De ordening van de goudsector staat opnieuw hoog op de agenda van de regering. Dat is op zichzelf geen nieuws. Al jaren wordt gesproken over betere controle, meer staatsinkomsten, strengere handhaving en een einde aan de chaotische situatie in het binnenland. Toch blijft de werkelijkheid weerbarstig. Terwijl er jaarlijks grote hoeveelheden goud uit de Surinaamse bodem worden gehaald, slaagt de staat er nog steeds onvoldoende in om een evenredig deel van die rijkdom naar de staatskas te laten vloeien. President Simons erkent dat Suriname veel goud produceert, maar daar financieel onvoldoende van profiteert. Daarmee wordt een oud en pijnlijk probleem opnieuw blootgelegd, Suriname beschikt over een waardevolle natuurlijke hulpbron, maar heeft onvoldoende grip op de keten die deze rijkdom moet omzetten in publieke inkomsten, ontwikkeling en duurzame economische groei. Naast grote spelers als Newmont en Zijin Rosebel Gold Mines NV is in het binnenland een omvangrijke kleinschalige goudsector actief. Daar bevinden zich zowel legale als illegale goudzoekers. Juist in dat deel van de sector ontbreekt het structureel aan overzicht en controle. De overheid weet dat er goud wordt gewonnen, maar heeft kennelijk onvoldoende zicht op hoeveel, door wie, onder welke omstandigheden en tegen welke prijs.
Dat is niet slechts een administratief probleem. Het raakt rechtstreeks aan belastinginkomsten, milieubescherming, arbeidsomstandigheden, criminaliteit en de veiligheid in het binnenland. De regering wil daarom een Gold Board instellen. Dit orgaan moet de goudhandel transparanter maken, de kleinschalige goudwinning beter ordenen en tegelijkertijd de staatsinkomsten verhogen. Op papier klinkt dat veelbelovend. Maar een nieuwe instantie is geen garantie voor beter bestuur. Suriname heeft in het verleden vaker commissies en structuren ingesteld om de goudsector te reguleren. Volgens president Simons hebben die niet het gewenste resultaat opgeleverd. Daarmee ligt meteen de grootste uitdaging op tafel, het probleem is niet alleen een gebrek aan instituties, maar vooral een gebrek aan effectieve uitvoering, handhaving en politieke daadkracht. Een Gold Board kan alleen succesvol zijn als het meer wordt dan een extra bestuurslaag. Er moet daadwerkelijk controle komen op de goudproductie, de handel, de export en de geldstromen. Zonder betrouwbare registratie en harde handhaving dreigt het nieuwe orgaan vooral een papieren oplossing te worden voor een probleem dat zich diep in het binnenland afspeelt. Ook de veiligheid vormt een ernstige schaduw over de goudsector.
Overvallen komen regelmatig voor in het achterland. Daar waar grote bedragen, goud en gebrekkige controle samenkomen, ontstaat vanzelf een voedingsbodem voor criminaliteit. Het verbeteren van de goudsector kan daarom niet los worden gezien van het versterken van de aanwezigheid en capaciteit van de staat in het binnenland. Daar komt het milieuprobleem nog bij. Het gebruik van kwik en cyanide in de goudwinning is al decennialang een gevoelig onderwerp. Grote goudmaatschappijen staan onder toezicht van de Nationale Milieu Autoriteit, maar schadelijke stoffen komen volgens de regering al jarenlang ongecontroleerd het land binnen. Dat betekent dat er een groot verschil bestaat tussen formele milieuregels en wat zich daadwerkelijk op de grond afspeelt. Vooral het gebruik van kwik in de kleinschalige goudwinning heeft verstrekkende gevolgen. Het gaat niet alleen om vervuilde bodem en water, maar ook om ecosystemen en gemeenschappen die afhankelijk zijn van rivieren en het bos. Als de regering werkelijk een keerpunt wil bereiken, zal zij dus veel verder moeten gaan dan het opstellen van nieuwe wetgeving. Het positieve is dat de regering erkent dat goudwinning voorlopig niet verdwijnt. Dat is realistisch. Goud vormt nog altijd een belangrijk onderdeel van de staatsinkomsten en biedt voor duizenden mensen een bron van inkomen. Een beleid dat simpelweg zou proberen de goudwinning te verbieden, zou weinig realistisch en mogelijk zelfs contraproductief zijn.
De noodzakelijke koerswijziging ligt daarom niet in het beëindigen van de goudwinning, maar in het veranderen van de manier waarop die plaatsvindt. De regering zegt te willen investeren in minder schadelijke winningstechnieken en goudzoekers daarin te trainen. Dat is essentieel. Wie kleinschalige goudzoekers uitsluitend als overtreders behandelt, zonder hen een economisch haalbaar alternatief te bieden, zal weinig bereiken. Legale en milieuvriendelijkere goudwinning moet niet alleen verplicht worden gesteld, maar ook praktisch en financieel mogelijk worden gemaakt. De aangekondigde conceptwet, die mogelijk in het vierde kwartaal aan het parlement wordt aangeboden, wordt daarmee een belangrijk moment. Maar wetgeving alleen zal de goudsector niet ordenen. De echte test begint pas daarna, bij registratie, controle, handhaving, milieutoezicht, belastinginning en de aanpak van illegale goudhandel. Suriname staat voor een duidelijke keuze. Goud kan een blijvende bron van inkomsten zijn, maar alleen als de staat eindelijk voldoende grip krijgt op de sector. Zolang goud wel wordt gewonnen maar een groot deel van de economische waarde buiten het bereik van de staat blijft, blijven de bodemschatten van Suriname vooral een gemiste kans. De Gold Board kan een begin zijn. Maar zonder sterke uitvoering dreigt het slechts de zoveelste poging te worden om een sector te ordenen die al decennialang aan effectieve controle ontsnapt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com