De zoveelste waarschuwing over de financiële positie van de Surinaamse nutsbedrijven legt een schrijnend probleem bloot dat al veel langer bestaat dan de huidige droge periode. De overheid moet opnieuw financieel bijspringen om de water en energievoorziening overeind te houden. Volgens minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen zijn de nutsbedrijven niet in staat om noodzakelijke investeringen volledig zelf te financieren. Daarmee wordt opnieuw bevestigd wat de samenleving al jaren ervaart, het systeem is financieel kwetsbaar, operationeel onvoldoende weerbaar en politiek te zwaar belast. De minister wijst op de lage waterstand, waardoor de productie van hydro elektriciteit onder druk staat. Thermische energieopwekking is volgens Abiamofo ongeveer acht keer duurder dan waterkracht. Wanneer het waterpeil daalt, moet EBS dus terugvallen op een aanzienlijk duurdere vorm van elektriciteitsproductie. Daar komen hogere internationale olieprijzen nog bovenop. Maar het zou te gemakkelijk zijn om de huidige problemen uitsluitend toe te schrijven aan droogte, olieprijzen of externe omstandigheden. De echte vraag is waarom de nutsbedrijven na zoveel jaren nog steeds onvoldoende financiële slagkracht hebben om noodzakelijke investeringen zelfstandig te dragen.
Het antwoord ligt voor een belangrijk deel in een structureel probleem, de tarieven zijn volgens de minister niet volledig marktconform. Daardoor ontbreekt bij de nutsbedrijven de financiële ruimte om grote investeringen in infrastructuur, onderhoud, uitbreiding en modernisering zelfstandig te bekostigen. De overheid blijft vervolgens geld bijleggen, terwijl de samenleving uiteindelijk zowel via belastingen als via de prijs van diensten de rekening betaalt. Dat is geen duurzaam beleid. Het is uitstel van een probleem dat steeds duurder wordt. Zowel bij de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) als bij de Energiebedrijven Suriname (EBS) dringt zich daarom de vraag op of het probleem uitsluitend financieel is. Er zijn ook duidelijke signalen van een managementprobleem. Nutsbedrijven die essentieel zijn voor de samenleving kunnen niet functioneren alsof zij politieke speelballen zijn. Water en elektriciteit zijn geen gunsten die door politieke machthebbers worden uitgedeeld. Het zijn basisvoorzieningen waarop burgers en bedrijven moeten kunnen rekenen.
Zolang politieke invloed een doorslaggevende rol blijft spelen in de bedrijfsvoering, zullen hervormingen moeilijk van de grond komen. Professioneel management vereist ruimte om beslissingen te nemen op basis van efficiëntie, deskundigheid en langetermijnplanning. Politieke bemoeienis daarentegen creëert het risico dat benoemingen, belangen en beslissingen worden gestuurd door andere motieven dan het algemeen belang. Terwijl de samenleving wordt opgeroepen zuinig om te gaan met water en terwijl de overheid opnieuw moet nadenken over financiële steun, ontstaat tegelijkertijd de indruk dat binnen de nutsbedrijven niet overal dezelfde financiële discipline wordt gevraagd. Kritiek op directievoorzieningen, waaronder voertuigen en andere directiebelangen, verdient daarom een serieus en transparant antwoord. Wanneer een bedrijf financieel afhankelijk is van overheidsgeld, mag de samenleving verwachten dat iedere uitgegeven SRD verantwoord kan worden. Het is moeilijk uit te leggen aan een burger dat er onvoldoende geld is voor noodzakelijke infrastructuur, terwijl er binnen de top van een staatsbedrijf wel ruimte lijkt te zijn voor privileges en voorzieningen.
Dat is precies het soort tegenstelling dat het vertrouwen in publieke instellingen verder ondermijnt. Minister Abiamofo kan niet blijven volstaan met het benoemen van problemen. Een minister van Natuurlijke Hulpbronnen heeft niet alleen de taak om uit te leggen waarom de situatie moeilijk is, maar ook om verantwoordelijkheid te nemen voor het beleid dat de sector structureel moet verbeteren. Het argument dat subsidies voorlopig niet worden afgebouwd, lost het onderliggende probleem niet op. Subsidies kunnen noodzakelijk zijn om maatschappelijke schokken te voorkomen, maar zij mogen geen permanente kruk worden waarop slecht functionerende systemen blijven leunen. Uiteindelijk moet er naar toe gewerkt worden, naar nutsbedrijven die financieel gezond, professioneel bestuurd en transparant zijn. De gesprekken met potentiële investeerders zijn daarom positief, maar investeerders zullen niet alleen naar geld kijken.
Zij zullen ook kijken naar bestuur, transparantie, efficiëntie, politieke invloed en de betrouwbaarheid van de regelgeving. Geen serieuze investeerder wil miljoenen steken in een sector waarin politieke belangen zwaarder kunnen wegen dan bedrijfseconomische logica. De huidige droogte maakt het voor de zoveelste keer, het probleem zichtbaarder. De crisis is dieper, Suriname heeft behoefte aan een fundamentele hervorming van zijn nutssector, niet aan telkens nieuwe noodverbanden. Minister Abiamofo heeft daarmee een duidelijke keuze. Of hij maakt werk van professioneel, transparant en onafhankelijk bestuur van de nutsbedrijven of hij blijft uitleggen waarom de overheid steeds opnieuw moet bijspringen. En als hij niet bereid of niet in staat is om die verantwoordelijkheid als minister daadwerkelijk te dragen, dan is het volwassenste wat hij kan doen niet om nog meer excuses te produceren, maar om plaats te maken voor iemand die de sector wél structureel kan hervormen. Suriname heeft geen behoefte aan bestuurders die de problemen beschrijven. Suriname heeft bestuurders nodig die ze oplossen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com