De discussie over de toekomst van Surinam Airways, begint steeds minder op een tijdelijk operationeel probleem te lijken. Wat zich aandient, is een hardnekkig structureel probleem waarin vertragingen, klantontevredenheid, bestuurlijke onzekerheid en financiële druk elkaar versterken. Dat DNA-lid Mahinder Jogi opnieuw alarm slaat in De Nationale Assemblée, is daarom geen politieke bijzaak. Het is een signaal dat het geduld met de nationale luchtvaartmaatschappij steeds verder afneemt. SLM wordt al jaren overeind gehouden met publieke middelen, terwijl reizigers nog altijd geconfronteerd worden met vluchten die vertraging oplopen, wijzigingen in schema’s en onzekerheid over hun reis. Het technische defect aan een toestel in Guyana, dat opnieuw leidde tot verstoringen in het regionale vliegverkeer, is daarvan een treffend voorbeeld. Een technisch probleem kan bij iedere luchtvaartmaatschappij voorkomen. Het echte probleem ontstaat wanneer een bedrijf onvoldoende capaciteit, reserves en organisatorische slagkracht heeft om zo’n probleem op te vangen. Een nationale luchtvaartmaatschappij kan niet functioneren op basis van improvisatie. Reizigers kopen geen ticket voor een mogelijkheid om ooit op hun bestemming aan te komen.
Zij betalen voor een dienst die betrouwbaarheid, planning en verantwoordelijkheid vereist. Wanneer die basis voortdurend onder druk staat, verdwijnt niet alleen het vertrouwen van passagiers, maar ook de geloofwaardigheid van het bedrijf. Jogi heeft daarom terecht de financiële steun aan SLM nadrukkelijk op de politieke agenda geplaatst. Volgens hem heeft de staat inmiddels ongeveer USD 25 miljoen in de maatschappij geïnvesteerd. Dat is geen klein bedrag. Het vertegenwoordigt publiek geld dat uiteindelijk door de samenleving moet worden gedragen. Staatssteun kan verdedigbaar zijn wanneer die leidt tot een aantoonbare verbetering van de onderneming. Het wordt echter steeds moeilijker om nieuwe financiële injecties te rechtvaardigen wanneer de reiziger nauwelijks verbetering merkt en dezelfde problemen blijven terugkeren. Daarmee wordt SLM een voorbeeld van een bekend patroon binnen staatsbedrijven, geld beschikbaar stellen zonder dat daar voldoende harde prestaties, controle en verantwoordelijkheid tegenover staan. De regering heeft eerder aangegeven dat het gezond maken van SLM prioriteit heeft. Mooie beleidswoorden zijn echter niet genoeg.
Een luchtvaartmaatschappij wordt niet gezond verklaard door een politieke aankondiging, maar door betere financiële resultaten, betrouwbaar materieel, professioneel bestuur, operationele continuïteit en tevreden klanten. Juist op die punten blijft de maatschappelijke kritiek overeind. Ook de bestuurlijke situatie rond SLM draagt niet bij aan vertrouwen. Berichten over problemen binnen de Raad van Commissarissen hebben de indruk versterkt dat er intern onvoldoende rust en duidelijkheid bestaat. De raad en directie hebben weliswaar gesteld dat de formele samenstelling en functies ongewijzigd zijn, maar daarmee verdwijnen de bredere zorgen over governance niet automatisch. Formele stabiliteit is iets anders dan bestuurlijke effectiviteit. Een onderneming die met tientallen miljoenen aan staatsmiddelen wordt ondersteund, kan zich geen bestuurlijke mist veroorloven. De staat is niet slechts aandeelhouder op papier. De overheid heeft als eigenaar de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat bestuurders en commissarissen functioneren binnen een duidelijke strategie, met controleerbare doelstellingen en meetbare resultaten. Het wordt bovendien tijd om af te stappen van de gedachte dat het nationale karakter van SLM op zichzelf voldoende reden is om het bedrijf koste wat kost in stand te houden. Het belang van een nationale carrier staat buiten discussie.
Suriname heeft behoefte aan betrouwbare luchtverbindingen voor toerisme, handel, zakenreizigers, families en de diaspora. Maar juist daarom moet de nationale luchtvaartmaatschappij professioneel worden bestuurd. SLM kan alleen een nationale trots zijn wanneer de dienstverlening die status daadwerkelijk ondersteunt. Als reizigers herhaaldelijk geconfronteerd worden met vertragingen en onzekerheid, verandert het nationale imago in een bron van frustratie. Elke mislukte vlucht, elke onverwachte wijziging en iedere passagier die strandt, draagt verder bij aan het verlies van vertrouwen. Daarom is het noodzakelijk dat de regering niet opnieuw kiest voor een vrijblijvende reddingsoperatie. Nieuwe steun moet gekoppeld worden aan harde voorwaarden. Er moeten duidelijke financiële doelstellingen komen, concrete operationele normen, transparante rapportages en een bestuur dat op prestaties wordt afgerekend. Ook moet er een serieus noodplan bestaan voor technische uitval, zodat één defect toestel niet onmiddellijk een kettingreactie veroorzaakt die meerdere vluchten en honderden passagiers raakt.
Het voortbestaan van SLM mag geen doel op zichzelf worden. Het voortbestaan van een functionerende, betrouwbare en financieel beheersbare nationale luchtvaartmaatschappij moet het doel zijn. Suriname heeft al te vaak meegemaakt dat staatsbedrijven jarenlang financiële steun ontvangen zonder dat fundamentele problemen worden opgelost. Dat patroon mag bij SLM niet worden voortgezet. Publiek geld is geen bodemloze put en staatssteun is geen vervanging voor goed management. De discussie in De Nationale Assemblée legt daarmee een ongemakkelijke waarheid bloot, SLM heeft niet alleen een financieel probleem, maar vooral een vertrouwensprobleem. Dat vertrouwen kan niet met miljoenen worden gekocht. Het moet worden verdiend, vlucht na vlucht, besluit na besluit en prestatie na prestatie. De regering staat daarom voor een duidelijke verantwoordelijkheid. Niet opnieuw tijd kopen met geld, maar eindelijk resultaten afdwingen. Alleen dan kan SLM werkelijk opnieuw uitgroeien tot de nationale carrier die Suriname nodig heeft.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com