De Franse taal staat opnieuw op de agenda van het Surinaamse onderwijs, omdat de Franse ambassadeur Nicolas de Lacoste en onderwijsminister Dirk Currie hebben verkend hoe Frans weer een vaste plek kan krijgen in het reguliere aanbod en hoe de samenwerking met Frankrijk en Frans Guyana daarbij kan worden verdiept. Daarbij kwam meteen de kern van het probleem op tafel, want Frans verdween decennialang vrijwel uit de klas door een hardnekkig tekort aan bevoegde leerkrachten, waardoor het vak nog slechts op beperkte schaal langs de oostgrens zichtbaar blijft en in het beroepsonderwijs vooral als keuzevak overeind bleef met een programma dat vernieuwing vraagt.
De Lacoste wees op een logische wederkerigheid, omdat in Frans Guyana het Nederlands als extra taal wordt aangeboden en het gesprek daarom niet alleen over lessen gaat, maar ook over gelijkwaardige uitwisseling en een grensregio die dagelijks met twee werelden leeft. In die lijn werd een pilot in Albina genoemd als startpunt om Frans weer officieel in te bedden, met als doel de afstand tussen school, werk en grensverkeer kleiner te maken, zeker voor jongeren die nu al tussen Suriname en de Franse kant pendelen voor studie, stage of familiebanden.
Minister Currie koppelde taal aan een bredere agenda, omdat hij kansen ziet om onderwijs, sport en maatschappelijke organisaties als gezamenlijke pijlers te gebruiken in de relatie met Frankrijk en Frans Guyana, en omdat taal pas echt landt wanneer jongeren het ook in hun dagelijks leven kunnen gebruiken. Het gesprek raakte daarom ook aan afstandsonderwijs met leerkrachten uit Frans Guyana als tijdelijke brug voor het docententekort, een aanpak die aansluit bij Curries eerdere nadruk op modernisering, curriculumvernieuwing en het beter inzetten van ICT om ongelijkheid in kansen te verkleinen.
Voor Suriname is de herwaardering van Frans meer dan cultuur, want het is een economische vaardigheid die direct raakt aan toerisme, dienstverlening, handel en arbeidsmobiliteit in het oosten, en die tegelijk de deur opent naar opleidingen, uitwisseling en projecten waar Frankrijk en de EU vaak financiering en expertise meebrengen. Het helpt wanneer scholen en ouders Frans weer gaan zien als een praktisch instrument, net zo normaal als rekenen en digitale basisvaardigheden, omdat jongeren met taal in hun gereedschapskist sneller doorstromen naar banen waar klantencontact, techniek en grensoverschrijdend werk elkaar kruisen.