De regering Simons houdt vast aan haar koers, maar de vraag is of repareren alleen voldoende is om Suriname daadwerkelijk vooruit te helpen. Volgens president Jennifer Simons is het afgelopen regeringsjaar vooral gebruikt om orde op zaken te stellen. Staatsbedrijven zijn opgeschoond, corruptieve praktijken aangepakt, scholen gerepareerd en problemen binnen de gezondheidszorg aangepakt. Tegelijkertijd wordt al vooruitgekeken naar 2030, wanneer de inkomsten van Staatsolie naar verwachting fors zullen toenemen. Het beeld dat de regering schetst, is er een van herstel na jaren van mismanagement. Volgens Simons zijn meer dan vijftig zaken bij het Openbaar Ministerie ingediend en zijn verschillende staatsbedrijven verlost van corruptieve praktijken. Nieuwe leidinggevenden moeten vervolgens zorgen voor continuïteit en ontwikkeling. Maar daarmee is de kern van het probleem nog niet opgelost. Het vervangen van bestuurders en het indienen van zaken bij het OM zijn belangrijke stappen, maar zeggen op zichzelf weinig over de structurele kwaliteit van het bestuur. De echte test ligt bij de vraag of staatsbedrijven voortaan transparanter, efficiënter en minder politiek kwetsbaar zullen functioneren. Reparatie mag geen permanente bestuursstijl worden. Ook in het onderwijs lijkt de regering nog vooral bezig met het herstellen van wat zichtbaar kapot is.
Scholen worden gerepareerd en er zijn onderwijsconferenties georganiseerd. Samen met de Inter Amerikaanse Ontwikkelingsbank wordt gekeken naar scholen die er relatief beter aan toe zijn. Maar de president erkent zelf dat uiteindelijk het onderwijssysteem moet worden aangepakt. Dat is precies waar de grootste uitdaging ligt. Een gerepareerd schoolgebouw levert weinig op als de kwaliteit van het onderwijs, de positie van leerkrachten en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt niet structureel verbeteren. De regering zegt een basis voor de toekomst te willen leggen, maar die toekomst vraagt meer dan herstelwerkzaamheden. Ze vraagt om keuzes die jarenlang consequent worden volgehouden. De verwachte extra inkomsten in 2030 maken die noodzaak alleen maar groter. Volgens berekeningen van Staatsolie zal er dan aanzienlijk meer geld het land binnenkomen. Dat klinkt verstandig, maar de geschiedenis leert dat extra staatsinkomsten zonder sterke instituties ook een risico kunnen vormen. Meer geld is geen garantie voor meer ontwikkeling. Zonder duidelijke prioriteiten, controle en transparantie kan een grotere inkomstenstroom juist nieuwe ruimte creëren voor verspilling en politieke bevoordeling.
Ook de gezondheidszorg laat zien hoe diep de problemen zitten. Bij het Academisch Ziekenhuis Paramaribo wordt ingegrepen, terwijl ook naar het Diakonessenziekenhuis en de loonstructuur van verpleegkundigen wordt gekeken. De 24 uurs poliklinieken blijken volgens de president druk bezocht en hun nut te bewijzen. Dat is positief, maar tegelijkertijd is het een signaal dat de druk op de reguliere gezondheidszorg groot blijft. Nieuwe spoedposten kunnen verlichting bieden, maar lossen de onderliggende problemen van capaciteit, personeel en financiering niet automatisch op. Op het gebied van grondenrechten kiest de regering eveneens voor een voorzichtige route. Er wordt gewerkt aan fase één van decentralisatiewetgeving en de verwachting is dat wetsvoorstellen volgend jaar naar het parlement gaan. Voor gemeenschappen die al jarenlang wachten op duidelijkheid over hun rechten is opnieuw werken aan, echter weinig, meer dan een tussenstation. Uiteindelijk telt niet het aantal aangekondigde wetten, maar de bescherming die daadwerkelijk op de grond wordt gevoeld. Binnen de overheid zelf wordt ondertussen opnieuw gekeken naar het ambtenarenbestand. Ook bij Sociale Zaken en Volkshuisvesting moet worden opgeschoond om sociale voorzieningen eerlijker te verdelen.
Dat roept een ongemakkelijke conclusie op, als bestanden jarenlang niet betrouwbaar genoeg zijn om vast te stellen wie recht heeft op ondersteuning, is niet alleen het systeem het probleem, maar ook het toezicht daarop. Het meest pijnlijke dossier blijft de brandstofprijs. De overheid besteedt volgens Simons maandelijks ongeveer SRD 350 miljoen aan het in stand houden van de price cap. Dat geld kan volgens haar beter worden ingezet voor ambtenaren en de sociale sector. De regering weet dus dat de regeling zwaar op de staatskas drukt, maar heeft haar nog niet beëindigd. Daarmee komt de regering voor haar moeilijkste keuze te staan. De samenleving wordt gevraagd geduld te hebben, terwijl tegelijkertijd wordt gezegd dat er mogelijk toch financiële ruimte is. De komende twee tot drie jaar moeten duidelijk maken of die ruimte werkelijk bestaat. De regering Simons heeft inmiddels veel plannen, reparaties en hervormingen aangekondigd. Maar uiteindelijk zal zij niet worden afgerekend op het aantal gerepareerde scholen, vervangen bestuurders of ingediende dossiers. De echte beoordeling komt wanneer moet blijken of Suriname structureel beter functioneert. Repareren is noodzakelijk. Maar als reparatie het eindpunt wordt in plaats van het begin van hervorming, blijft het land vooral achter de feiten aanlopen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com