About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

GranMorgu creëert al 800 banen volgens Artur Nunes da Silva, maar de vraag is hoeveel van de miljarden straks in Suriname blijven

De ontwikkeling van het gigantische GranMorgu olieproject voor de kust van Suriname begint steeds nadrukkelijker zichtbaar te worden in de nationale economie, nu meer dan 800 mensen rechtstreeks werkzaam zijn aan een investering van ongeveer 10,5 miljard Amerikaanse dollar die het land vanaf 2028 naar een nieuwe fase van grootschalige aardolieproductie moet brengen. Volgens Artur Nunes da Silva, algemeen directeur van TotalEnergies Suriname, is inmiddels ongeveer de helft van het projecttraject doorlopen en verlopen de voorbereidingen volgens planning, waardoor de eerste grootschalige booractiviteiten begin januari 2027 kunnen worden gestart. De ontwikkeling van de olievelden Sapakara en Krabdagu in Blok 58 vormt daarmee niet langer uitsluitend een toekomstbelofte die wordt besproken tijdens conferenties en officiële bijeenkomsten, maar begint concrete economische activiteiten te genereren in de logistiek, technische dienstverlening, personeelsvoorziening en gespecialiseerde industrie. Achter de positieve berichten over werkgelegenheid en investeringen schuilt echter een veel belangrijkere nationale uitdaging, omdat uiteindelijk niet het aantal buitenlandse miljarden of de omvang van de olieproductie zal bepalen hoe welvarend Suriname wordt, maar de mate waarin Surinaamse ondernemingen, werknemers en kennisinstellingen daadwerkelijk kunnen deelnemen aan deze historische economische ontwikkeling.

De technische voorbereidingen van GranMorgu bevinden zich volgens TotalEnergies in een beslissende uitvoeringsfase, waarbij vanaf de eerste dagen van januari 2027 twee booreenheden worden ingezet om de onderzeese olievelden stapsgewijs gereed te maken voor commerciële productie. Het totale ontwikkelingsprogramma omvat 32 putten, waaronder zestien productieputten en zestien injectieputten, die gezamenlijk moeten bijdragen aan een productiecapaciteit van ongeveer 220.000 vaten aardolie per dag zodra de installatie haar beoogde productieniveau heeft bereikt. Vanaf medio 2027 worden bovendien gespecialiseerde schepen ingezet voor de verdere aanleg van het onderzeese netwerk van leidingen en productievoorzieningen, waarmee de olie vanuit de reservoirs naar de drijvende productieinstallatie wordt getransporteerd. Verschillende belangrijke onderdelen van deze infrastructuur zijn inmiddels in Suriname aangekomen en worden opgeslagen op logistieke locaties die gedurende de komende jaren een steeds grotere rol zullen vervullen bij de ondersteuning van offshoreactiviteiten. De onderneming verwacht dat het project daardoor steeds zichtbaarder wordt binnen de nationale economie, terwijl de grootste technische werkzaamheden zich grotendeels op zee en bij internationale gespecialiseerde leveranciers zullen afspelen.

Een cruciaal onderdeel van de ontwikkeling is de drijvende productie, opslag en overslaginstallatie die momenteel op drie scheepsbouwlocaties in China wordt vervaardigd en uiteindelijk het industriële hart van GranMorgu moet vormen. De installatie wordt ontworpen om dagelijks maximaal 220.000 vaten aardolie te verwerken, waarna de geproduceerde olie kan worden opgeslagen en via transportschepen aan internationale afnemers wordt geleverd. Volgens Nunes da Silva worden de belangrijkste constructie en testwerkzaamheden in China afgerond, waarna het vertrek naar Suriname voor het begin van 2028 wordt voorbereid en de installatie vervolgens moet worden aangesloten op de eerder aangelegde onderzeese infrastructuur. Deze internationale verdeling van werkzaamheden laat zien hoe complex de offshore-industrie is, omdat gespecialiseerde ontwerpen, geavanceerde apparatuur, technische productiecapaciteit en omvangrijke logistieke operaties noodzakelijk zijn voordat een oliereservoir daadwerkelijk commerciële inkomsten kan opleveren. De ontwikkeling maakt tegelijkertijd duidelijk dat een aanzienlijk deel van de investeringen buiten Suriname wordt besteed, waardoor de nationale economische opbrengst niet rechtstreeks kan worden afgeleid uit het totale investeringsbedrag van het project.

