Deelname van het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) aan het Busi Kondé Sama Festival in Cayenne heeft opnieuw de historische en culturele verbondenheid tussen de marrongemeenschappen van Suriname en Frans-Guyana onder de aandacht gebracht. Toch roept de deelname van een Surinaamse overheidsdelegatie onder leiding van DAOB-directeur Hermien Pavion ook een bredere kwestie op, in hoeverre worden culturele ontmoetingen daadwerkelijk vertaald naar concrete verbeteringen voor de gemeenschappen in het binnenland? De achtste editie van het festival stond in het teken van de ontmoeting tussen de Busi Kondé Sama-volkeren van Suriname en Frans-Guyana. De gedeelde geschiedenis, culturele identiteit en toekomst van de marrongemeenschappen vormden de kern van het programma. Hoewel dergelijke initiatieven belangrijk zijn voor het behoud van tradities en het versterken van regionale banden, mag het belang ervan niet uitsluitend worden afgemeten aan de zichtbaarheid van cultuur tijdens een festival. Voor de marrongemeenschappen is cultuur immers nauw verbonden met taal, onderwijs, historische kennis, gemeenschapsrechten en de overdracht van tradities aan jongere generaties. Het behoud daarvan vereist meer dan incidentele bijeenkomsten.
Het vraagt om structurele ondersteuning, toegankelijk onderwijs, documentatie van cultureel erfgoed en een overheid die haar verantwoordelijkheid ook buiten ceremoniële gelegenheden zichtbaar maakt. Tijdens het festival gaf Pavion een toelichting op de werkzaamheden van de twee directoraten binnen RO die zich bezighouden met de ontwikkeling van de marrongemeenschappen. Daarbij werd ingegaan op de rol van het ministerie bij de ontwikkeling van het binnenland en de samenwerking met gemeenschappen en culturele organisaties. Die toelichting onderstreept dat het ministerie zichzelf een belangrijke rol toekent in het ontwikkelingsproces. Tegelijkertijd blijft in de verstrekte informatie onduidelijk welke concrete resultaten deze samenwerking tot nu toe heeft opgeleverd, welke projecten gezamenlijk worden uitgevoerd en welke afspraken met partners in Frans-Guyana zijn gemaakt. Juist op dit punt verdient de deelname een kritische beoordeling. Grensoverschrijdende samenwerking heeft pas blijvende waarde wanneer zij verder reikt dan kennisuitwisseling en symbolische verbondenheid. Concrete afspraken over cultuuronderwijs, archivering, jongerenparticipatie en gezamenlijke onderzoeksprojecten zouden de betekenis van dergelijke ontmoetingen aanzienlijk kunnen vergroten. Ook de positie van de lokale gemeenschappen verdient daarbij nadrukkelijke aandacht.
Zij zijn niet slechts dragers van een cultureel erfgoed dat door overheden en organisaties wordt gepresenteerd, maar moeten ook een bepalende stem hebben in de manier waarop hun geschiedenis wordt vastgelegd, beschermd en doorgegeven. Een belangrijk onderdeel van het festival was de uitreiking van de Gaanman Gazon Matodja Award door het Marron Instituut en Stichting Sabanapeti, onder leiding van André Pakosie. De onderscheiding ging naar Lavi Danbwa, Annie Ho You Fat en professor Jean Moomau. Ho You Fat werd erkend voor haar werk als leerkracht en haar bijdrage aan de overdracht van culturele kennis aan jongeren. Moomau ontving de onderscheiding voor zijn verdiensten op het gebied van onderwijs, kennisoverdracht en publicaties, waaronder artikelen over de grenskwestie tussen Suriname en Frans-Guyana. Lavi Danbwa werd gewaardeerd voor haar inzet om de gedeelde cultuur zichtbaar te maken en te behouden. De onderscheidingen benadrukken het belang van personen en organisaties die zich inzetten voor onderwijs, geschiedschrijving en culturele continuïteit. Tegelijkertijd legt deze erkenning een verantwoordelijkheid bij beleidsmakers om dergelijke inspanningen niet afhankelijk te laten blijven van individuele inzet of beperkte organisatorische middelen. Structurele ondersteuning is noodzakelijk om te voorkomen dat waardevolle kennis verloren gaat wanneer ervaren cultuurdragers wegvallen. André Pakosie verzorgde tijdens het festival een presentatie over de historische achtergrond van verschillende traditionele dansvormen, waaronder de Fosten Peé van zes lo’s, de Songe, de Asekiti en de Bandja.
Ook besprak hij de traditionele klederdracht van de marrongemeenschappen. Met beeld en videomateriaal werd de kennis toegankelijk gemaakt voor het publiek. Deze onderdelen tonen dat cultuurbehoud niet alleen draait om het opvoeren van traditionele dansen of het dragen van klederdracht. Het gaat eveneens om het vastleggen van de betekenis, oorsprong en ontwikkeling van tradities. Zonder systematische documentatie en overdracht bestaat het risico dat kennis versnipperd raakt of uitsluitend binnen beperkte kring beschikbaar blijft. Het festival, dat in 2017 door Lavi Danbwa in Cayenne werd opgericht, is inmiddels uitgegroeid tot een platform voor culturele bewustwording en diversiteit binnen het Guyanaschild. Die ontwikkeling biedt kansen voor intensievere samenwerking tussen Suriname en Frans-Guyana. De werkelijke waarde van het Busi Kondé Sama Festival zal uiteindelijk echter niet alleen blijken uit de culturele presentaties, lezingen en onderscheidingen. Doorslaggevend is of de betrokken overheden en organisaties de opgebouwde contacten omzetten in duurzame programma’s en meetbare resultaten. Voor RO ligt daar een duidelijke opdracht. Het ministerie kan de verbondenheid tussen de marrongemeenschappen onderstrepen, maar moet die ambitie ook vertalen naar een herkenbaar beleid voor cultuurbehoud en ontwikkeling van het binnenland. Pas wanneer culturele erkenning samengaat met structurele ondersteuning en concrete samenwerking, krijgt de boodschap van het festival betekenis die verder reikt dan de festivallocatie in Cayenne.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com