De vernieuwde Memorandum of Understanding tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid, het Korps Politie Suriname en Newmont Suriname, LLC wordt gepresenteerd als een praktische oplossing voor de politiezorg rond de Merian en Sabajo locaties in Zuidoost-Suriname. Maar achter de keurige formuleringen over samenwerking, openbare orde en veiligheid schuilt een veel ongemakkelijker vraagstuk, wat zegt het over de Surinaamse staat wanneer een multinational moet bijdragen om de politie operationeel te laten functioneren? Minister van Justitie en Veiligheid mr. Harish Monorath heeft samen met korpschef hoofdcommissaris Melvin Pinas en Clinton Van Der Westhuizen, Interim General Manager van Newmont Suriname, de vernieuwde overeenkomst ondertekend. De MOU treedt op 1 september 2026 in werking en geldt drie jaar. Volgens de overeenkomst ondersteunt Newmont de politie vrijwillig met bijdragen in natura en financiële middelen. Brandstof, onderhoud en andere voorzieningen worden beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt een maandelijkse financiële bijdrage genoemd van US$ 8.400, uitbetaald in Surinaamse dollars tegen de door de Centrale Bank van Suriname genoteerde wisselkoers. Dat betekent 12 x USD 4.800 is het USD 57.600 in 3 jaren is dat totaal USD 172.800
Op papier klinkt dit allemaal vrijwillig en ordelijk. In de praktijk raakt deze constructie echter aan een fundamenteel probleem, veiligheid is een kerntaak van de staat en geen dienst die afhankelijk mag worden van de financiële draagkracht van een bedrijf of de economische waarde van een bepaald gebied. Want terwijl rond een groot mijnbouwgebied afspraken worden gemaakt over brandstof, onderhoud en financiële ondersteuning van de politie, kampen andere districten met ernstige veiligheidsproblemen. Inbraken, berovingen, verkeerscriminaliteit en een gebrek aan zichtbare politiecapaciteit blijven voor veel burgers dagelijkse realiteit. Voor hen bestaat geen multinational die maandelijks bijspringt met middelen om de politie op straat te krijgen. Daarmee dreigt een gevaarlijk precedent te ontstaan, gebieden waar economische belangen groot zijn krijgen structureel betere ondersteuning, terwijl gewone burgers in minder economisch aantrekkelijke gebieden het moeten doen met een staat die steeds vaker zegt dat middelen ontbreken. Dat is geen gelijkwaardige politiezorg. Dat is een veiligheidsbeleid dat het risico loopt de indruk te wekken dat economische waarde bepaalt hoeveel bescherming een gebied krijgt.
De regering kan uiteraard aanvoeren dat de Merian en Sabajo locaties afgelegen liggen en dat de openbare infrastructuur daar beperkt is. Dat argument is begrijpelijk. Maar het ontslaat de overheid niet van haar constitutionele en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Als de staat bedrijven nodig heeft om brandstof en onderhoud voor politieoptreden te financieren, moet juist worden onderzocht waarom de overheid haar eigen veiligheidsapparaat niet zelfstandig voldoende kan bekostigen. De MOU benadrukt nadrukkelijk dat Newmont geen zeggenschap heeft over de politie. De onderneming mag geen opdrachten of directieven geven met betrekking tot politietaken. De politie blijft binnen haar eigen commandostructuur functioneren en handelt volgens de Surinaamse wetgeving, het opsporings en vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie, de geldende Delfstoffenovereenkomst, internationale normen voor rechtshandhaving en de Voluntary Principles on Security and Human Rights. Dat klinkt juridisch geruststellend. Maar onafhankelijkheid op papier is niet hetzelfde als institutionele onafhankelijkheid in de praktijk. Wanneer een bedrijf structureel bijdraagt aan de operationele omstandigheden waaronder politiefunctionarissen hun werk uitvoeren, ontstaat onvermijdelijk een afhankelijkheidsrelatie die kritisch moet worden bewaakt.
De overheid moet voorkomen dat financiële ondersteuning door een onderneming uiteindelijk onderdeel wordt van een systeem waarin publieke veiligheid verweven raakt met private economische belangen. Juist daarom is transparantie essentieel. De samenleving heeft recht op duidelijkheid over de omvang van alle bijdragen, de besteding ervan, de controlemechanismen en de vraag of deze constructie ook gevolgen heeft voor de verdeling van politiemiddelen elders in het land. Daar komt nog een schrijnend punt bij. Een ministerie dat verantwoordelijk is voor Justitie en Veiligheid zou in staat moeten zijn de basisveiligheid binnen het eigen grondgebied te garanderen. Wanneer burgers tegelijkertijd worden geconfronteerd met gebrekkige handhaving, inbeslaggenomen goederen die verdwijnen en gedetineerden die weten te ontsnappen, wordt het moeilijk om vol overtuiging te spreken over een sterke en betrouwbare rechtsstaat. Dat maakt deze MOU niet per definitie verkeerd. Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven kan noodzakelijk en nuttig zijn, zeker in afgelegen gebieden.
Maar samenwerking mag nooit veranderen in een stille privatisering van publieke verantwoordelijkheden. De echte test voor minister Monorath is daarom niet de handtekening onder deze MOU. De echte test is of zijn ministerie ook in de districten waar geen grote multinational actief is, voldoende politiecapaciteit, materieel, brandstof en infrastructuur kan garanderen. Een rechtsstaat mag niet werken volgens het principe, wie economisch belangrijk is, krijgt veiligheid, wie dat niet is, wacht maar. De vernieuwde MOU loopt drie jaar en vervangt de overeenkomst die op 1 september 2023 in werking trad en op 27 december 2024 werd aangepast. Dat betekent dat de regering opnieuw drie jaar de tijd neemt om een constructie voort te zetten waarin private middelen worden ingezet voor een publieke kerntaak. Dat zou juist aanleiding moeten zijn voor een veel bredere discussie over de staat van de politiezorg in Suriname. Want veiligheid is geen sponsoring, Veiligheid is geen gunst en veiligheid mag al helemaal geen verdienmodel worden voor wie toevallig in een gebied woont waar grote economische belangen aanwezig zijn. De verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid ligt bij de staat. Als die verantwoordelijkheid alleen volledig zichtbaar wordt waar een multinational bereid is mee te betalen, dan is niet Newmont het grootste probleem. Dan ligt het probleem bij een overheid die haar eigen publieke verantwoordelijkheid onvoldoende zelfstandig weet te dragen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com