Tijdens een week waarin wereldleiders opnieuw de Verenigde Naties gebruikten om oorlogen te veroordelen, nationale belangen te verdedigen en internationale samenwerking te beloven, heeft de Indiase minister van Buitenlandse Zaken Subrahmanyam Jaishankar de geloofwaardigheid van het multilaterale systeem rechtstreeks ter discussie gesteld. Volgens hem tonen landen die hervorming van de Verenigde Naties steunen dat zij om de toekomst van de organisatie geven, terwijl staten die verandering blijven blokkeren vooral profiteren van een machtsstructuur die hun eigen invloed beschermt.
Jaishankar sprak tijdens de diplomatieke topweek van de Algemene Vergadering op een bijeenkomst over multilateraal bestuur, waarbij vertegenwoordigers uit India, Jamaica, Suriname en Ghana discussieerden over de toenemende afstand tussen de huidige wereldorde en de landen die daarin vertegenwoordigd moeten worden. Zijn boodschap was scherp, omdat hij stelde dat tegenstanders van hervorming de Verenigde Naties wel gebruiken wanneer dat hun belangen dient, maar onvoldoende verantwoordelijkheid nemen voor het voortbestaan en de geloofwaardigheid van de instelling.
De Indiase bewindsman eiste dat de onderhandelingen over hervorming niet langer blijven steken in toespraken, algemene verklaringen en eindeloze procedurele gesprekken, maar onmiddellijk worden omgezet in concrete tekstvoorstellen waarover landen kunnen onderhandelen en stemmen. Besluitvorming mag volgens hem niet worden gegijzeld door een kunstmatige zoektocht naar volledige overeenstemming, omdat een kleine groep landen daarmee iedere verandering kan tegenhouden. Een meerderheid behoort uiteindelijk te kunnen bepalen welke hervormingen voldoende internationale steun hebben, in plaats van te wachten op unanimiteit die waarschijnlijk nooit zal ontstaan.
De kritiek richt zich vooral op de Veiligheidsraad, die sinds 1945 wordt gedomineerd door China, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Deze vijf permanente leden beschikken over vetorecht, waardoor ieder afzonderlijk land belangrijke besluiten kan blokkeren, zelfs wanneer een groot deel van de internationale gemeenschap een andere koers verlangt. Afrika heeft ondanks zijn 54 staten geen permanente zetel, terwijl Latijns Amerika, het Caribisch gebied en grote delen van Azië eveneens onvoldoende structurele invloed hebben op besluiten over oorlog, vrede, sancties en internationale veiligheid.
Jaishankar verdedigde BRICS als een niet Westers samenwerkingsverband dat de Verenigde Naties niet moet vervangen, maar ruimte biedt aan landen die zich binnen bestaande instellingen onvoldoende gehoord voelen. De uitbreiding van het blok met onder meer Egypte, Ethiopië, Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en Indonesië toont volgens hem dat de behoefte aan alternatieve platforms groeit. Steeds meer ontwikkelingslanden willen niet langer uitsluitend worden uitgenodigd om besluiten van grote mogendheden uit te voeren, maar verlangen invloed op de regels, financiering en instellingen die hun toekomst bepalen.
De aantrekkingskracht van BRICS komt echter niet alleen voort uit onvrede met het Westen, omdat veel landen zoeken naar nieuwe handelsroutes, ontwikkelingsfinanciering, technologische samenwerking en politieke ruimte buiten traditionele machtscentra. India probeert het samenwerkingsverband daarom neer te zetten als een aanvullende pijler binnen een bredere wereldorde, zonder BRICS formeel om te vormen tot een militair of ideologisch blok. Die positie biedt landen de mogelijkheid om met verschillende machtscentra samen te werken, zonder automatisch partij te hoeven kiezen in iedere confrontatie tussen Washington, Beijing, Moskou en Brussel.
