Terwijl reddingsteams in het westen van Colombia nog zoeken naar overlevenden onder ingestorte gebouwen, heeft de Europese Unie twee miljoen euro beschikbaar gesteld voor de zwaarst getroffen gemeenschappen. Het bedrag moet onmiddellijke humanitaire hulp ondersteunen in een land dat na de aardbeving met een kracht van 7,4 niet alleen rouwt om honderden slachtoffers, maar ook wordt geconfronteerd met verwoeste woningen, beschadigde ziekenhuizen en een ontwrichte regionale economie.
De aardbeving, de zwaarste die Colombia deze eeuw heeft getroffen, heeft volgens de meest recente voorlopige balans minstens 265 levens geëist. Bijna vijfhonderd mensen worden nog vermist en duizenden raakten gewond. De omvang van de schade wordt steeds duidelijker nu hulpverleners toegang krijgen tot wijken en dorpen die in de eerste uren moeilijk bereikbaar waren.
In steden als Cali en Pereira zijn woonblokken ingestort, zijn gezinnen uit hun huizen verdreven en moeten medische voorzieningen onder grote druk functioneren. De eerste fase van een ramp draait om het redden van levens, maar zodra de kans op overlevenden onder het puin kleiner wordt, verschuift de crisis naar onderdak, voedsel, drinkwater, medische zorg en bescherming van mensen die alles zijn kwijtgeraakt.
De Europese bijdrage komt bovenop de humanitaire steun die al voor Colombia was voorzien vanwege gewapend conflict, ontheemding en voedselonzekerheid. De extra middelen kunnen daarom slechts worden gezien als een beginpunt binnen een veel grotere herstelopgave. Twee miljoen euro biedt ruimte voor noodhulp, maar het herstel van woningen, scholen, ziekenhuizen, wegen en lokale economieën zal bedragen vragen die vele malen hoger liggen.
De ramp treft bovendien een gebied dat van groot belang is voor de Colombiaanse koffieproductie. Schade aan wegen, opslagplaatsen en logistieke verbindingen heeft gevolgen die verder reiken dan de getroffen steden. Exportstromen moeten worden omgeleid, transportkosten lopen op en producenten in afgelegen gebieden dreigen opnieuw de rekening te betalen wanneer hun oogst niet op tijd de markt bereikt.
De Colombiaanse regering heeft inmiddels aangekondigd een wederopbouwfonds te willen vormen. Dat initiatief zal alleen geloofwaardig zijn wanneer de middelen transparant worden beheerd, lokale gemeenschappen invloed krijgen op prioriteiten en aannemers, bestuurders en internationale partners controleerbaar werken. Grote rampen trekken altijd hulp aan, maar zij trekken ook partijen aan die misbruik willen maken van noodcontracten, grondtransacties en de wanhoop van gezinnen zonder huis.
De Europese Unie heeft Colombia de afgelopen decennia al aanzienlijk ondersteund met hulp voor gezondheid, bescherming, onderwijs, schoon water en sanitaire voorzieningen. De aardbeving maakt echter pijnlijk zichtbaar dat humanitaire hulp geen vervanging kan zijn voor weerbare infrastructuur, degelijke bouwvoorschriften, snelle crisiscommunicatie en ziekenhuizen die ook tijdens een ramp operationeel blijven.
Ook Suriname moet dergelijke gebeurtenissen blijven zien als een waarschuwing tegen bestuurlijke zelfgenoegzaamheid. Rampenplannen, veilige gebouwen, getrainde hulpdiensten, noodcommunicatie en transparante wederopbouw zijn geen documenten voor in een kast, maar investeringen die bepalen hoeveel levens behouden blijven wanneer een crisis onverwacht toeslaat.
De steun uit Europa geeft Colombia ruimte om de eerste klappen op te vangen, maar de werkelijke toets begint pas wanneer de camera’s verdwijnen en duizenden gezinnen opnieuw een bestaan moeten opbouwen. Een land herstelt niet alleen door puin te ruimen, maar door sterker terug te bouwen dan het vóór de ramp was.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com