De Nationale Assemblée (DNA) heeft met 30 stemmen vóór de ontwerpwet goedgekeurd die de toetreding van Suriname tot vier Haagse kinderbeschermingsverdragen mogelijk maakt. De unanieme stemming markeert een belangrijke parlementaire stap, maar mag niet worden verward met een garantie dat kinderen voortaan daadwerkelijk beter beschermd zullen zijn. De werkelijke waarde van deze verdragen zal afhangen van de uitvoering, de beschikbare capaciteit en de bereidheid van de overheid om juridische afspraken om te zetten in concrete bescherming. De vier verdragen richten zich op interlandelijke adoptie, de internationale inning van kinderalimentatie en andere vormen van gezinsonderhoud, internationale kinderontvoering en internationale samenwerking bij grensoverschrijdende familie en kinderbeschermingskwesties. Daarmee raakt de wetgeving aan situaties waarin kinderen en ouders betrokken zijn bij juridische conflicten die zich niet beperken tot één land. Kinderbescherming houdt niet op bij de landsgrenzen. Wanneer een kind naar het buitenland wordt meegenomen, een ouder in een ander land verblijft of alimentatie over de grens moet worden geïnd, kunnen juridische procedures ingewikkeld en langdurig worden.
Zonder goede internationale afspraken dreigen kinderen de dupe te worden van conflicten tussen ouders, uiteenlopende rechtsstelsels en trage administratieve procedures. De toetreding tot de verdragen kan Suriname instrumenten bieden om dergelijke problemen beter aan te pakken. Ook kan internationale samenwerking bijdragen aan meer rechtszekerheid bij adoptieprocedures en aan een betere bescherming van kinderen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende familiegeschillen. Toch ligt hier ook een belangrijk aandachtspunt. Internationale verdragen functioneren niet vanzelf. Zij vereisen nationale wetgeving die aansluit op de gemaakte afspraken, bevoegde instanties die hun verantwoordelijkheden kennen en ambtenaren en juridische professionals die over de juiste kennis en middelen beschikken. Wanneer die voorwaarden ontbreken, bestaat het risico dat de bescherming vooral op papier wordt versterkt. Tijdens de behandeling benadrukte commissielid Hakiem Lalmahomed dat kinderbescherming een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat de verdragen na goedkeuring daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd. Die nadruk op uitvoering is essentieel.
De unanieme stemming laat zien dat er binnen het parlement steun bestaat voor versterking van de internationale kinderbescherming, maar politieke overeenstemming is slechts het begin van een veel omvangrijker proces. De overheid zal duidelijk moeten vastleggen welke instanties verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de verdragen, hoe samenwerking met buitenlandse autoriteiten wordt georganiseerd en hoe ouders en kinderen toegang krijgen tot de noodzakelijke juridische procedures. Ook moeten mogelijke knelpunten, zoals personeelstekorten, beperkte financiële middelen en vertragingen in de rechtsgang, serieus worden aangepakt. Zonder duidelijke verantwoordelijkheden en controle op de voortgang kan zelfs goedbedoelde wetgeving haar doel voorbijschieten. Juist bij kinderbescherming kunnen vertragingen verstrekkende gevolgen hebben voor de veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling van een kind. Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath sprak zijn erkentelijkheid uit aan De Nationale Assemblée voor de behandeling en goedkeuring van de ontwerpwet. Hij benadrukte het belang van de stap voor de rechtspositie en bescherming van kinderen, ook wanneer zij zich buiten Suriname bevinden. Die erkenning onderstreept het belang dat de regering aan de verdragen hecht.
Tegelijkertijd mag het politieke succes van de goedkeuring niet de aandacht afleiden van de praktische verplichtingen die eruit voortvloeien. De samenleving heeft uiteindelijk weinig aan internationale toezeggingen wanneer gezinnen bij grensoverschrijdende conflicten alsnog vastlopen in bureaucratie of wanneer juridische beslissingen niet effectief kunnen worden uitgevoerd. Met de parlementaire goedkeuring heeft Suriname een belangrijke stap gezet richting toetreding tot de vier Haagse verdragen. De volgende fase moet uitwijzen of het land in staat is de afspraken effectief toe te passen. Daarbij zijn transparantie, voldoende middelen, deskundige uitvoering en periodieke evaluatie onmisbaar. De bescherming van kinderen vraagt meer dan politieke verklaringen en internationale erkenning. Zij vereist een overheid die verantwoordelijkheid neemt, instellingen die functioneren en procedures die het belang van het kind daadwerkelijk centraal stellen. De stemming in DNA is daarom niet het eindpunt, maar het begin van een toetsbare verantwoordelijkheid. Pas wanneer de verdragen in concrete gevallen leiden tot snellere rechtsbescherming, betere samenwerking en effectieve handhaving van kinderrechten, kan Suriname spreken van een wezenlijke vooruitgang.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com