Dat ministers pas na hun aantreden worden bijgeschoold over de juridische grenzen van hun eigen bevoegdheden, legt een fundamenteel probleem bloot binnen het overheidsbestuur. Een training over staats- en bestuursrecht voor een groep bewindslieden, gehouden op het bureau van Vice-President Gregory Rusland, moet ervoor zorgen dat ministers beter begrijpen binnen welke wettelijke kaders zij besluiten nemen, bevoegdheden uitoefenen en verantwoordelijkheden overdragen. Het initiatief is waardevol, maar roept tegelijkertijd vragen op over de bestuurlijke voorbereiding en deskundigheid van degenen die de hoogste uitvoerende functies van het land bekleden. De training, verzorgd door mr. Anneke Chin A Lin en mede verzorgd door mr. Glenda Heikerk, richtte zich op de juridische basis van het ministeriële handelen. De Grondwet en de verschillende wetten die de bevoegdheden van ministers bepalen vormden het uitgangspunt. Ook werd uitgebreid stilgestaan bij delegatie en machtiging, situaties waarin ministers anderen toestemming geven om namens hen op te treden. Juist deze onderwerpen behoren echter tot de kerncompetenties die een minister vanaf de eerste dag van zijn of haar ambtsperiode zou moeten beheersen. Een minister beschikt over aanzienlijke macht en neemt besluiten die directe gevolgen kunnen hebben voor burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Onvoldoende kennis van juridische procedures en bevoegdheidsgrenzen kan leiden tot onzorgvuldige besluiten, bestuurlijke fouten en aantasting van het vertrouwen in de overheid.
Tijdens de bijeenkomst kwamen ook belangrijke principes van behoorlijk bestuur aan bod. Zo werd gesproken over de plicht van de overheid om zorgvuldig te handelen, de bescherming van burgerrechten en de mogelijkheden voor burgers om bezwaar te maken tegen overheidsbesluiten. Deze onderwerpen raken de basis van een rechtsstaat, de overheid mag handelen, maar niet willekeurig. Volgens Chin A Lin was de training slechts een introductie. Binnen anderhalf tot twee uur konden slechts de belangrijkste aspecten worden behandeld. Daarmee wordt duidelijk dat een korte sessie geen volledige voorbereiding kan bieden voor de complexe juridische verantwoordelijkheid die ministers dragen. Het staatsrecht, bestuursrecht en de regels rond overheidsbesluitvorming zijn omvangrijke terreinen die voortdurende aandacht en verdieping vereisen. De jurist benadrukte dat een dergelijke training idealiter aan het begin van een ministerschap zou plaatsvinden. Die constatering is veelzeggend. Een overheid die serieus werk wil maken van goed bestuur, zou juridische vorming niet moeten zien als een aanvullende activiteit achteraf, maar als een noodzakelijke voorbereiding voordat bewindslieden daadwerkelijk beslissingen nemen. Dat niet alle ministers aanwezig konden zijn vanwege andere verplichtingen, maakt de situatie extra opmerkelijk. Juist voor politieke leiders die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van de staat zou deelname aan een dergelijke training prioriteit moeten hebben.
Juridische kennis is geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van verantwoord bestuur. De interactieve aanpak, waarbij praktijkvoorbeelden werden gebruikt om wetgeving en besluitvorming inzichtelijk te maken, werd volgens Chin A Lin goed ontvangen. De bereidheid van deelnemers om zich te verdiepen in juridische vraagstukken toont aan dat er behoefte bestaat aan meer kennis binnen de overheid. Het vervolgtraject, waarbij wordt bekeken welke onderdelen verdere verdieping nodig hebben, kan daarom een belangrijke stap zijn. Maar structurele verbetering vraagt meer dan incidentele trainingen. Een professionele overheid vereist dat ministers, directeuren en andere hoge functionarissen voortdurend worden geschoold in wetgeving, bestuursprocessen en de beginselen van behoorlijk bestuur. Alleen dan kan worden voorkomen dat besluiten worden genomen zonder voldoende juridische basis of dat burgers onnodig worden geconfronteerd met fouten van de overheid. De training is daarmee zowel een positief initiatief als een signaal van een bredere uitdaging. Een sterke rechtsstaat begint bij bestuurders die hun macht begrijpen, de grenzen ervan kennen en handelen vanuit respect voor de wet. Voor ministers hoort die kennis geen aanvulling te zijn op hun functie, maar een voorwaarde om die functie überhaupt verantwoord te kunnen vervullen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com