De Surinaamse landbouwsector krijgt een nieuwe impuls in de strijd tegen insectenplagen die de productie en export onder druk zetten. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) verwelkomt een deskundigenteam uit Colombia en Barbados, dat in het kader van het FAO-project TCP/SUR/4002 onderzoek deed naar twee van de meest hardnekkige plaagsoorten in het land. Tijdens hun werkbezoek richtten de buitenlandse experts zich op twee plagen die al jaren voor problemen zorgen in de Surinaamse landbouw.
De Carambola fruitvlieg, die sinds de jaren ’90 voor aanzienlijke schade zorgt aan verschillende fruitsoorten, blijft moeilijk te beheersen. Het insect legt zijn larven in de vrucht, waardoor die van binnenuit wordt aangetast en veel van de oogst ongeschikt raakt voor verkoop of export. Daarnaast is er de tomaatboorder, een mot die sinds 2005 in Suriname aanwezig is. Vooral tomaten en boulangers worden door zijn larven getroffen. De schade aan de binnenkant van de vruchten wordt vaak pas ontdekt bij het opensnijden, wat zowel telers als exporteurs voor grote uitdagingen stelt. De aanwezigheid van deze plagen heeft volgens LVV directe gevolgen voor de internationale handel. De Europese Unie, een belangrijke afzetmarkt, blijft regelmatig melding maken van besmette zendingen. Wanneer deze meldingen te frequent worden, kan dat leiden tot strengere eisen, beperkingen en zelfs exportstoppen voor bepaalde gewassen, een risico dat LVV koste wat kost wil vermijden.
Tijdens de missie bezochten de deskundigen verschillende landbouwgebieden, waaronder Weg naar Zee en het Gopex-areaal in Saramacca. Op deze locaties werden feromoonvallen geïnstalleerd om beter inzicht te krijgen in de verspreiding van de tomaatboorder. Daarnaast werd plantmateriaal verzameld voor laboratoriumonderzoek. De analyses moeten een duidelijker beeld geven van de huidige plaagdruk. Op basis daarvan wordt gewerkt aan een vernieuwd monitoringsplan dat telers moet helpen plagen sneller op te sporen en op een duurzamere manier te beheersen. LVV benadrukt dat geïntegreerde plaagbeheersing waarbij biologische methoden een belangrijke rol spelen, noodzakelijk is om de afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen te verminderen. Deze aanpak draagt niet alleen bij aan een gezondere voedselproductie, maar versterkt ook de exportpositie van Suriname. Het ministerie geeft aan dat de samenwerking met internationale partners, lokale landbouwers en onderzoeksinstellingen wordt voortgezet. Het doel is blijvende, duurzame oplossingen voor de landbouwsector, zodat Suriname beter gewapend is tegen de uitdagingen van plagen die de productie blijven bedreigen.