De discussie rond de komst van mennonitische landbouwgroepen naar Suriname krijgt steeds meer het karakter van een bestuurlijke mistbank. Terwijl minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) stelt dat zijn ministerie geen afzonderlijke overeenkomst met de mennonieten heeft gesloten, zegt Braganza-directeur Ruud Souverein dat zijn bedrijf juist meerdere overeenkomsten met LVV heeft over landbouwgronden in Tibiti en Kabalebo. Die tegenstrijdigheid is niet zomaar een detail. Zij raakt rechtstreeks aan de geloofwaardigheid, transparantie en controleerbaarheid van een project waarbij tienduizenden hectares Surinaams grondgebied betrokken zijn. Noersalim zegt bij zijn aantreden documenten van de vorige regering te hebben aangetroffen over besluiten rond de mennonieten, maar geen volledig dossier te hebben gevonden waaruit blijkt dat LVV rechtstreeks een afzonderlijke overeenkomst met de religieuze landbouwgemeenschap heeft gesloten. Tegelijkertijd bevestigt hij dat er wel afspraken bestaan tussen LVV en Braganza Marketing Group over het beschikbaar stellen van landbouwgronden voor de productie van soja en maïs.
Daarmee ontstaat een ongemakkelijke situatie. Want als Braganza volgens de minister niet als vertegenwoordiger van de mennonieten heeft opgetreden, terwijl directeur Souverein openlijk spreekt over samenwerking met mennonieten uit Belize en Mexico, dan is het voor de samenleving van cruciaal belang om exact te weten wie waarvoor verantwoordelijk is, welke afspraken zijn gemaakt en onder welke voorwaarden. Souverein stelt dat Braganza overeenkomsten met LVV heeft voor het gebruiksrecht van maar liefst 34.185 hectare in Tibiti en Kabalebo. Dat is geen kleinschalig landbouwexperiment. Het gaat om een gebied van enorme omvang, met potentieel grote gevolgen voor grondgebruik, milieu, lokale gemeenschappen en de toekomst van de Surinaamse landbouw. Volgens de afspraken moet binnen een jaar tien procent van het gebied in cultuur worden gebracht. In januari zouden enkele overeenkomsten namens LVV zijn ondertekend door waarnemend directeur Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en Verwerking Rayen Toekoen, onder supervisie van Noersalim.
Dat maakt de kwestie nog pregnanter, de minister kan niet volstaan met de mededeling dat er geen afzonderlijke overeenkomst met de mennonieten bestaat wanneer zijn ministerie tegelijkertijd betrokken is bij afspraken die volgens de betrokken ondernemer rechtstreeks bedoeld zijn om mennonitische landbouwactiviteiten mogelijk te maken. De overheid heeft hier een fundamentele plicht, volledige openheid. Niet alleen over wie de overeenkomsten heeft getekend, maar ook over de inhoud, looptijd, oppervlakte, verplichtingen, voorwaarden en eventuele voordelen voor Suriname. Bij 34.185 hectare kan geheimzinnigheid niet worden afgedaan als een administratieve kwestie. Noersalim benadrukt terecht dat LVV landbouwgronden onder voorwaarden beschikbaar kan stellen, maar dat de formele gronduitgifte onder het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) valt. Ook stelt hij dat grootschalige landbouw aan strikte regels is gebonden. Milieustudies moeten worden uitgevoerd en goedgekeurd, buitenlandse arbeidskrachten moeten legaal in Suriname verblijven en activiteiten in primair bos zijn verboden. Dat klinkt geruststellend, maar regels op papier zijn slechts zo sterk als de controle op de naleving ervan. De betrokkenheid van de Nationale Milieu Autoriteit, Stichting Bosbeheer en Bostoezicht en het ministerie van Justitie en Politie moet daarom niet slechts als garantie worden genoemd.
De samenleving moet kunnen controleren dat die instanties daadwerkelijk hun werk doen. De komst van buitenlandse landbouwers kan voordelen hebben voor een sector die kampt met vergrijzing en personeelstekorten. Maar economische kansen mogen nooit een vrijbrief worden om de normale bestuurlijke procedures te omzeilen of onduidelijke constructies te accepteren. Juist omdat het om buitenlandse landbouwgroepen, grootschalige grondprojecten en duizenden hectares gaat, moet de overheid boven iedere verdenking van achterkamertjespolitiek staan. De verklaringen van Noersalim en Souverein maken duidelijk dat er op zijn minst sprake is van een ernstig communicatie en transparantieprobleem. Suriname heeft geen behoefte aan landbouwprojecten die pas achteraf worden uitgelegd. Als de afspraken correct zijn, kunnen ze zonder geheimzinnigheid openbaar worden gemaakt. Als alle procedures inderdaad worden gevolgd, moet dat aantoonbaar zijn. Want 34.185 hectare is geen voetnoot in het landbouwbeleid. Het is een stuk van Suriname. En over de bestemming daarvan heeft de samenleving recht op duidelijkheid.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com