De overheid werkt aan een landelijk beleid voor mentale gezondheid en de opvang van dak- en thuislozen. Op papier klinkt dat als een noodzakelijke en zelfs urgente stap. In de praktijk roept de voorgestelde aanpak echter fundamentele vragen op over prioriteiten, mensenrechten en de scheidslijn tussen zorg en sociale controle. Een belangrijk onderdeel van het beleid is de rol van het Psychiatrisch Centrum Suriname, waar mensen met agressief gedrag en een psychische achtergrond momenteel worden opgevangen. Dat deze faciliteit dringend gerenoveerd moet worden, is veelzeggend. Het wijst op een structureel probleem, terwijl de overheid nieuwe plannen ontwikkelt, blijven bestaande instellingen kampen met achterstallig onderhoud en beperkte capaciteit. Zonder substantiële investeringen in infrastructuur, personeel en kwaliteit van zorg dreigt elk nieuw beleid slechts symptoombestrijding te zijn. Daarnaast is het voorstel om dak- en thuislozen zonder psychische aandoening op te vangen in een aparte locatie buiten Paramaribo.
Deze opvang zou gericht zijn op structuur en activiteit, met als einddoel de oprichting van een zogeheten landlopersbrigade. Die term alleen al roept historische en ethische vragen op. Het suggereert een benadering waarin dakloosheid niet primair als sociaal probleem wordt gezien, maar als afwijking die gecorrigeerd moet worden via discipline en arbeid. Zolang de juridische kaders nog onduidelijk zijn, blijft ook de vraag hangen in hoeverre deelname vrijwillig zal zijn en welke rechten betrokkenen behouden. De betrokkenheid van het ministerie van Justitie en Politie in de beleidsontwikkeling onderstreept deze spanning. Het koppelen van mentale gezondheid en dakloosheid aan juridische consequenties kan begrijpelijk zijn in gevallen van overlast of gevaar, maar het risico bestaat dat kwetsbare groepen verder worden gecriminaliseerd in plaats van geholpen. Een zorgbeleid dat te sterk leunt op justitiële logica kan leiden tot uitsluiting in plaats van inclusie.
Positief is dat de overheid samenwerking zoekt met maatschappelijke organisaties en andere initiatieven die al actief zijn op het terrein van daklozenzorg. Deze organisaties bieden momenteel vooral voedsel en basiszorg en hebben vaak een directer en mensgerichter contact met de doelgroep. Toch ligt hier ook een valkuil, als de overheid deze organisaties voornamelijk inzet als uitvoerders zonder hen structureel te ondersteunen of hun expertise serieus te integreren in beleid, blijft hun rol beperkt tot noodhulp in plaats van duurzame oplossingen. Bovendien wijst de nadruk op voedselvoorziening door sponsoren op een afhankelijkheid van liefdadigheid. Hoewel dergelijke steun waardevol is, kan zij geen vervanging zijn voor een robuust, door de staat gedragen sociaal vangnet. Structurele problemen vragen om structurele financiering en langetermijnvisie. Het aangekondigde beleid biedt dus zowel kansen als risico’s. De erkenning van mentale gezondheid en dakloosheid als beleidsprioriteiten is een stap vooruit. Maar zonder duidelijke waarborgen voor mensenrechten, vrijwilligheid en kwalitatieve zorg dreigt het beleid te verschuiven van ondersteuning naar beheersing. De uitdaging voor de overheid is om niet alleen opvang te organiseren, maar ook perspectief te bieden, met respect voor de waardigheid en autonomie van de meest kwetsbaren in de samenleving.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com