De werkgelegenheidscijfers bieden ondertussen een eerste aanwijzing dat de Surinaamse economie daadwerkelijk profiteert van de voorbereidingsfase, omdat volgens de laatste rapportage van TotalEnergies inmiddels meer dan 800 directe arbeidsplaatsen met GranMorgu verbonden zijn. Nunes da Silva verklaarde dat de werkgelegenheid sterker is gegroeid dan aanvankelijk werd verwacht, mede doordat meer Surinaamse ondernemingen en werknemers aan de technische en commerciële eisen van het project blijken te kunnen voldoen. Naast de rechtstreeks geregistreerde banen ontstaan volgens de onderneming ook indirecte economische activiteiten bij transporteurs, leveranciers, onderhoudsbedrijven en andere dienstverleners, hoewel daarvoor nog geen betrouwbaar totaal aantal beschikbaar is. De cijfers verdienen echter een zorgvuldige beoordeling, omdat 800 projectgebonden arbeidsplaatsen niet automatisch betekenen dat alle functies door Surinaamse werknemers worden vervuld of dat iedere positie na voltooiing van de bouwfase behouden blijft. Voor een realistisch beeld van de nationale economische opbrengst is daarom noodzakelijk dat onderscheid wordt gemaakt tussen Surinaamse en buitenlandse werknemers, tijdelijke en structurele arbeidsplaatsen, directe contracten en indirecte dienstverlening, evenals de salarissen en opleidingsmogelijkheden die daadwerkelijk binnen de Surinaamse economie terechtkomen.

De aanwezigheid van buitenlandse deskundigen bevestigt dat de ontwikkeling van de offshore-industrie nog altijd sterk afhankelijk is van internationale technische kennis, waarbij TotalEnergies momenteel volgens Nunes da Silva ongeveer 130 tot 150 buitenlandse medewerkers in Suriname heeft ingezet. Andere betrokken ondernemingen maken eveneens gebruik van internationale specialisten, maar het exacte aantal buitenlandse werknemers binnen de volledige projectketen is vooralsnog niet bekendgemaakt. De inzet van buitenlandse deskundigheid is bij een technologisch ingewikkeld project van deze omvang op zichzelf verklaarbaar, aangezien diepwaterboringen, onderzeese installaties, industriële veiligheid en grootschalige productiesystemen gespecialiseerde ervaring vereisen die niet binnen korte tijd lokaal kan worden opgebouwd. Het werkelijke economische vraagstuk ontstaat echter wanneer tijdelijke internationale expertise niet structureel wordt gekoppeld aan opleiding, certificering en de overdracht van technische vaardigheden aan Surinaamse professionals, waardoor de afhankelijkheid van buitenlandse arbeidskrachten ook na de eerste productiefase kan blijven bestaan. Staatsolie heeft inmiddels bevestigd dat meer dan honderd Surinaamse ondernemingen goederen en diensten leveren aan GranMorgu, maar daarmee is nog niet vastgesteld welk aandeel van de totale contractwaarde daadwerkelijk door lokale bedrijven wordt verdiend en hoeveel daarvan vervolgens binnen Suriname wordt geïnvesteerd.

