De natte infrastructuur van Lelydorp en omgeving krijgt momenteel een noodzakelijke onderhoudsbeurt. Op verschillende plaatsen worden loosleidingen en waterwegen opgehaald en opgeschoond in opdracht van minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Dat is goed nieuws voor landbouwers en bewoners, maar tegelijk een pijnlijke bevestiging van een probleem dat veel te lang is genegeerd. Wanneer een kanaal meer dan twintig jaar nauwelijks onderhoud krijgt, is sprake van achterstallig beleid, niet van een onverwachte technische uitdaging. De werkzaamheden bestrijken een groot deel van de belangrijkste waterwegen in en rond Lelydorp. Onder meer langs de Sumatraweg, de Schotelweg richting Curaçaoweg, de Santo kreek, het Binkhorstkanaal richting Pikin Poika en het Panamakanaal, de Bardankreek, de weg naar Santigron, het Leysnerkanaal, het Dessakanaal en Dessa-gebied, Gotong Royong, het Nanhoekanaal, de Altonaweg, Chankannal en het Sidodadikanaal wordt gewerkt. Naar schatting gaat het om ruim 70 tot 80 procent van de belangrijkste waterwegen in het gebied.
Het meest schrijnende voorbeeld is het Sidodadikanaal, waar volgens de verstrekte informatie sprake is van een achterstand van meer dan twintig jaar. Het is een periode waarin problemen zich opstapelen, watergangen dichtslibben en de capaciteit om overtollig water af te voeren steeds verder afneemt. Het resultaat is voorspelbaar, landbouwgrond wordt kwetsbaarder, bewoners lopen meer risico op wateroverlast en de overheid wordt uiteindelijk geconfronteerd met hogere kosten. Juist daarom verdient deze onderhoudsactie waardering, maar geen applaus zonder kritische kanttekening. Structureel onderhoud hoort geen project te zijn dat pas wordt opgepakt wanneer de achterstand zichtbaar en problematisch is geworden. Waterbeheer is geen luxe en mag niet afhankelijk zijn van politieke aandacht of de toevallige beschikbaarheid van machines. De timing is verstandig. Maar de echte test komt wanneer de regens terugkeren. Dan zal blijken of de verbeterde watergangen daadwerkelijk voldoende capaciteit hebben om grote hoeveelheden water snel af te voeren. Een kanaal schoonmaken is één ding, een duurzaam functionerend waterbeheersysteem in stand houden is iets anders.
Voor de landbouw is dat cruciaal. In natte perioden moet overtollig water worden afgevoerd, terwijl in droge perioden water beschikbaar moet blijven. Dat vraagt om planning en onderhoud, niet om improvisatie. Daar ligt de grootste uitdaging. LVV moet voorkomen dat deze werkzaamheden over enkele jaren opnieuw een inhaaloperatie worden. Daarvoor is een structureel onderhoudsprogramma nodig, met vaste inspectiemomenten, duidelijke prioriteiten, beschikbare middelen en transparante rapportage. Bewoners moeten niet eerst worden geconfronteerd met ondergelopen percelen voordat een probleem serieus wordt aangepakt. Preventief onderhoud is vrijwel altijd goedkoper dan herstel nadat schade is ontstaan. Ook de samenwerking tussen overheidsinstanties verdient blijvende aandacht. OWRO is verantwoordelijk voor de droge infrastructuur, zoals wegen, terwijl LVV zich richt op de natte infrastructuur. Die taakverdeling is logisch, maar water en wegen houden zich niet aan ministeriële grenzen. Een slecht onderhouden watergang kan een weg aantasten, terwijl gebrekkige wegafwatering de waterhuishouding verder kan belasten. Zonder goede afstemming dreigt iedere instantie zijn eigen stukje van het probleem op te lossen, terwijl de gemeenschap met het volledige probleem blijft zitten. Mensen zien eindelijk machines aan het werk op plaatsen waar jarenlang weinig gebeurde. Maar tevredenheid over zichtbaar werk mag niet worden verward met tevredenheid over het beleid van de afgelopen jaren.
De harde conclusie is eenvoudig, de huidige werkzaamheden zijn noodzakelijk, maar mogen niet worden gepresenteerd als een eindpunt. Ze zijn vooral het bewijs dat er jarenlang onvoldoende is gedaan. Als de overheid werkelijk wil investeren in de toekomst van de agrarische gemeenschap, moet zij verder kijken dan een eenmalige schoonmaakronde. Er moet een onderhoudscultuur komen waarin kanalen en loosleidingen permanent worden gecontroleerd en onderhouden. Lelydorp heeft geen behoefte aan tijdelijke reddingsoperaties, maar aan betrouwbaar waterbeheer. Bewoners kunnen niet afhankelijk blijven van incidentele overheidsacties. En publieke middelen mogen niet steeds opnieuw worden ingezet om achterstanden te herstellen die met tijdig onderhoud voorkomen hadden kunnen worden. Deze onderhoudsbeurt is welkom en noodzakelijk. Maar het echte succes wordt niet bepaald door hoeveel kilometers kanaal vandaag worden opgeschoond. Het succes wordt bepaald door de vraag of de overheid over vijf, tien of twintig jaar nog steeds kan aantonen dat het onderhoud op orde is. Pas dan is sprake van beleid. Alles daarvoor blijft vooral achterstallige schuld inhalen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com