Met een onderwijssysteem dat al jaren onder druk staat door achterstanden, uitvoeringsproblemen, veranderende maatschappelijke verwachtingen en een groeiende behoefte aan vertrouwen binnen de sector, probeert het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur via zijn ministerieel bulletin de discussie over waarden en normen opnieuw naar de kern van het bestuur te trekken. De officiële nieuwsbrief van Juni 2026, uitgegeven onder minister Dirk Currie, laat zien dat de leiding van het ministerie niet alleen wil spreken over beleid, toegang en onderwijsvernieuwing, maar ook over de houding en werkwijze waarmee ambtenaren, leidinggevenden, scholen en betrokken partners met elkaar moeten omgaan. Achter de gekozen kernwaarden schuilt daardoor een bredere poging om de cultuur binnen het ministerie te ordenen rond transparantie, oprechtheid, verantwoordelijkheid, eerlijkheid en respect.
De minister plaatst zijn boodschap tegen de achtergrond van twee duidelijke beleidsuitgangspunten. Niemand mag worden achtergelaten en toegang tot onderwijs moet voor eenieder mogelijk zijn. Die uitgangspunten klinken eenvoudig, maar zij raken aan de harde werkelijkheid van een onderwijssector waarin verschillen in kansen, kwaliteit, bereikbaarheid, ondersteuning en uitvoering nog altijd groot zijn. Een ministerie dat zulke uitgangspunten serieus neemt, kan niet volstaan met plannen en vergaderingen, maar moet ervoor zorgen dat elk besluit uiteindelijk toetsbaar wordt aan de vraag of leerlingen, ouders en onderwijsgevenden daadwerkelijk beter worden geholpen.
Daarom krijgt het aangekondigde onderwijscongres, dat van 8 tot en met 10 Juni moet plaatsvinden, een grotere betekenis dan een gewone overlegbijeenkomst. Volgens de minister is het nodig om zoveel mogelijk meningen te verzamelen, position papers van verschillende groepen te gebruiken als input en op die manier een breder draagvlak te creëren voor veranderingen binnen de structuur van het onderwijs. Daarmee wordt erkend dat onderwijsverandering niet van bovenaf kan worden opgelegd zonder dat de mensen die haar dagelijks moeten dragen, ook werkelijk worden betrokken bij de voorbereiding en uitvoering.
De waarschuwing over implementatie is misschien het belangrijkste deel van de boodschap. Elke verandering kan alleen succesvol worden uitgevoerd wanneer de noodzakelijke voorbereidingen tijdig worden getroffen en iedereen die bij de uitvoering betrokken is adequaat wordt getraind. Daarmee raakt de minister aan een bekend zwak punt binnen het openbaar bestuur, namelijk dat beleidsideeën vaak sneller worden aangekondigd dan voorbereid, waardoor scholen en onderwijsgevenden uiteindelijk de druk voelen van plannen die op papier goed klinken maar op de werkvloer onvoldoende zijn uitgewerkt.
De gekozen kernwaarden worden samengebracht onder het begrip TOVER, waarin transparantie en openheid, oprechtheid, verantwoordelijkheid, eerlijkheid en respect als leidraad worden gepresenteerd. Die opbouw geeft het ministerie een herkenbaar kader, maar de echte waarde ervan zal afhangen van de manier waarop deze woorden worden vertaald naar gedrag, besluitvorming, communicatie en dagelijkse dienstverlening. Een kernwaarde heeft pas betekenis wanneer zij zichtbaar wordt in hoe klachten worden behandeld, hoe informatie wordt gedeeld, hoe afspraken worden nagekomen en hoe leidinggevenden omgaan met kritiek.
Transparantie en openheid worden gekoppeld aan toegankelijkheid, vragen stellen, openstaan voor feedback, duidelijkheid en kwetsbaarheid. Dat is belangrijk, omdat veel wantrouwen binnen organisaties ontstaat wanneer mensen niet weten waarom besluiten worden genomen, welke informatie is gebruikt of waarom processen vertragen. Een ministerie dat transparantie serieus neemt, moet daarom niet alleen communiceren wanneer alles afgerond is, maar ook uitleg geven tijdens het proces, vooral wanneer onderwijsgevenden, ouders en leerlingen direct geraakt worden door beleid.