Vertrouwen tussen landen ontstaat volgens Jaishankar minder door abstracte verklaringen over gedeelde waarden dan door zichtbaar gedrag tijdens crises en onderhandelingen. Ontwikkelingslanden beoordelen internationale partners steeds nadrukkelijker op toegang tot financiering, betaalbare technologie, voedselzekerheid, energievoorziening en de bereidheid om bestaande machtsverhoudingen werkelijk te veranderen. Regeringen die gelijkwaardigheid prediken maar hervorming blokkeren, verliezen daardoor geloofwaardigheid bij landen die de gevolgen van klimaatverandering, schulden, conflicten en economische uitsluiting dagelijks ondervinden.
Kunstmatige intelligentie vormde eveneens een belangrijk onderdeel van het debat, omdat de toepassingen en regels rond deze technologie volgens Jaishankar niet uitsluitend door rijke industrielanden mogen worden bepaald. Ontwikkelingslanden moeten AI kunnen aanpassen aan hun eigen maatschappelijke behoeften, waaronder landbouw, gezondheidszorg, onderwijs, dienstverlening en taalontwikkeling. Een technologisch systeem dat voornamelijk wordt ontworpen rond de economieën en talen van grote landen kan bestaande ongelijkheid verder vergroten, zelfs wanneer het onder de vlag van vooruitgang wordt aangeboden.
Vertegenwoordigers van Jamaica, Suriname en Ghana ondersteunden de roep om een Veiligheidsraad die beter aansluit bij de politieke en demografische werkelijkheid van deze eeuw. De afwezigheid van een permanente Afrikaanse stem werd daarbij opnieuw als een ernstige tekortkoming genoemd, aangezien het continent regelmatig onderwerp is van veiligheidsbesluiten zonder over dezelfde structurele invloed te beschikken als de permanente leden. Kleine staten hebben eveneens belang bij hervorming, omdat zij voor klimaatveiligheid, grensgeschillen, schuldenvraagstukken en internationale rechtsbescherming sterker afhankelijk zijn van geloofwaardige multilaterale instellingen.
De verdediging van BRICS ontslaat het blok zelf niet van kritische beoordeling, omdat ook deze groep met interne tegenstellingen, uiteenlopende belangen en trage besluitvorming wordt geconfronteerd. Een samenwerkingsverband dat hervorming van de Verenigde Naties verlangt, moet aantonen dat het binnen de eigen structuren transparanter, representatiever en resultaatgerichter kan handelen. Nieuwe instituties verliezen immers snel hun geloofwaardigheid wanneer zij dezelfde gesloten machtsverhoudingen en politieke blokkades overnemen die zij bij oudere organisaties bestrijden.
Suriname kan zijn aanwezigheid in dit debat krachtiger benutten door samen met CARICOM, Afrika en andere kleine ontwikkelingslanden concrete voorstellen te formuleren voor vertegenwoordiging, klimaatfinanciering, digitale soevereiniteit en toegang tot veilige kunstmatige intelligentie. Diplomatieke zichtbaarheid krijgt pas blijvende waarde wanneer toespraken worden gevolgd door coalities, onderhandelingsteksten en een nationale strategie die vastlegt welke hervormingen Paramaribo werkelijk wil bereiken. Een klein land vergroot zijn invloed niet door alleen tussen grote machtsblokken te bewegen, maar door consequent expertise op te bouwen en partners te verenigen rond uitvoerbare doelen.
De woorden van Jaishankar leggen uiteindelijk een pijnlijke tegenstelling bloot, omdat vrijwel ieder land beweert de Verenigde Naties te willen versterken, maar de machtigste leden weinig bereidheid tonen om macht, zetels en vetorechten te delen. BRICS groeit doordat die onvrede steeds breder wordt gedragen, maar zal zijn betekenis moeten bewijzen met meer dan uitbreiding en stevige verklaringen. Wanneer hervorming opnieuw wordt uitgesteld, ontstaat niet alleen teleurstelling bij het Mondiale Zuiden, maar groeit ook het risico dat landen hun vertrouwen verplaatsen naar afzonderlijke blokken die de wereld verder verdelen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com