Met de snelle verschuiving van financiële activa naar gedeelde digitale grootboeken waarschuwt het IMF dat de toekomst van tokenisatie niet automatisch veiliger, sneller of eerlijker wordt, omdat beleidskeuzes rond geld, marktinfrastructuur en juridische kaders uiteindelijk bepalen of deze technologie het financiële systeem versterkt of juist versplintert. Tokenisatie gaat veel verder dan snellere betalingen of programmeerbare activa, omdat uitvoering, clearing en afwikkeling in één softwaregestuurd proces kunnen samenvallen, waardoor traditionele tussenstappen in de financiële markt worden samengedrukt tot bijna gelijktijdige transacties. Die belofte klinkt efficiënt, maar zij verplaatst risico’s tegelijk van klassieke bankbalansen naar platformen, code, infrastructuurbeheerders en digitale marktplaatsen die bij falen niet slechts technische problemen veroorzaken, maar systeemschokken kunnen uitlokken.
Achter de opmars van tokenisatie ligt een nieuwe strijd om de vorm van geld, omdat volgens de analyse drie soorten afwikkelingsactiva naar voren komen in een digitale economie, namelijk getokeniseerde bankdeposito’s, stablecoins en getokeniseerde centrale bankreserves. Getokeniseerde deposito’s blijven dicht bij het bestaande bankmodel en kunnen banken helpen om betalingen, klantafwikkeling en liquiditeitsbeheer efficiënter te maken, terwijl zogenoemde atomic settlement ervoor zorgt dat levering en betaling in één ondeelbaar proces plaatsvinden. Die efficiëntie vraagt echter om permanente liquiditeitsbuffers, omdat afwikkeling die dag en nacht doorgaat geen rekening houdt met oude banktijden, trage interne procedures of de comfortabele vertragingen van de klassieke werkdag.
Stablecoins brengen een andere dynamiek in het systeem, omdat zij programmeerbaarheid, wereldwijde bruikbaarheid en snelle grensoverschrijdende betalingen combineren met grote afhankelijkheid van de kwaliteit van reserves, de liquiditeit van markten en de veerkracht van de uitgevers. Een stablecoin blijft alleen betrouwbaar wanneer gebruikers geloven dat de digitale munt haar koppeling aan gewoon geld kan behouden, ook tijdens stress, paniek, sanctiedruk, liquiditeitsproblemen of een plotseling verlies aan vertrouwen. Daarmee ontstaat een nieuw type financieel risico, omdat private uitgevers van digitale munten mogelijk een rol krijgen die vroeger vooral aan banken en centrale banken was voorbehouden.
Getokeniseerde centrale bankreserves kunnen kredietrisico uit het afwikkelingsmiddel halen, omdat transacties dan worden afgewikkeld met digitaal centralebankgeld in plaats van met claims op commerciële instellingen. Die route lijkt veilig, maar zij dwingt centrale banken om infrastructuren te beheren of te overzien die veel verder gaan dan traditionele betaalsystemen, omdat programmeerbare grootboeken, slimme contracten, digitale toegang en continu toezicht een heel andere technische capaciteit vereisen. Centrale banken zouden daardoor niet alleen hoeders van monetair beleid blijven, maar ook poortwachters worden van digitale marktplaatsen waarin snelheid, controle en vertrouwen rechtstreeks samenkomen.
Banken verdwijnen volgens deze ontwikkeling niet, maar hun functie verandert wel ingrijpend, omdat getokeniseerde deposito’s betalingen, treasury activiteiten, klantafwikkeling en markttransacties op gedeelde digitale grootboeken kunnen samenbrengen. Leningen kunnen via slimme contracten zo worden ingericht dat renteopbouw, onderpandvereisten en risicobewaking automatisch worden verwerkt, waardoor kredietverlening minder afhankelijk wordt van handmatige controles en periodieke rapportages. Voor banken betekent dit een overgang naar een omgeving waarin zij nog steeds vertrouwen en liquiditeit leveren, maar waarin concurrentie, toezicht en technologie hun verdienmodel opnieuw zullen vormen.
Kapitaalmarkten krijgen een vergelijkbare schok, omdat getokeniseerde effecten de uitgifte, handel, afwikkeling, bewaring en naleving van regels kunnen samenvoegen in geïntegreerde digitale werkstromen. Tegenpartijrisico kan dalen wanneer transacties sneller en zekerder worden afgewikkeld, maar daartegenover staan permanente liquiditeitsdruk, automatische marginvereisten en systemen die zonder pauze reageren op marktbewegingen. Vooral onderpandmarkten kunnen vroeg profiteren, omdat hoogwaardige activa sneller en over meerdere platformen kunnen worden ingezet, maar wanneer één infrastructuur uitgroeit tot centraal knooppunt, kan een fout in governance of beveiliging onmiddellijk een systeemrisico worden.
De grootste kwetsbaarheid ligt daarom niet alleen in de techniek zelf, maar in de manier waarop markten, toezichthouders en wetgevers omgaan met concentratie, interoperabiliteit en juridische zekerheid. Toegestane gedeelde grootboeken kunnen liquiditeit en operationele efficiëntie vergroten, maar zij kunnen activiteit ook concentreren op enkele platformen waarvan cybersecurity, veerkracht en crisisbeheer plotseling van nationaal belang worden. Zwakke koppelingen tussen platformen kunnen liquiditeit vastzetten, markten uit elkaar trekken en oude risico’s in een nieuwe digitale vorm terugbrengen, waardoor de belofte van één efficiënte markt omslaat in een landschap van slecht verbonden eilanden.
De juridische vragen zijn minstens zo belangrijk als de technologische, omdat wetgeving helder moet maken wie eigenaar is van getokeniseerde activa, wanneer afwikkeling definitief is, welke jurisdictie geldt bij grensoverschrijdende transacties en wie verantwoordelijk is wanneer smart contracts verkeerd werken. Toezicht zal niet meer kunnen stoppen bij banken, brokers en beurzen, omdat ook de code, de digitale regels, de platformbeheerders en de automatische contracten zelf onder toezicht moeten komen. Een financieel systeem dat door software wordt uitgevoerd, kan niet worden gereguleerd alsof alleen mensen en instellingen beslissingen nemen.
Voor ontwikkelende economieën kan tokenisatie lagere kosten voor internationale betalingen, bredere toegang tot kapitaalmarkten en efficiëntere financiële diensten brengen, maar dezelfde technologie kan ook kapitaalvlucht versnellen en lokale munten onder druk zetten wanneer wereldwijde stablecoins massaal worden gebruikt als alternatief voor nationale valuta. De Surinaamse overheid moet daarom niet wachten tot deze golf volledig over de regio rolt, omdat digitale activa, tokenisatie, stablecoins en toekomstig centralebankgeld direct raken aan betalingsverkeer, toezicht, valuta stabiliteit, consumentenbescherming, witwasrisico’s en de geloofwaardigheid van de financiële sector. Een Caribische economie kan alleen voordeel halen uit deze ontwikkeling wanneer zij vroeg investeert in regelgeving, technische kennis, centrale bank capaciteit, juridische duidelijkheid en internationale samenwerking, zodat innovatie niet verandert in een open achterdeur voor financiële instabiliteit.
De waarschuwing van het IMF komt neer op een eenvoudige maar harde conclusie, omdat tokenisatie geen wondermiddel is en ook geen onschuldige technologische upgrade van het huidige systeem. Dezelfde digitale infrastructuur die betalingen sneller, markten efficiënter en onderpand flexibeler kan maken, kan bij slecht beleid ook liquiditeit versnipperen, risico’s concentreren, toezicht verzwakken en nationale financiële systemen kwetsbaarder maken voor private digitale geldvormen. De toekomst van tokenisatie wordt daarom niet beslist door programmeurs alleen, maar door beleidsmakers, centrale banken, toezichthouders en wetgevers die nu moeten bepalen of digitaal geld de financiële orde sterker maakt of haar juist in stukken trekt.
Dit artikel is uitsluitend bedoeld als journalistieke en informatieve duiding. Het vormt geen investeringsadvies, beleggingsadvies, juridisch advies of technisch belastingadvies, mede omdat ontwikkelingen rond blockchain, digitale activa en belastingwetten snel kunnen veranderen.
Volg de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com