Marokko zet een streep onder jarenlange onduidelijkheid. Sinds de legalisatie van cannabis voor medicinale en industriële doeleinden in 2022 zien duizenden boeren hun gewas niet langer als taboe, maar als kans op een eerlijke boterham. Voor Suriname, dat zoekt naar nieuwe verdienmodellen voor rurale gemeenschappen en economische diversificatie, biedt Morocco’s experiment waardevolle inzichten.
In Bab Berred, een dorp hoog in de bergen, omschrijft telg Abderrahman Talbi hoe hij sinds zijn overstap naar de formele sector niet langer bang hoeft te zijn voor invallen of inbeslagnames. De voormalige schaduwlandbouw is vervangen door keurig geregistreerde kavels, gecontroleerd door de nationale cannabisautoriteit ANRAC. Dankzij gestroomlijnde coöperaties als Biocannat, die plantmateriaal in medicinale oliën, capsules en cosmetica verwerkt, stroomt de winst terug naar de gemeenschap. Surinaamse beleidsmakers zouden kunnen overwegen om kleinschalige boeren in gebieden als het binnenland te organiseren in coöperaties, zodat winst uit lokale teelten niet volledig in de informele economie blijft hangen.
Hoewel het Marokkaanse model veelbelovend is, zijn er ook uitdagingen. Zo is er nog zo’n 27.000 hectare illegale teelt tegenover 5.800 hectare geregistreerd land. De hogere prijzen op de zwarte markt maken dat veel boeren de stap naar de formele sector uitstellen. Dit laat zien dat complexe regels en hoge kosten voor vergunningen boeren kunnen afschrikken. Suriname kan hier uit leren door een eenvoudig, betaalbaar vergunningsproces en duidelijke vervolgstappen in te richten voor nieuwe agrarische gewassen bijvoorbeeld medicinale of industriële teelten, kunnen we onze boeren helpen sneller en zorgeloos de officiële weg op te gaan.
Een ander aandachtspunt is de rol van staatssteun en educatie. In Marokko vond in 2023 een verdrievoudiging van legale telers plaats van enkele honderden naar ruim 5000. Deze groei volgde na voorlichtingscampagnes en financiële prikkels om over te stappen. Voor Suriname, waar productiviteit vaak stagneert door gebrek aan kennis en kapitaal, kan een dergelijke mix van training, begeleiding en tijdelijke subsidies tot snelle adoptie van nieuwe gewassen leiden. Daarbij is het cruciaal dat de overheid toeziet op eerlijke prijsvorming, zodat de legale markt niet onder druk komt te staan door de lucratieve, maar risicovolle zwarte markt.
De Marokkaanse ervaring toont aan dat de balans tussen regulering en vernieuwing nauw luistert. De koppeling van legalisatie aan een medisch kader zorgde ervoor dat recreational cannabis nog altijd verboden bleef, wat enerzijds maatschappelijke acceptatie vergrootte, maar anderzijds winstmarges onnodig klein hield. Suriname kan leren van deze tweesnijdende aanpak, door openheid en transparantie bevorderen het vertrouwen van internationale afnemers, terwijl flexibiliteit in gebruiksdoeleinden van industrieel, medisch of mogelijk recreatief onder strikte voorwaarden te brengen.
Morocco’s stap in de verankering van een ooit clandestiene sector geeft Suriname een blauwdruk voor duurzame agrarische innovatie. Door boeren te empoweren via coöperaties, administratieve lasten te verlagen en doelgerichte prikkels te bieden, ontstaat een legale keten die bijdraagt aan lokale welvaart en nationale diversificatie. Zo kan ook in Paramaribo en daarbuiten een nieuw, eerlijker hoofdstuk in de landbouwgeschiedenis worden geschreven.