Het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) wil af van de cashcultuur en belooft de jarenlange achterstanden in de uitbetaling van sociale uitkeringen weg te werken. Dat klinkt als een noodzakelijke modernisering. In de praktijk legt het verhaal vooral hoe diep de problemen binnen het sociale zekerheidsstelsel zijn genesteld. Een digitale betaalapplicatie kan efficiënt zijn, maar geen enkel systeem kan verhullen dat duizenden kwetsbare burgers jarenlang op hun geld hebben moeten wachten. Minister Diana Pokie zegt dat Sozavo samen met de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) vergevorderd is met de voorbereidingen voor een landelijke digitale betaalapplicatie. Daarmee moet de omslag worden gemaakt van contante uitbetalingen naar bankovermakingen en andere digitale betaalmethoden. Het is een ontwikkeling die al veel eerder had moeten plaatsvinden. Dat een ministerie anno 2026 nu nog zwaar leunt op cashbetalingen, zeker bij sociale voorzieningen, is niet slechts inefficiënt.
Het is een symptoom van een overheid die te lang heeft gewerkt met systemen die onvoldoende zijn aangepast aan de omvang en complexiteit van de samenleving. De minister erkent dat de cashcultuur een belangrijke oorzaak is van de betalingsachterstanden. Vooral in Brokopondo en Sipaliwini zorgen de logistieke en operationele kosten voor grote problemen. Geld moet naar gebieden worden gebracht waar bereikbaarheid, infrastructuur en financiële dienstverlening niet vanzelfsprekend zijn. Daardoor ontstaat een situatie waarin juist de mensen die het meest afhankelijk zijn van overheidssteun het grootste risico lopen op vertraging. Dat is schrijnend, sociale uitkeringen zijn geen gunst van de overheid. Voor mensen met een beperking, kwetsbare huishoudens en ouderen vormen deze betalingen vaak een essentieel onderdeel van hun bestaanszekerheid. Wanneer uitbetalingen jarenlang achterlopen, gaat het niet om een administratief ongemak. Het gaat om huur, voedsel, medicijnen, schoolkosten en dagelijkse overleving.
Sozavo had naar eigen zeggen één jaar uitgetrokken om de achterstanden weg te werken, maar is daar niet volledig in geslaagd. Nu wordt 2027 genoemd als het jaar waarin er geen achterstanden meer zouden moeten zijn. Dat klinkt opnieuw als een doelstelling, maar de samenleving heeft inmiddels recht op meer dan goede bedoelingen. Er is behoefte aan concrete resultaten, duidelijke termijnen en transparantie over hoeveel mensen nog wachten op hun geld en om welke bedragen het gaat. Daarbij kan het ministerie zich niet volledig verschuilen achter het ministerie van Financiën en Planning. Natuurlijk zijn financiële middelen noodzakelijk. Maar een sociaal ministerie moet tegelijkertijd aantonen dat het zijn processen op orde heeft, dat gegevensbestanden betrouwbaar zijn en dat beschikbare middelen efficiënt worden ingezet. Digitalisering mag geen excuus worden om oude bestuurlijke tekortkomingen simpelweg naar een nieuw systeem te verplaatsen. Ook de distributie van de Monikarta laat zien hoe gebrekkig de communicatie en bereikbaarheid van de overheid soms functioneren. Mensen die hun kaart tijdens eerdere distributierondes niet hebben opgehaald, werden opnieuw opgeroepen. De opkomst bleef minimaal. Volgens de minister betekent dit dat Sozavo een deel van de doelgroep mist. Dat is een ernstige constatering.
Een overheid die niet weet waar kwetsbare burgers zich bevinden of hen niet effectief kan bereiken, heeft een fundamenteel uitvoeringsprobleem. De oplossing wordt gezocht in onder meer TikTok filmpjes en influencers. Moderne communicatiekanalen kunnen nuttig zijn, maar het is opvallend dat een ministerie dat moeite heeft om kwetsbare burgers daadwerkelijk te bereiken, nu afhankelijk lijkt te worden van sociale media om gaten in zijn communicatie te dichten. Niet iedere oudere, persoon met een beperking of kwetsbaar huishouden zit dagelijks op TikTok. Digitale innovatie moet daarom breder zijn dan een app en een campagne op sociale media. Ook de overdracht van de Monikarta distributie naar de SPSB kan efficiëntie opleveren. Maar daarmee wordt de verantwoordelijkheid niet automatisch opgelost. Wanneer kaarten niet worden opgehaald, moeten burgers weten waar zij terechtkunnen, welke documenten zij nodig hebben en binnen welke termijn zij alsnog toegang krijgen tot hun uitkering. Een systeem is pas succesvol wanneer de burger er daadwerkelijk gebruik van kan maken.
Het is goed dat Sozavo eindelijk werk maakt van digitalisering. Maar digitalisering is geen wondermiddel. De echte test begint wanneer het systeem operationeel is. Dan zal moeten blijken of achterstanden daadwerkelijk verdwijnen of burgers sneller worden geholpen en of vooral mensen in het binnenland niet opnieuw buiten de boot vallen. De overheid kan niet blijven leven van aankondigingen, voornemens en nieuwe deadlines. Mensen die afhankelijk zijn van sociale uitkeringen hebben geen behoefte aan bestuurlijke geruststellingen, maar aan geld dat op tijd wordt uitgekeerd. Als Sozavo werkelijk van de cashcultuur af wil, moet het ministerie niet alleen het betaalmiddel veranderen, maar ook de bestuurscultuur. Minder improvisatie, minder achterstanden en vooral meer verantwoordelijkheid. Want uiteindelijk gaat het niet om een app, een Monikarta of een bankovermaking. Het gaat om burgers die recht hebben op ondersteuning en die niet langer zouden mogen worden gedwongen om jarenlang te wachten op geld dat zij hard nodig hebben.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com