De Suriname Economic Oversight Board (SEOB) luidt opnieuw de alarmbel. In haar nieuwste rapport schetst de toezichthouder een verontrustend beeld, de inflatie klimt sneller omhoog dan verwacht, de wisselkoers glipt verder weg en de staatsschuld blijft gevaarlijk hoog. De boodschap van SEOB is duidelijk, Suriname staat op een kruispunt, en de tijd voor halve maatregelen is voorbij. Met een inflatie van 10,8% in augustus 2025 staat de koopkracht opnieuw onder zware druk. Volgens SEOB is het geen kwestie meer van incidentele prijsstijgingen, er zit structurele brandstof achter de inflatie. Meer geld in omloop, een zwakker wordende Surinaamse dollar en een economie die telkens opschrikt van koersbewegingen, het is een cocktail die de prijzen blijft opstuwen.
En die wisselkoers? Die blijft maar glijden. Waar de girale USD-koers begin dit jaar nog rond SRD 35 lag, zit die in september al op SRD 38,4 per dollar. De onzekerheid groeit met de dag en dat voelen burgers en bedrijven direct in hun portemonnee. Achter de schermen gaat de geldmachine gewoon door. In augustus steeg de basisgeldhoeveelheid (M0) met 1,8%, terwijl de ruimere geldhoeveelheid (M2) met bijna 6% toenam. SEOB waarschuwt, als dit tempo aanhoudt zonder strenger monetair beleid, dan stevenen we af op nog meer inflatie en extra volatiliteit op de valutamarkt. Er is ook goed nieuws, de internationale reserves staan er stevig bij. Met een importdekking van ruim 7 maanden en een totale reservepositie van USD 1,55 miljard is Suriname extern gezien veerkrachtig. Maar binnenlands blijft één cijfer boven de economie hangen als een donkere wolk, de staatsschuld, die is opgelopen tot 88,3% van het BBP. Dat ligt fors boven het wettelijk plafond van 60%. En al staat de bankensector er kapitaaltechnisch goed voor, de kwaliteit van leningen verslechtert zichtbaar, niet-renderende leningen stegen naar 6,6%. SEOB keek ook naar de vertaalslag van de jaarrede naar de begroting.
Het oordeel? Gemengd. Sommige ministeries tonen duidelijke beleidsconsistentie, maar andere blijven steken in losse ambities zonder concrete plannen. Het risico, mooie visies die blijven hangen in papieren beloftes. Tegelijkertijd schuift een nieuw economisch tijdperk aan de horizon, de offshore olie- en gasindustrie. SEOB benadrukt dat Suriname nú moet kiezen voor sterker local-contentbeleid, zodat niet alleen buitenlandse bedrijven profiteren, maar ook lokale ondernemers en werknemers.
In haar slotboodschap is SEOB ongewoon scherp. Als Suriname de cyclus van inflatie, koersdruk en begrotingstekorten wil doorbreken, dan moet het roer om. Geen lapmiddelen, maar een samenhangende strategie. Dat betekent, Strengere begrotingsdiscipline, transparante overheidsfinanciën, beter schuldbeheer, effectievere belastinginning en een investeringskader dat vertrouwen wekt. Interessant is dat SEOB zelfs verwijst naar het Argentijnse RIGI-model, een wettelijk investeringsregime dat buitenlandse investeerders zekerheid biedt. Volgens SEOB kan Suriname hiervan leren vooral nu grote investeringen in energie, infrastructuur en industrie broodnodig zijn.