Terwijl commerciële banken hun winsten op peil houden, worden burgers en ondernemers geconfronteerd met steeds hogere tarieven. Assembleelid Ameerani Jarbandhan vraagt de regering om duidelijkheid over de grenzen van deze kostenstijgingen en de bescherming van rekeninghouders. De rekeninghouder in Suriname krijgt steeds minder het gevoel klant te zijn en steeds meer het gevoel de kostenpost van de bank te worden. Terwijl commerciële banken de afgelopen jaren aanzienlijke winsten hebben geboekt, worden burgers en ondernemers geconfronteerd met nieuwe en hogere tarieven voor bankdiensten. VHP-assembleelid Ameerani Jarbandhan vindt dat deze ontwikkeling niet zonder politieke en maatschappelijke aandacht mag blijven. Jarbandhan heeft president Jennifer Simons hierover schriftelijk om duidelijkheid gevraagd. Aanleiding zijn onder meer verhoogde tarieven voor geldopnames via ATM’s en de invoering van kosten voor POS-transacties door ten minste één commerciële bank. Vooral dat laatste roept zorgen op over de manier waarop kosten worden verdeeld binnen de bancaire sector en uiteindelijk bij ondernemers en consumenten terechtkomen. De ontwikkeling past volgens Jarbandhan in een bredere trend waarbij banken steeds meer kosten afwentelen op hun klanten.
Dat gebeurt terwijl dezelfde banken hun bedrijfsresultaten op peil houden en winst blijven maken met onder meer het geld dat burgers en bedrijven op hun rekeningen aanhouden. Daarmee komt een fundamentele tegenstelling bloot te liggen. De rekeninghouder stelt zijn geld beschikbaar aan de bank, de bank gebruikt dat geld binnen haar financiële bedrijfsmodel en genereert daaruit inkomsten, terwijl diezelfde rekeninghouder vervolgens steeds meer moet betalen voor de toegang tot en het gebruik van zijn eigen bankrekening. Jarbandhan wijst er dan ook op dat hogere bankwinsten niet vanzelfsprekend lijken te worden vertaald in betere voorwaarden voor rekeninghouders. Hogere rente op spaargeld blijft volgens haar achterwege, terwijl tarieven voor verschillende bankdiensten wel omhooggaan. De balans lijkt daardoor steeds verder door te slaan in het voordeel van de financiële instellingen. Voor burgers zijn die extra kosten geen abstracte cijfers op een jaarrekening. Iedere verhoging van ATM-kosten, transactiekosten of andere banktarieven betekent een directe aanslag op het besteedbare inkomen. Voor ondernemers kunnen dergelijke kosten zich bovendien opstapelen, zeker wanneer betalingen via elektronische systemen een noodzakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering zijn. De invoering van POS-kosten door één bank maakt de discussie nog ingewikkelder.
Wanneer de ene bank dergelijke kosten wel doorberekent en een andere dat niet doet, ontstaat een verschil in concurrentiepositie. Ondernemers kunnen daardoor worden geconfronteerd met uiteenlopende kostenstructuren, terwijl zij voor elektronische betalingen steeds minder alternatieven hebben. Daarmee raakt de kwestie niet alleen de portemonnee van de individuele rekeninghouder, maar ook de werking van de markt. Een bancaire sector waarin tarieven zonder duidelijke grenzen of transparante uitgangspunten blijven stijgen, vraagt om scherpere controle op concurrentie, consumentenbescherming en de redelijkheid van kosten. Ook de maatschappelijke gevolgen mogen niet worden onderschat. Jarbandhan waarschuwt dat hoge bankkosten ertoe kunnen leiden dat mensen minder geneigd zijn hun geld op een bankrekening te laten staan en ervoor kiezen contant geld thuis te bewaren. In een samenleving waarin veiligheid al een serieus probleem vormt, is dat een riskante ontwikkeling. Geld dat uit het formele bancaire systeem verdwijnt, komt letterlijk en figuurlijk buiten beeld. De kwestie krijgt bovendien een extra lading door de verwachtingen rond de toekomstige olie en gassector. Volgens Jarbandhan worden burgers nu al geconfronteerd met kosten die volgens haar samenhangen met voorbereidingen op een sector waarvan de financiële voordelen voor de gemiddelde Surinamer nog niet zichtbaar zijn. De kritiek dat mensen nu al betalen voor de toekomstige olierijkdom, terwijl niemand in Suriname nog een oil and gas salaris ontvangt, raakt daarmee een breder gevoel van ongelijkheid.
De kern van het debat gaat uiteindelijk verder dan een paar extra SRD’s voor een ATM-opname of een toeslag op een elektronische betaling. Het gaat om de vraag hoe de lasten en opbrengsten binnen het bancaire systeem worden verdeeld. Banken zijn commerciële ondernemingen en hebben recht op een redelijk rendement. Maar dat commerciële belang staat niet los van hun maatschappelijke functie en de afhankelijkheid van burgers en bedrijven van betrouwbare, betaalbare financiële dienstverlening. Jarbandhan verlangt daarom van de regering een integrale beleidslijn voor bankkosten, rentepercentages en consumentenbescherming. Ook wil zij duidelijkheid over de wijze waarop de regering omgaat met banken die winstgevend zijn en tegelijkertijd tarieven verhogen. Die discussie is hard nodig. Want wanneer banken hun kosten steeds verder verhogen, terwijl rekeninghouders weinig merken van de winstgevendheid van de sector, ontstaat een steeds schevere verhouding. De burger betaalt aan de kassa, betaalt voor elektronisch betalen, betaalt voor het opnemen van eigen geld en ontvangt ondertussen geen vanzelfsprekende compensatie in de vorm van hogere rente. Als de bancaire sector structureel winst kan maken op het geld van rekeninghouders, verdient ook de rekeninghouder een eerlijker aandeel in de voordelen van dat systeem. Zolang dat evenwicht ontbreekt, blijven stijgende bankkosten niet slechts een financieel probleem, maar een kwestie van vertrouwen in het hele bancaire systeem.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com