Suriname wordt opnieuw internationaal beoordeeld op de naleving en bescherming van mensenrechten. Minister van Justitie en Politie, Harish Monorath, zal namens de Surinaamse regering het woord voeren tijdens de 53e zitting van de Universele Periodieke Evaluatie (UPR) van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in het Palais des Nations in Genève, Zwitserland. Het betreft de vierde internationale beoordeling van Suriname binnen dit VN-mechanisme. Eerdere evaluaties vonden plaats in 2011, 2016 en 2021. Dat Suriname opnieuw aan de beurt is, onderstreept dat mensenrechten geen eenmalig onderwerp van internationale aandacht zijn, maar een voortdurende verplichting waaraan de prestaties van een land periodiek worden getoetst. De aanwezigheid van een Surinaamse delegatie onder leiding van de minister is op zichzelf geen bewijs van vooruitgang. De werkelijke betekenis van deze beoordeling ligt niet in de verklaringen die in Genève worden afgelegd, maar in de concrete resultaten die Suriname op het gebied van mensenrechten kan aantonen. Internationale toezeggingen hebben immers weinig waarde wanneer de uitvoering daarvan in eigen land achterblijft.
De Universele Periodieke Evaluatie is een internationaal mechanisme waarbij alle 193 lidstaten van de Verenigde Naties periodiek door andere lidstaten worden beoordeeld op hun mensenrechtenverplichtingen, inspanningen en resultaten. Tijdens deze procedure worden ontwikkelingen, tekortkomingen en bestaande uitdagingen besproken. Ook kunnen landen aanbevelingen doen om de mensenrechtensituatie te verbeteren. Voor Suriname betekent de vierde beoordeling dat het land opnieuw rekenschap moet afleggen over de wijze waarop het zijn internationale verplichtingen nakomt. Daarbij mag de aandacht niet uitsluitend uitgaan naar beleidsvoornemens, wetgeving en officiële rapportages. Doorslaggevend is vooral de vraag of de bescherming van mensenrechten daadwerkelijk merkbaar is in het dagelijks leven van burgers. Een geloofwaardige beoordeling vereist daarom meer dan een opsomming van behaalde resultaten. Ook tekortkomingen, achterstanden en structurele problemen moeten openlijk worden erkend. Het presenteren van een positief overheidsbeeld mag niet ten koste gaan van een eerlijke weergave van de werkelijkheid.
Mensenrechten vormen geen diplomatiek visitekaartje dat uitsluitend tijdens internationale bijeenkomsten wordt opgepoetst. Het gaat om fundamentele rechten die iedere burger moet kunnen genieten, ongeacht afkomst, maatschappelijke positie of financiële draagkracht. De bescherming van deze rechten vereist goed functionerende overheidsinstellingen, onafhankelijke rechtspraak, effectieve rechtsbescherming en een overheid die bereid is verantwoordelijkheid te nemen wanneer tekortkomingen worden vastgesteld. Juist daar ligt voor Suriname een belangrijke verantwoordelijkheid. De internationale beoordeling moet niet worden benaderd als een formele verplichting die na afloop van de bijeenkomst kan worden afgevinkt. De aanbevelingen die uit het proces voortkomen, moeten worden vertaald naar concrete beleidsmaatregelen, duidelijke uitvoeringsdoelen en controleerbare resultaten. Bovendien mag de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij het ministerie van Justitie en Politie worden gelegd. Mensenrechtenbescherming raakt meerdere onderdelen van het staatsbestel en vereist samenwerking tussen overheidsinstanties en andere betrokken maatschappelijke organisaties. De vierde UPR-beoordeling biedt Suriname een nieuwe gelegenheid om internationaal verantwoording af te leggen.
Tegelijkertijd vormt zij een confrontatie met de verplichtingen die het land eerder is aangegaan. Aanbevelingen uit voorgaande beoordelingsrondes mogen niet telkens opnieuw worden besproken zonder dat duidelijk wordt welke vooruitgang daadwerkelijk is geboekt. De regering zal daarom niet alleen moeten aangeven welke stappen zijn gezet, maar ook inzicht moeten geven in de uitvoering, de resterende knelpunten en de maatregelen die nodig zijn om tekortkomingen aan te pakken. De internationale gemeenschap kijkt niet alleen naar de woorden van de Surinaamse vertegenwoordigers, maar ook naar de geloofwaardigheid van het beleid en de aantoonbare bereidheid om verbeteringen door te voeren. De bijeenkomst in Genève moet dan ook meer opleveren dan diplomatieke erkenning of positieve formuleringen in een internationaal verslag. Voor Suriname ligt de echte uitdaging in het verkleinen van de afstand tussen internationale verplichtingen en de dagelijkse werkelijkheid. Mensenrechten worden niet beschermd door verklaringen achter een spreekgestoelte, maar door beleid dat wordt uitgevoerd, instellingen die functioneren en rechten die daadwerkelijk worden gerespecteerd. Dat is uiteindelijk de maatstaf waarop Suriname moet worden beoordeeld.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com