De financiële omvang van het project onderstreept waarom een nauwkeurige beoordeling van de lokale economische participatie noodzakelijk is, aangezien GranMorgu ongeveer 10,5 miljard Amerikaanse dollar aan investeringen vertegenwoordigt en beschikt over naar schatting 750 tot 760 miljoen winbare vaten olie. Bij een hypothetische internationale olieprijs van 70 Amerikaanse dollar per vat vertegenwoordigt een productiecapaciteit van 220.000 vaten per dag een bruto productiewaarde van ongeveer 15,4 miljoen dollar per dag, wat op jaarbasis bij volledige benutting neerkomt op ruim 5,6 miljard dollar. Deze berekening vormt nadrukkelijk geen winstverwachting of rechtstreeks beschikbare staatsinkomst, omdat productievolumes, internationale olieprijzen, investeringskosten, operationele uitgaven, financieringsverplichtingen en contractuele verdelingen uiteindelijk bepalen welke bedragen daadwerkelijk aan de betrokken ondernemingen en de Surinaamse Staat toekomen. Staatsolie participeert voor twintig procent in het project, terwijl TotalEnergies en APA Corporation ieder veertig procent vertegenwoordigen, waardoor Suriname niet alleen belang heeft bij toekomstige overheidsinkomsten, maar via zijn nationale oliemaatschappij eveneens rechtstreeks deelt in de financiële risico’s en opbrengsten van de ontwikkeling. De combinatie van grote investeringen en toekomstige productie maakt GranMorgu economisch bijzonder belangrijk, maar laat tegelijkertijd zien hoe noodzakelijk transparant financieel beheer en een realistische begrotingsplanning zijn wanneer de verwachte olierijkdom wordt vertaald naar nationale ontwikkelingsdoelstellingen.

De komende twee jaar bieden Suriname daarom een beperkte maar beslissende periode om ervoor te zorgen dat de historische investeringen in de offshore-industrie niet uitsluitend leiden tot tijdelijke economische bedrijvigheid, maar eveneens bijdragen aan een duurzame uitbreiding van de nationale productiecapaciteit. De aangekondigde indiening van een Local Content wet in 2027 verdient bijzondere urgentie, omdat de belangrijkste investeringsbeslissingen, internationale contracten en technische voorbereidingen al plaatsvinden voordat de eerste olie naar verwachting in 2028 wordt geproduceerd. Een doeltreffend wettelijk kader moet niet uitsluitend percentages voor lokale deelname vaststellen, maar eveneens rekening houden met de kwaliteit van geleverde diensten, toegang tot financiering, overdracht van technische kennis, internationale certificeringsvereisten en controleerbare afspraken over de inzet van Surinaamse werknemers. De overheid, Staatsolie, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven zouden daarom gezamenlijk moeten vaststellen welke functies en diensten in de komende jaren lokaal kunnen worden ingevuld, hoeveel mensen daarvoor moeten worden opgeleid en welke financiële ondersteuning nodig is om Surinaamse ondernemingen daadwerkelijk concurrerend te maken. Een economie wordt immers niet structureel sterker doordat buitenlandse investeringen tijdelijk extra werkzaamheden opleveren, maar doordat nationale ondernemingen de kennis, apparatuur, financiële draagkracht en internationale standaarden ontwikkelen waarmee zij ook na de aanlegfase zelfstandig opdrachten kunnen blijven uitvoeren.

De voortgang van GranMorgu bevestigt uiteindelijk dat Suriname zich op een historisch keerpunt bevindt waarbij jarenlang onderzochte aardoliereserves geleidelijk worden omgezet in een grootschalige industriële werkelijkheid, met nieuwe investeringen, internationale bedrijvigheid en groeiende mogelijkheden voor lokale ondernemingen. TotalEnergies verwacht dat de eerste productie in 2028 volgens planning kan beginnen, terwijl de voorbereidingen voor de onderzeese infrastructuur, de ontwikkeling van de productieputten en de bouw van de drijvende installatie inmiddels een vergevorderd stadium hebben bereikt. De ruim 800 directe banen vormen een betekenisvol begin, maar bieden nog geen volledig antwoord op de vraag hoeveel duurzame economische waarde het project uiteindelijk voor Suriname zal creëren, vooral wanneer een groot deel van de gespecialiseerde apparatuur, technologie en dienstverlening nog uit het buitenland moet worden betrokken. De komende jaren zullen daarom niet uitsluitend bepalend zijn voor het technische succes van GranMorgu, maar vooral voor de vraag of het land zijn historische olieontwikkeling weet te gebruiken om een bredere productieve economie op te bouwen, want de grootste nationale winst ontstaat niet wanneer de eerste vaten aardolie worden geëxporteerd, maar wanneer Suriname kan aantonen dat de kennis, ondernemingen, werkgelegenheid en economische mogelijkheden die dankzij deze ontwikkeling ontstaan ook voor toekomstige generaties behouden blijven.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag