De herinvoering van de spoedposten van het Staatsziekenfonds (SZF) wordt door minister van Volksgezondheid André Misiekaba gepresenteerd als een maatregel die de toegankelijkheid van de gezondheidszorg moet verbeteren. Maar achter de politieke presentatie schuilt een ongemakkelijke werkelijkheid, de overheid weet op dit moment nog niet precies wat deze spoedposten kosten en hoeveel zij daadwerkelijk opleveren. Dat de financiële balans pas na een jaar serieus geëvalueerd moet worden, legt een fundamenteel probleem aan het licht, eerst wordt beleid uitgevoerd, daarna wordt gekeken of het financieel verantwoord is. De spoedposten waren enkele jaren buiten gebruik, maar zijn onder het huidige bewind opnieuw ingesteld. Inmiddels zijn zij verspreid over Paramaribo, Wanica, Nickerie, Marowijne, Saramacca, Commewijne, Coronie en Brokopondo. Daarmee wordt een breed netwerk in stand gehouden dat rechtstreeks of indirect door publieke middelen wordt gefinancierd. Toch moet de staat volgens Misiekaba nog evalueren wat het volledige kostenplaatje en de inkomsten zijn. Dat is geen detail, het gaat om publieke gezondheidszorg en dus om geld dat uiteindelijk door de samenleving wordt opgebracht. Een overheid die een kostbare voorziening opnieuw opent, hoort vóór of tijdens de invoering exact te weten welke financiële verplichtingen worden aangegaan.
Een evaluatie na een jaar kan nuttig zijn, maar mag geen excuus worden voor gebrekkige financiële voorbereiding. De minister legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij het SZF. Het fonds moet ervoor zorgen dat alles financieel goed verloopt. De spoedposten worden bovendien gerund door een bedrijf dat aan het SZF gelieerd is. Juist daardoor ontstaat behoefte aan maximale transparantie. Wanneer publieke middelen via een aan het SZF verbonden uitvoeringsorganisatie worden besteed, moet voor de samenleving glashelder zijn wie waarvoor verantwoordelijk is, welke contracten zijn afgesloten, welke bedragen worden betaald en welke prestaties daar tegenover staan. Gezondheidszorg mag geen speelveld worden waar politieke daadkracht belangrijker wordt gevonden dan financiële onderbouwing. Het opnieuw openen van spoedposten kan maatschappelijk verdedigbaar zijn, zeker in districten waar medische voorzieningen schaars zijn. Maar goede bedoelingen zijn geen financieel controlesysteem. Zonder duidelijke cijfers ontstaat het risico dat noodzakelijke zorg langzaam verandert in een structurele financiële last waar niemand uiteindelijk verantwoordelijkheid voor neemt. Tegen die achtergrond krijgt ook de kwestie rond voormalig SZF directeur Rudrakanth Oemraw extra gewicht. De Raad van Ministers heeft inmiddels goedkeuring gegeven voor zijn ontslag.
Dat besluit volgde op een intern onafhankelijk onderzoek waarin mogelijke overtredingen van de SZF statuten en het directiereglement werden genoemd. Oemraw was eerder al in opspraak geraakt en werd in 2020–2021 tijdelijk uit de organisatie verwijderd. Opvallend is dat de regering nu uiterst voorzichtig opereert. De missive wordt afgewacht, waarna een jurist advies moet geven over de vervolgstappen. Die voorzichtigheid is begrijpelijk, maar tegelijkertijd veelzeggend. Misiekaba erkent immers dat de staat in het verleden juridische nederlagen heeft geleden bij het ontslaan of afzetten van functionarissen. De uitspraak dat men veel zaken bij de rechter verliest en daarom geen fouten meer wil maken, is feitelijk een bekentenis dat eerdere bestuurlijke beslissingen onvoldoende juridisch waren afgedekt. Dat is meer dan een juridische voetnoot. Wanneer de overheid herhaaldelijk wordt teruggefloten door de rechter, betaalt uiteindelijk de belastingbetaler de rekening. Niet alleen in financiële zin, maar ook in termen van bestuurlijke geloofwaardigheid. Ontslagprocedures, benoemingen en reorganisaties horen gebaseerd te zijn op zorgvuldig onderzoek, correcte procedures en juridisch houdbare besluiten. Achteraf proberen repareren wat vooraf niet goed is geregeld, is geen degelijk bestuur.
De twee dossiers, de spoedposten en de bestuurskwestie binnen het SZF leggen daarmee hetzelfde onderliggende probleem open, besturen vraagt meer dan intenties. Het vraagt controle, cijfers, procedures en verantwoordelijkheid. De samenleving heeft recht op gezondheidszorg die toegankelijk en financieel houdbaar is. Zij heeft eveneens recht op een SZF dat transparant en professioneel wordt bestuurd. Het kan niet de bedoeling zijn dat pas na een jaar wordt vastgesteld wat een omvangrijk zorgnetwerk werkelijk kost, terwijl tegelijkertijd juridische voorzichtigheid nodig is om bestuurlijke besluiten overeind te houden. De herinvoering van de spoedposten mag daarom niet uitsluitend worden beoordeeld op politieke zichtbaarheid of het aantal geopende locaties. De echte maatstaf moet zijn wat de voorzieningen zijn die voor de patiënt opleveren, wat ze de staat kosten en of die verhouding op lange termijn verantwoord is. Het SZF kan zich geen nieuwe periode veroorloven waarin financiële controle achteraf komt en juridische zorgvuldigheid pas wordt ingeroepen nadat problemen zijn ontstaan. Als publieke middelen worden ingezet, hoort publieke verantwoording vanaf het begin centraal te staan. Anders dreigt de rekening opnieuw te worden doorgeschoven naar de samenleving, terwijl degenen die de beslissingen nemen vooral kunnen wijzen naar procedures, onderzoeken en toekomstige evaluaties.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com