Te midden van geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en een technologische omwenteling die kleine landen gemakkelijk op achterstand kan zetten, heeft Suriname tijdens de 41ste vergadering van ECLAC gepleit voor een vorm van regionale samenwerking die niet blijft steken in verklaringen, conferenties en beleidsadviezen, maar aantoonbaar bijdraagt aan banen, economische verbreding en betere voorzieningen voor de bevolking.
De bijeenkomst van de Economische Commissie voor Latijns Amerika en het Caribisch Gebied wordt van 7 tot en met 9 oktober gehouden in Santiago de los Caballeros in de Dominicaanse Republiek. Suriname gebruikt het overleg om duidelijk te maken dat regionale doelstellingen nauwer moeten aansluiten op de concrete ontwikkelingsbehoeften van afzonderlijke landen, vooral wanneer het gaat om kleinere economieën met beperkte financiële en institutionele ruimte.
Tijdens de openingsdag presenteerde ECLAC het rapport Managing Transformations in an Era of Ruptures, waarin landen worden opgeroepen niet uitsluitend te reageren op mondiale veranderingen, maar zelf richting te geven aan hun economische en maatschappelijke ontwikkeling. Dat vereist capabele overheidsinstellingen, investeringen in kennis en technologie, degelijk beleid en een nauwere samenwerking tussen de staat, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Suriname bracht tijdens de eerste dialoog tussen ministers van Buitenlandse Zaken en andere hoge vertegenwoordigers naar voren dat ECLAC veel nadrukkelijker als strategische ontwikkelingspartner moet functioneren. Onderzoek en advies blijven belangrijk, maar de werkelijke waarde van de organisatie zal volgens de Surinaamse inzet moeten blijken uit technische ondersteuning, sterkere publieke instellingen en projecten die zichtbaar bijdragen aan nationale vooruitgang.
De delegatie vroeg specifiek aandacht voor economische diversificatie, digitale ontwikkeling en het verantwoorde gebruik van kunstmatige intelligentie. Deze onderwerpen raken rechtstreeks aan de toekomst van de arbeidsmarkt, omdat automatisering bestaande banen kan veranderen en tegelijkertijd nieuwe beroepen kan creëren waarvoor Suriname nog onvoldoende mensen opleidt.
Kleinere economieën beschikken doorgaans niet over dezelfde gespecialiseerde kennis, financiële reserves en technologische infrastructuur als grote landen. Een uniforme regionale aanpak kan daardoor ongelijkheid versterken wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met verschillen in bestuurskracht, bevolkingsomvang, toegang tot kapitaal en economische structuur.
Nationale ontwikkelingsprioriteiten moeten volgens Suriname daarom steviger doorklinken in de regionale agenda. Werkgelegenheid, transportverbindingen, onderlinge handel, technologische vaardigheden en de voorbereiding van jongeren op een veranderende arbeidsmarkt zijn geen geïsoleerde Surinaamse vraagstukken, maar uitdagingen die in verschillende vormen binnen het Caribisch Gebied en Zuid Amerika terugkeren.
De Surinaamse boodschap bevat daarmee ook een diplomatieke koerswijziging. Het land wil niet uitsluitend deelnemen aan regionale besprekingen of gebruikmaken van beschikbare ondersteuning, maar actief invloed uitoefenen op de onderwerpen, programma’s en investeringen die binnen ECLAC prioriteit krijgen. Dat kan de positie van Suriname versterken, mits de nationale behoeften vooraf duidelijk zijn uitgewerkt en worden ondersteund door uitvoerbare projecten.
De naderende ontwikkeling van de offshore olie en gassector geeft deze discussie extra gewicht. De verwachte inkomsten kunnen worden gebruikt om onderwijs, technologie, infrastructuur, gezondheidszorg en andere productieve sectoren te versterken, maar dezelfde inkomsten kunnen ook een nieuwe afhankelijkheid veroorzaken wanneer de economie zich te sterk rond één inkomstenbron organiseert.
Economische diversificatie mag daarom geen diplomatieke formulering blijven die op iedere internationale bijeenkomst wordt herhaald. Suriname zal concreet moeten vaststellen welke sectoren naast olie en gas worden ontwikkeld, hoeveel arbeidsplaatsen die moeten opleveren, welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en welk deel van de toekomstige inkomsten doelgericht wordt geïnvesteerd.
Ook de geografische positie van Suriname werd als economisch voordeel gepresenteerd. Het land kan door zijn ligging functioneren als schakel tussen het Caribisch Gebied en Zuid Amerika, maar die ambitie vereist betrouwbare havens, efficiënte luchtverbindingen, betere wegen, concurrerende logistieke diensten, voldoende energie en veilige digitale infrastructuur. Zonder deze voorwaarden blijft de veelgenoemde brugfunctie vooral een aantrekkelijk politiek beeld.
Gastland Dominicaanse Republiek presenteerde tijdens de opening een aanzienlijk concretere ontwikkelingsambitie. President Luis Abinader koppelde economische groei aan het nationale plan Meta RD 2036, waarmee het land zijn economie binnen tien jaar wil verdubbelen, 1,7 miljoen banen wil creëren en extreme armoede wil uitbannen. Vicepresident Raquel Peña legde daarnaast de nadruk op meer regionale handel en gezamenlijke maatregelen om landen weerbaarder te maken.
Het Dominicaanse voorbeeld laat zien dat een ontwikkelingsagenda krachtiger wordt wanneer grote ambities worden verbonden aan aantallen, termijnen en maatschappelijke resultaten. Groei krijgt pas betekenis wanneer zichtbaar wordt hoeveel mensen werk vinden, hoeveel gezinnen uit armoede komen, welke bedrijven ontstaan en welke publieke diensten daadwerkelijk verbeteren.
De samenwerking tussen Suriname en ECLAC begint overigens niet bij deze vergadering. Surinaamse overheidsfunctionarissen kregen eerder in 2026 trainingen in strategische beleidsplanning, kosten en batenanalyses en statistische besluitvorming. Het traject moet uiteindelijk leiden tot de uitwerking van een project dat aansluit op nationale prioriteiten, waardoor er al een basis bestaat om de nieuwe oproep tot verdieping praktisch vorm te geven.
Directeur Internationale Samenwerking Elizabeth Bradley en Charissa Dhauri van de afdeling Duurzame Ontwikkeling vertegenwoordigen Suriname tijdens de vergadering. Hun deelname krijgt vooral waarde wanneer de opgedane contacten, technische mogelijkheden en regionale afspraken na terugkeer worden vertaald in voorstellen die ministeries daadwerkelijk kunnen uitvoeren.
Een geloofwaardig vervolg vraagt van Paramaribo om per ontwikkelingsprioriteit vast te leggen welke ondersteuning bij ECLAC wordt gevraagd, welk ministerie verantwoordelijk is, hoeveel financiering nodig is en wanneer resultaten moeten worden bereikt. Openbare voortgangsrapportages kunnen vervolgens voorkomen dat economische diversificatie, digitale ontwikkeling, kunstmatige intelligentie en regionale verbinding opnieuw verdwijnen in beleidsstukken zonder zichtbare uitvoering.
De belangrijkste boodschap uit Santiago de los Caballeros ligt daarom niet in de oproep tot meer samenwerking, maar in de opdracht die daarna volgt, want Suriname heeft weinig aan nog meer internationale erkenning wanneer kennis niet wordt toegepast, plannen niet worden gefinancierd en regionale kansen niet worden omgezet in banen, sterke instellingen en een economie die ook buiten de oliesector kan blijven groeien.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com