Oprechtheid wordt verbonden aan ethisch handelen, open communicatie, integriteit en objectiviteit. Daarmee wordt de lat hoger gelegd voor een bestuurscultuur waarin persoonlijke voorkeur, politieke druk of institutionele gewoonte niet zwaarder mogen wegen dan eerlijk oordeel en rechtvaardige behandeling. In een sector waar benoemingen, plaatsingen, toelagen, schoolbeleid en besluitvorming veel mensen direct raken, is oprechtheid geen zachte waarde maar een bestuurlijke noodzaak.
Verantwoordelijkheid krijgt binnen het kader de betekenis van plichtsbesef, ownership, commitment, aanspreekbaarheid en discipline. Die combinatie is goed, omdat zij de overheid dwingt om niet alleen naar anderen te wijzen wanneer zaken mislopen. Aanspreekbaarheid betekent dat taken duidelijk moeten zijn, deadlines serieus moeten worden genomen en leidinggevenden bereid moeten zijn uit te leggen waarom iets wel of niet is uitgevoerd.
Eerlijkheid wordt ingevuld met integriteit, waarheidsgetrouwheid, transparantie, rechtvaardigheid en discretie. Dat is een noodzakelijke combinatie, omdat eerlijk bestuur niet alleen draait om openheid maar ook om zorgvuldigheid. Vertrouwelijke informatie moet worden beschermd, maar geheimhouding mag niet worden gebruikt om fouten, vertraging of willekeur aan het zicht te onttrekken.
Respect wordt tenslotte gekoppeld aan betrokkenheid, actief luisteren, professionaliteit, acceptatie en het nakomen van afspraken. In het onderwijs is dat misschien de meest praktische waarde, omdat spanningen tussen ministerie, scholen, bonden, ouders en leerlingen vaak groeien wanneer mensen zich niet gehoord of niet serieus genomen voelen. Respect blijkt dan niet uit vriendelijke taal alleen, maar uit het vermogen om afspraken op tijd uit te voeren, kritiek niet af te straffen en professionals op de werkvloer als volwaardige gesprekspartners te behandelen.
De grote uitdaging is dat waarden en normen alleen geloofwaardig worden wanneer zij consequent worden toegepast in moeilijke momenten. Het is relatief eenvoudig om transparantie, verantwoordelijkheid en respect op te nemen in een bulletin, maar veel moeilijker om ze vol te houden wanneer beleid onder druk staat, middelen beperkt zijn, bonden kritiek leveren of scholen aangeven dat uitvoeringsplannen niet haalbaar zijn. Juist dan zal blijken of TOVER een intern communicatiemodel blijft of uitgroeit tot een werkelijke gedragslijn binnen het ministerie.
Suriname heeft in het onderwijs vooral behoefte aan een bestuurscultuur die woorden sneller omzet in zichtbare verbetering. Toegang tot onderwijs, gelijke kansen en niemand achterlaten vragen om meer dan goede intenties, omdat leerlingen en leerkrachten uiteindelijk leven met de gevolgen van trage administratie, onvoldoende voorbereiding, gebrekkige communicatie en half uitgevoerde hervormingen. De richting moet daarom zijn dat waarden niet alleen worden besproken in overlegstructuren, maar worden gekoppeld aan meetbare afspraken, training, verantwoordelijke functionarissen en een duidelijke manier om voortgang te controleren.
Het ministerieel bulletin laat uiteindelijk zien dat het ministerie beseft dat onderwijsvernieuwing niet alleen een technische opdracht is, maar ook een culturele. Nieuwe plannen kunnen falen wanneer de houding binnen het systeem oud blijft, en mooie beleidsdoelen kunnen hun kracht verliezen wanneer de uitvoering wordt gedragen door onduidelijkheid, afstand en gebrek aan aanspreekbaarheid. Als de waarden van TOVER werkelijk worden omgezet in gedrag, kan dit kader helpen om vertrouwen te herstellen, maar als het blijft bij woorden op papier, zal de sector vooral opnieuw ervaren hoe groot de afstand kan zijn tussen bestuurlijke taal en de werkelijkheid van de klas.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com