Wie de strijd tegen drugs en roekeloze keuzes nog ziet als een reeks losse voorlichtingspraatjes, mist de verschuiving die op Surinaamse scholen op gang komt, omdat het programma Students Against Destructive Decisions inzet op jongeren die elkaar aanspreken, in plaats van volwassenen die vanaf het podium waarschuwen. Het concept is vanuit de Organisatie van Amerikaanse Staten via CICAD in de regio uitgerold als een jeugdgedreven preventiemodel, waarbij scholen en communities een vaste structuur krijgen om weerbaarheid, mentale stabiliteit en gezonde besluitvorming te trainen. Suriname draait dit traject via het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, met de Basic Life Skills Education Unit als regisseur en met ondersteuning vanuit het uitvoerend bureau van de Nationale Anti Drugs Raad.
Achter de schermen zit er meer systeem in dan het op het eerste gezicht lijkt, want een interne werkgroep met begeleiding, nascholing en inspectie bouwt aan een vaste aanpak per school, zodat het geen losse actiedag wordt maar een proces dat terugkomt. Nieuwe scholen krijgen eerst een instructieronde over doelen, rolverdeling en werkvormen, waarna samen met de school een groep leerlingen wordt geselecteerd die activiteiten voorbereidt, onder begeleiding van een zorgcoördinator, decaan of gemotiveerde leerkracht. Daarmee ontstaat een herkenbaar format, waarin jongeren leren hoe je groepsdruk herkent, grenzen stelt en elkaar op tijd bijstuurt, precies het soort basis dat in internationale schoolpreventierichtlijnen telkens terugkomt als randvoorwaarde voor effect.
De kracht van het model zit in de sociale werkelijkheid, omdat leerlingen sneller luisteren naar leeftijdsgenoten die dezelfde gangen lopen en dezelfde online prikkels zien, en omdat peer education in onderzoek vaker wordt genoemd als een bruikbare route om risicogedrag te dempen en kennis te laten landen. Tegelijk ligt daar ook de kwetsbaarheid, want zodra de begeleiding wegvalt of scholen het laten drijven op enthousiasme zonder planning, verdwijnt het leereffect in de waan van het schooljaar. Juist daarom is het verstandig dat de implementatie niet alleen inzet op campagnes, maar ook op herhaling, training van begeleiders en duidelijke opvolging per school, zodat jongeren niet alleen worden geraakt, maar ook worden vastgehouden.
In de Surinaamse context is dit meer dan preventie, omdat het ook gaat over toekomstkansen, schoolprestaties en de weerbaarheid die nodig is in een samenleving waar verleidingen sneller binnenkomen dan regels kunnen bijsturen. Scholen die dit serieus nemen, behandelen het programma het liefst als onderdeel van de schoolcultuur en niet als een project dat verdwijnt zodra de kalender volloopt, en ze koppelen het aan een veilige meldroute en betrouwbare begeleiding. Op die manier wordt de slogan tegen destructief gedrag geen poster op de muur, maar een routine in de klas, op het plein en in de keuzes die jongeren maken wanneer niemand meekijkt.