De miljarden die Suriname de komende jaren uit offshore olie en gas kan halen, mogen geen eindstation worden. Ze moeten het begin vormen van een economische omwenteling. President Jennifer Simons heeft tijdens het algemene debat van de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties duidelijk gemaakt dat de toekomstige olie en gasinkomsten niet mogen leiden tot een economie die opnieuw afhankelijk wordt van één dominante sector. Volgens Simons ligt er voor Suriname een historische kans. De offshore natuurlijke hulpbronnen kunnen de nationale ontwikkeling versnellen en het welzijn van de bevolking verbeteren. Maar de waarde van de olie zit volgens haar niet alleen in de inkomsten die zij op korte termijn oplevert. De werkelijke uitdaging ligt in wat Suriname met die inkomsten doet. Dat betekent investeren in een economie die sterker, breder en minder kwetsbaar is. De inkomsten uit olie en gas moeten volgens de president strategisch worden ingezet om nieuwe economische activiteiten te ontwikkelen en bestaande sectoren te versterken. Diversificatie krijgt daarmee een centrale plaats in de economische toekomst van Suriname. De boodschap uit New York raakt daarmee aan een fundamenteel risico dat veel grondstofrijke landen kennen, enorme inkomsten kunnen een economie versterken, maar ook afhankelijk maken wanneer het geld onvoldoende wordt gebruikt om andere economische pijlers op te bouwen. Suriname staat aan de vooravond van een periode waarin olie en gas een veel grotere rol kunnen spelen in de nationale economie. Juist daarom moet volgens Simons nu worden nagedacht over de economie die er daarna moet staan.
De olie en gasontwikkeling wordt door de regering tegelijkertijd gekoppeld aan de energievoorziening van het land. Simons kondigde aan dat Suriname werkt aan het verbeteren van de energiezekerheid en zich voorbereidt op gas to shore. Daarmee krijgt offshore gas ook een strategische betekenis voor de binnenlandse economie. Gas kan niet alleen een exportproduct zijn, maar kan eveneens worden ingezet binnen de nationale energievoorziening. Tegelijkertijd blijft hernieuwbare energie onderdeel van de nationale energiemix. Suriname staat daarmee voor de opgave om verschillende energiebronnen naast elkaar te ontwikkelen en tegelijkertijd de overgang naar een duurzamer energiesysteem voort te zetten. Op het internationale toneel plaatste Simons de economische toekomst van Suriname ook nadrukkelijk tegenover de mondiale klimaatopgave. Suriname beschikt over meer dan 90 procent bosbedekking en behoort volgens de president tot de landen met een negatieve koolstofbalans. Dat natuurlijke kapitaal levert echter niet alleen Suriname voordelen op. De bossen slaan koolstof op, beschermen ecosystemen en leveren diensten waarvan de hele wereld profiteert. Daarom pleitte Simons voor eerlijkere toegang tot internationale klimaatfinanciering voor landen die grote hoeveelheden bos in stand houden. De redenering daarachter is duidelijk, wie wereldwijd profiteert van het behoud van natuur, moet ook bijdragen aan de kosten ervan.
Voor Suriname betekent dat een potentiële extra inkomstenstroom die niet uit olie, maar uit het behoud van zijn natuurlijke rijkdom moet komen. Alsof de economische transformatie nog niet ingrijpend genoeg is, ziet Simons een tweede grote verandering op Suriname afkomen, kunstmatige intelligentie. Ook daar ligt volgens de president een kans, maar eveneens een risico. Suriname kan profiteren van de mogelijkheden van AI wanneer de technologie verantwoord wordt ingevoerd en de samenleving zich tegelijkertijd voorbereidt op de gevolgen ervan. Daarmee verbindt Simons drie grote ontwikkelingen met elkaar, de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, de overgang naar een bredere en duurzamere energievoorziening en de opkomst van nieuwe technologie. De offshore rijkdom kan Suriname voorzien van kapitaal voor infrastructuur, onderwijs, energie, ondernemerschap en technologische ontwikkeling. Maar alleen wanneer de inkomsten doelgericht worden gebruikt om een economie te bouwen die ook zonder hoge olieprijzen kan blijven groeien. De oproep van Simons vanuit New York is daarmee vooral een waarschuwing en een opdracht, de olieboom mag geen nieuwe afhankelijkheid creëren. Het geld uit de bodem moet worden gebruikt om economische fundamenten te leggen die veel langer meegaan dan de olie en gasvelden zelf. Voor Suriname begint de echte test daarom niet bij de eerste grote inkomsten uit offshore productie, maar bij de keuzes die met die inkomsten worden gemaakt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com