In Washington is het IMF klaar met de jaarlijkse economische doorlichting, en de toon is tegelijk hoopvol en ongeduldig. Het Fonds ziet een land dat na een periode van herstel opnieuw uit de bocht dreigt te vliegen, precies nu de overgang naar grootschalige olieproductie dichterbij komt. In het oordeel klinkt een simpele lijn door, vertrouwen bouw je met discipline, en dat vertrouwen verdwijnt snel wanneer begroting en geldbeleid tegelijk gaan schuiven.
Volgens het IMF is de economie nog steeds in beweging, maar de motor hapert door tegenwind in de goudsector en door beleid dat de rem losliet. Daardoor slonken de buffers, kwam de wisselkoers onder druk, en liep de inflatie weer op, met alle sociale en politieke nervositeit die daarbij hoort. Tegelijk steeg de schuldenlast vooral door een herstructurering van verplichtingen die tijdelijk ruimte geeft, maar de rekening niet wegpoetst.
Ook de buitenkant van de economie staat op spanning, want de importgolf rond offshore investeringen vergroot het tekort op de lopende rekening, al wordt dat grotendeels gedragen door buitenlandse investeerders. In de niet delfstoffensector rekent het IMF op groei, gevoed door optimisme en voorbereidingen rond olie, terwijl de echte sprong pas volgt wanneer de productie op zee start. Dat vooruitzicht maakt de waarschuwing harder, omdat een oliebelofteland dat nu slordig wordt, later duur betaalt met hogere risico premies en minder beleidsruimte.
De kernboodschap aan de regering is dat de begroting weer geloofwaardig moet worden, anders blijven druk op deviezen en prijzen terugkomen als een boemerang. Het IMF wijst op maatregelen die politiek gevoelig zijn, maar macro logisch, subsidies afbouwen waar dat kan, de loonsom beteugelen, de belastinggrondslag verbreden, en de inning professionaliseren met digitalisering. Tegelijk moet prioriteit overeind blijven voor menselijk kapitaal, omdat een oliesprong zonder skills en instituties vooral ongelijkheid versnelt.
Aan de monetaire kant hamert het Fonds op prijsstabiliteit als anker, met strakker sturen op de geldhoeveelheid en het actiever gebruiken van markt instrumenten. Flexibiliteit van de wisselkoers blijft volgens het IMF essentieel, en interventies horen alleen thuis wanneer de markt echt ontregelt, niet wanneer de koers politiek onhandig oogt. De centrale bank moet daarbij aantoonbaar sterker worden in uitvoering en communicatie, want half beleid is in een kleine open economie een uitnodiging voor speculatie.
De zwaarste paragraaf gaat uiteindelijk over bestuur, want olie is geen ontwikkelingsplan maar een stresstest voor instituties. Het IMF dringt aan op snelle en volledige uitvoering van regels voor publiek financieel beheer en het staatsfonds, plus stevigere anticorruptieregels, aanbestedingstoezicht, en een robuust raamwerk tegen witwassen en terrorismefinanciering. Ook staatsbedrijven en dataverzameling moeten beter onder toezicht en in beeld komen, omdat onzichtbare risico’s altijd te laat zichtbaar worden, meestal pas wanneer het geld al weg is.
Voor inspiratie, nieuws, data en Community Building, volg de Facebookpagina en Youtube kanaal.