De regering kan geen duidelijkheid geven over de toekomst van de brandstofcap en de lopende loononderhandelingen. Wat aanvankelijk werd gepresenteerd als een noodzakelijke maatregel om de samenleving te beschermen tegen de internationale crisis, is inmiddels uitgegroeid tot een financieel zwaar dossier waarvoor de staat maandelijks honderden miljoenen SRD moet ophoesten. De brandstofcap kost de samenleving ongeveer SRD 350 miljoen per maand en heeft tot en met juli al een bedrag van circa SRD 1,4 miljard gekost. Dat bedrag maakt duidelijk dat de brandstofcap allang niet meer alleen een sociaal vangnet is. Het is een miljardenrekening geworden. En terwijl de rekening verder oploopt, blijft de regering spreken over studies, overleg en mogelijke scenario’s. De bevolking krijgt daarmee vooral te horen dat er nog geen besluit is, terwijl de financiële schade iedere maand gewoon doorgaat. Volgens minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning werd de brandstofcap in maart ingevoerd vanwege de internationale crisis. De maatregel moest voorkomen dat de stijgende internationale brandstofprijzen rechtstreeks en onmiddellijk op de samenleving zouden worden afgewenteld. Dat argument is begrijpelijk, niemand kan ontkennen dat een plotselinge explosie van brandstofprijzen grote gevolgen heeft voor huishoudens, transporteurs, bedrijven en uiteindelijk voor de prijzen van vrijwel alle goederen.
Maar een maatregel die tijdelijk bedoeld is, kan niet eindeloos worden voortgezet zonder een duidelijke strategie. Juist daar wringt het. De regering heeft inmiddels SRD 1,4 miljard uitgegeven aan het in stand houden van een prijsmechanisme dat volgens dezelfde regering financieel steeds zwaarder weegt. Iedere maand komt daar opnieuw ongeveer SRD 350 miljoen bij. Dat is geen detailpost, maar een structurele aanslag op de overheidsfinanciën. Doordat de maximumprijs voor brandstof wordt gehandhaafd, int de staat niet de volledige government take en moet zij het verschil aan de oliemaatschappijen betalen. Daarmee neemt de overheid een steeds groter deel van het risico op zich. De vraag is hoe lang dit financieel houdbaar blijft en hoeveel andere publieke uitgaven hierdoor onder druk komen te staan. Toch is er nog altijd geen definitief besluit over afschaffing of afbouw van de brandstofcap. Volgens minister Wijnerman wordt onderzocht welke aanpak en welk moment het meest geschikt zijn. Een gefaseerde afbouw behoort tot de mogelijkheden. Tegelijkertijd wordt overleg gevoerd met president Jennifer Simons. Maar voorzichtigheid mag geen excuus worden voor besluiteloosheid. Iedere maand waarin de regering geen keuze maakt, wordt de rekening groter. Een regering kan niet onbeperkt een prijs kunstmatig laag houden en tegelijkertijd doen alsof de financiële gevolgen beheersbaar blijven.
Als de staat de kosten draagt, betaalt de samenleving via belastinginkomsten, minder ruimte voor publieke investeringen of oplopende financiële druk op de staatskas. Daar komt de loonkwestie nog bovenop. De brandstofprijs is inmiddels rechtstreeks onderdeel geworden van de onderhandelingen tussen de regering en de vakbonden. De staat heeft een eerste voorstel van 10 procent loonsverhoging gedaan, terwijl Ravaksur 25 procent eist. De redenering van de regering dat een loonsverhoging weinig betekenis heeft wanneer tegelijkertijd de brandstofprijzen stijgen, is op zichzelf logisch. Een werknemer kan een hoger salaris krijgen, maar dat voordeel snel weer verliezen wanneer transport, voeding en andere basisproducten duurder worden. Een loonsverhoging zonder beheersing van de kosten van levensonderhoud kan daardoor inderdaad grotendeels een schijnverbetering worden. Maar ook hier dreigt dezelfde vicieuze cirkel. De regering wil de brandstofprijs laag houden om de koopkracht te beschermen, tegelijkertijd moet zij beslissen hoeveel extra loon de staat kan dragen. Beide maatregelen kosten geld en beide leggen druk op dezelfde staatsfinanciën.
Het meest zorgwekkende is dat de minister vooralsnog niet kan aangeven hoeveel een eventuele loonsverhoging de staat uiteindelijk zal kosten. De onderhandelingen gaan maandag verder met presentaties en verdere bespreking van de voorstellen. Dat betekent dat de samenleving opnieuw moet wachten op duidelijkheid, terwijl de financiële druk blijft toenemen. De regering staat daarmee voor een harde realiteit. Populaire maatregelen zijn gemakkelijk te verdedigen zolang de rekening niet zichtbaar is. Maar SRD 350 miljoen per maand is zichtbaar. SRD 1,4 miljard tot en met juli is zichtbaar. En als de huidige situatie wordt voortgezet, groeit dat bedrag verder. Suriname heeft geen behoefte aan eindeloze tussenoplossingen zonder duidelijke einddatum. Er is behoefte aan een eerlijk, financieel onderbouwd beleid waarin de regering duidelijk maakt wat zij kan betalen, wat de samenleving kan dragen en hoe lang tijdelijke maatregelen daadwerkelijk tijdelijk blijven. De brandstofcap heeft de samenleving voorlopig beschermd tegen een directe prijsschok, maar tegelijkertijd een andere rekening opgebouwd. Die rekening verdwijnt niet door overleg, studies of uitstel. Uiteindelijk zal iemand haar moeten betalen. En zolang de regering geen duidelijke koers bepaalt, wordt die rekening alleen maar hoger.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com