Al jarenlang steunt een groot deel van het klimaatbeleid op de gedachte dat opwarming de wereldeconomie wel schaadt, maar niet op een manier die het groeiverhaal fundamenteel onderuit haalt. Veel gebruikte economische modellen gingen er grosso modo van uit dat elke blijvende stijging van de mondiale temperatuur met 1 graad Celsius het wereldinkomen slechts met enkele procenten zou drukken, een aanname die diep is ingebakken in berekeningen van de maatschappelijke kosten van koolstof en dus indirect in koolstofprijzen, emissiehandel en internationale klimaatonderhandelingen. Een nieuwe working paper van Adrien Bilal en Diego Känzig zet nu een veel zwaardere schijnwerper op dat uitgangspunt en stelt dat de macro economische schade van opwarming mogelijk vele malen groter is dan de economische orthodoxie jarenlang heeft aangenomen.
Bilal en Känzig vinden dat een blijvende stijging van de mondiale temperatuur met 1 graad Celsius het wereldwijde bbp per hoofd in de lange termijn met meer dan 20 procent kan verlagen, met schattingen die in sommige specificaties richting 30 procent lopen, veel hoger dus dan de klassieke orde van grootte waar beleid en prijsmodellen vaak op leunden. In hun analyse zakt de wereldproductie eerst met enkele procenten na een mondiale temperatuurschok, waarna de schade zich over meerdere jaren verdiept en niet volledig terugveert, wat erop wijst dat productiviteit, investeringen en kapitaalopbouw blijvend worden aangetast.
Het verschil met oudere literatuur zit vooral in een keuze die technisch lijkt, maar de uitkomst volledig kan kantelen. Eerdere studies keken vaak naar lokale temperatuurverschillen binnen landen en naar de economische impact van warmere jaren op arbeid, landbouw of productie, waarna die relaties werden doorgetrokken naar toekomstige opwarming. Bilal en Känzig richten hun blik niet op lokale variatie, maar op schommelingen in de mondiale gemiddelde temperatuur, omdat klimaatverandering volgens hen geen optelsom is van losse warme dagen, maar een systeemschok die extreme hitte, droogte, hevige neerslag en windextremen op bredere schaal beïnvloedt.
Daarmee komt niet alleen de wetenschap onder spanning te staan, maar ook de economische logica achter de prijs die overheden op uitstoot zouden moeten zetten. De studie suggereert dat de maatschappelijke kosten van een extra ton CO2 ruim boven 1.200 Amerikaanse dollar per ton kunnen uitkomen, een niveau dat vele malen hoger ligt dan de prijzen die vandaag in veel beleidskaders worden gehanteerd. In Europa blijft het ETS een van de belangrijkste klimaatankers, maar de Europese Commissie beschrijft dat systeem nog steeds als een markt waar de prijs tot stand komt via schaarste en vraag, zonder dat de actuele prijs ook maar in de buurt komt van zulke astronomische schattingen.
De impact van die gedachtegang reikt ver voorbij klimaatministers en emissietafels. Het IMF benadrukt al langer dat klimaatverandering een directe bedreiging vormt voor groei, welvaart en macro economische stabiliteit, en dat klimaatgerelateerde schokken via productie, prijzen en financiële risico’s steeds sterker doorwerken in de reële economie. Wanneer de nieuwe paper zelfs maar gedeeltelijk gelijk krijgt, dan betekent dat dat veel regeringen, centrale banken, investeerders en ontwikkelingsplanners het langetermijnverlies door opwarming nog altijd te laag inschatten en dus te voorzichtig blijven in hun reactie.
Er past wel een belangrijke kanttekening bij de ophef rond deze nieuwe schatting. Het gaat om een invloedrijke NBER working paper en niet om een definitief wereldwijd gesloten debat, wat betekent dat economen de aannames, de methode en de vertaalslag naar beleid nog stevig zullen bevragen. Daarin schuilt echter de echte betekenis van dit moment, omdat het stuk de comfortabele gedachte doorbreekt dat klimaatverandering economisch wel pijnlijk maar uiteindelijk beheersbaar blijft binnen een vertrouwd groeipad.
Suriname zal deze ontwikkeling serieus moeten nemen, want een land dat tegelijk inzet op natuurlijke rijkdom, economische verbreding, landbouw, infrastructuur en ecologische waarde kan zich niet veroorloven om klimaatverandering als een apart milieuthema naast de economie te behandelen. De nieuwe studielijn suggereert dat opwarming niet alleen een rem op groei is, maar mogelijk een van de grote bepalende krachten achter toekomstige groei of langdurig verlies, en dat maakt klimaatactie geen luxe van rijke landen, maar een harde economische noodzaak voor iedereen die morgen nog ontwikkelingsruimte wil hebben.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com