wordt gevoerd maar ook in het volle daglicht van een samenleving die zichzelf serieus neemt.