Het recente werkbezoek van president Jennifer Simons aan de Dominicaanse Republiek stond nadrukkelijk in het teken van economische samenwerking, investeringen, toerisme en landbouwontwikkeling. Hoewel het staatshoofd de missie presenteerde als een praktische verkenning van sectoren waarin de Dominicaanse Republiek sterk presteert, blijft de vraag in hoeverre de aangekondigde samenwerking verder gaat dan intenties en memoranda. Volgens president Simons verschilde deze missie wezenlijk van het recente bezoek aan Brazilië, omdat er nu specifieker werd gekeken naar sectoren waarin de Dominicaanse Republiek een bewezen trackrecord heeft, met name toerisme en landbouw. Vooral de agro-industrie kreeg veel aandacht, waarbij de nadruk lag op kennisuitwisseling en mogelijke investeringen. De Dominicaanse Republiek werd door de president gepresenteerd als een voorbeeldland in de regio, een relatief klein eiland met een sterk ontwikkelde landbouwsector en moderne technieken, onder meer in de cacaoproductie en ziektepreventie in gewassen. Tegelijkertijd is het land ook een van de belangrijkste toeristische spelers in het Caribisch gebied en onderhoudt het nauwe banden binnen CARICOM-structuren.
Toch blijft de vraag hoe overdraagbaar dat model is naar Suriname, waar structurele uitdagingen in de landbouwsector niet alleen technologisch, maar ook institutioneel en logistiek van aard zijn. Het aantrekken van buitenlandse investeringen wordt door de regering gezien als een noodzakelijke versneller van die ontwikkeling, maar concrete garanties over uitvoering blijven vooralsnog uit. Wij willen onze agrosector ontwikkelen maar zullen absoluut ook investeringen van buiten nodig hebben. Die afhankelijkheid van externe kapitaalstromen roept meteen de vraag op hoe duurzaam en controleerbaar die ontwikkeling op lange termijn zal zijn. Tijdens het bezoek werden meerdere memoranda of understanding (MoU’s) ondertekend op het gebied van landbouw, toerisme en economische ontwikkeling. Zulke overeenkomsten zijn echter vaak niet-bindend en worden in de praktijk regelmatig bekritiseerd als diplomatieke symboliek zonder directe economische impact.
Een concreet speerpunt is de samenwerking rond cacaoteelt. De Dominicaanse Republiek behoort tot de grotere exporteurs in de regio en Suriname ziet kansen voor joint ventures tussen lokale grondeigenaren en Dominicaanse investeerders en landbouwexperts. Hoewel dit potentieel biedt voor kennisoverdracht en exportdiversificatie, blijft onduidelijk hoe Surinaamse producenten daadwerkelijk profiteren en welke rol lokale ondernemers krijgen in de waardeketen. Ook de recent gerealiseerde directe vliegverbinding tussen beide landen werd door de president gepresenteerd als katalysator voor handel en toerisme. Dergelijke verbindingen kunnen inderdaad economische activiteit stimuleren, maar alleen wanneer er voldoende koopkrachtige vraag en structurele investeringsstromen volgen. Tijdens veldbezoeken aan onder meer Punta Cana werd gekeken naar toeristische infrastructuur en luchthavenontwikkeling. Deze observaties lijken vooral bedoeld als inspiratie, maar vertalen zich nog niet in concrete projecten op Surinaamse bodem. De volgende fase moet volgens de regering bestaan uit het uitwerken van projecten, publiek-private samenwerkingen (PPP’s) en intensiever contact tussen de private sectoren van beide landen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com