Suriname staat aan de vooravond van een beslissend hoofdstuk in zijn ontwikkeling. Met het aflopen van het huidige Meerjaren Ontwikkelingsplan (MOP) dit jaar, markeert 2026 niet alleen een nieuw begrotingsjaar, maar vooral het begin van een fundamenteel nieuw strategisch tijdperk. Dat benadrukte president Jennifer Simons tijdens haar jaarrede bij de Nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), gehouden in het Assuria Event Center. De boodschap was helder en ambitieus, Suriname moet vooruit, maar wel met een scherp kompas, stevige discipline en brede betrokkenheid van de samenleving. Volgens president Simons start dit kwartaal het gezamenlijke traject voor de totstandkoming van een nieuw Meerjaren Ontwikkelingsplan, dat de periode tot 2030 zal bestrijken. Dit MOP moet uitgroeien tot het centrale beleidskader waarin economische prioriteiten, investeringskeuzes en uitvoeringsafspraken samenkomen. Cruciaal daarbij is de koppeling aan een macro-fiscaal raamwerk, waarin scenario’s worden doorgerekend voor economische groei, inflatie, wisselkoersontwikkeling, rente en toekomstige olie-inkomsten. Daarmee wil de regering voorkomen dat beleid losraakt van de realiteit. Beleid moet niet alleen richting geven, maar ook worden doorgerekend.
Het nieuwe MOP zal geen papieren tijger zijn, maar een werkdocument met meetbare doelen, duidelijke indicatoren en periodieke monitoring. Externe schokken mogen het beleid niet langer ontregelen, flexibiliteit en voorspelbaarheid moeten hand in hand gaan. Opvallend is de nadruk die de president legde op participatie. De regering wil het nieuwe MOP ontwikkelen in nauwe samenwerking met deskundigen, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de academische wereld. De VES krijgt daarin een prominente rol. Volgens Simons is deze brede inbreng essentieel om draagvlak te creëren en de kwaliteit van beleid te verhogen. Alleen samen kunnen we de juiste keuzes maken voor de toekomst van Suriname. Terwijl de plannen richting 2030 vorm krijgen, wordt 2026 een jaar van verankering en uitvoering. De president somde een reeks concrete maatregelen op die moeten zorgen voor economische stabiliteit en structurele versterking. Op fiscaal gebied zet de regering in op strengere discipline en beter schuldbeheer. Zo wordt gewerkt aan de operationalisering van een semi-autonome Belastingdienst, verdere digitalisering van belastingaangiften, risico-gestuurde controles en een snellere inning van accijnzen op schadelijke en luxegoederen.
Tegelijkertijd worden inefficiënte subsidies afgebouwd. De vrijgekomen middelen zullen niet verdwijnen, maar gericht worden ingezet voor inkomenssteun aan kwetsbare huishoudens. Ook op het vlak van governance wil de regering duidelijke stappen zetten. De wetgeving voor het Spaar- en Stabilisatiefonds moet uiterlijk medio 2026 zijn afgerond. Dit fonds krijgt heldere regels voor stortingen en opnames, onafhankelijke bestuurders en een verplichte jaarlijkse rapportage. Daarnaast worden de nieuwe aanbestedingswet en anti-corruptiewet geïmplementeerd, wordt de Sociaaleconomische Raad operationeel gemaakt en worden conceptwetten ingediend voor investeringen en speciale economische zones. Samen moeten deze maatregelen het vertrouwen herstellen en versterken. Geen enkel staatsbedrijf blijft buiten schot. Alle ondernemingen worden doorgelicht en waar mogelijk gedigitaliseerd. Verlieslatende bedrijven worden geherstructureerd of gerationaliseerd, terwijl andere prestatiecontracten krijgen en verplicht worden tot transparante verslaggeving. Om de private sector te stimuleren, werkt de regering samen met banken en internationale partners aan een kredietgarantieregeling voor het MKB. Deze moet investeringen in onder meer landbouw, toerisme, industrie en de digitale economie aanjagen. Vanaf 2026 wordt het local content-beleid wettelijk verankerd, zodat Surinaamse bedrijven en werknemers maximaal kunnen profiteren van economische groei. Tegelijk start een Nationale Werkgelegenheidsagenda, gekoppeld aan een investeringsfonds voor beroepsonderwijs, stageplaatsen en re-skillprogramma’s. Ook investeerders moeten sneller en efficiënter geholpen worden via één elektronisch loket voor vergunningen en bedrijfsregistratie. Op het gebied van energie en duurzaamheid komt er een meerjarenplan voor de energietransitie, met focus op hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en geïntegreerd bos- en landgebruik. Daarmee wil Suriname niet alleen deviezen genereren, maar ook actief inspelen op de markt voor CO₂-credits.
Tot slot benadrukte president Simons dat in 2026 gerichte en urgente investeringen worden gedaan in gezondheidszorg en onderwijs. Hoewel deze investeringen beperkt zijn in omvang, zijn ze volgens haar noodzakelijk om verdere achteruitgang te voorkomen en de basis te leggen voor toekomstige economische groei. Dit alles is onderdeel van goed bestuur en onze verantwoordelijkheid tegenover het volk van Suriname. Met deze woorden werd duidelijk, 2026 is geen gewoon jaar. Het is een scharniermoment. Of Suriname erin slaagt de plannen om te zetten in tastbare resultaten, zal bepalen hoe stevig het land richting 2030 zijn toekomst tegemoet treedt.