Suriname wil een nieuwe internationale alliantie van landen met grote natuurlijke rijkdommen omvormen van een diplomatiek initiatief tot een concreet instrument voor financiering, kennis en economische ontwikkeling. President Jennifer Simons legde tijdens het G-Zero Forum in New York een ambitieus vijfpuntenplan op tafel. De inzet is duidelijk, landen die ecosystemen en natuurlijke koolstofvoorraden voor de wereld beschermen, moeten daar niet alleen politieke waardering, maar ook tastbare financiële en economische voordelen voor terugkrijgen. De G-Zero-alliantie, bestaande uit Suriname, Bhutan, Madagaskar en Panama, bevindt zich daarmee op een cruciaal kruispunt. Het risico is immers groot dat opnieuw een internationaal platform ontstaat met fraaie verklaringen, overlegstructuren en werkgroepen, maar zonder het geld en de projecten die uiteindelijk het verschil moeten maken. Simons lijkt die valkuil te onderkennen. Zij wil dat de alliantie niet blijft steken in het benoemen van problemen, maar daadwerkelijk een gezamenlijke investeringspijplijn ontwikkelt. Klimaatfondsen, ontwikkelingsbanken, filantropische instellingen en private investeerders moeten daarbij worden betrokken.
De kern van het Surinaamse voorstel raakt aan een fundamenteel probleem, landen met omvangrijke ecosystemen leveren een mondiale dienst, maar ontvangen daar lang niet altijd een evenredige economische vergoeding voor. Bossen, wetlands en andere ecosystemen slaan koolstof op, beschermen biodiversiteit en leveren diensten waarvan de gevolgen ver buiten de landsgrenzen reiken. Voor Suriname betekent dat een ongemakkelijke werkelijkheid. Het land bezit een natuurlijke rijkdom van mondiale betekenis, maar moet tegelijkertijd zelf de kosten dragen van bescherming, beheer, toezicht en ontwikkeling. De G-Zero moet volgens haar een instrument worden waarmee de economische waarde van natuurlijk kapitaal beter wordt gemeten en zichtbaar gemaakt. Daarvoor zijn betere systemen nodig voor monitoring, rapportage en verificatie, maar ook Natural Capital Accounting en systemen waarmee de vier landen informatie en methodologieën kunnen uitwisselen. Het klinkt technisch, maar achter die technische termen schuilt een politieke en economische inzet, als de wereld profiteert van natuur die Suriname beschermt, moet die waarde uiteindelijk ook financieel zichtbaar worden.
Allereerst moeten de vier landen gezamenlijk vaststellen waar de grootste technische, financiële en institutionele behoeften liggen. Dat moet worden vastgelegd in een zogenoemd G-Zero Needs and Support Framework. Daarna moet klimaat en natuurfinanciering centraal komen te staan. Niet alleen projecten bedenken, maar een gezamenlijke pijplijn opbouwen van projecten die daadwerkelijk financierbaar en uitvoerbaar zijn. De derde stap draait om bewijs. De landen moeten beter kunnen aantonen welke waarde hun ecosystemen vertegenwoordigen en welke bijdrage zij leveren aan mondiale klimaat en natuuropgaven. De vierde stap is samenwerking tussen deskundigen. Expertise mag volgens Simons niet versnipperd blijven over afzonderlijke landen. Methodes, data en kennis moeten gezamenlijk worden ontwikkeld. De vijfde stap raakt misschien wel het gevoeligste punt, wie profiteert uiteindelijk van de miljarden die moeten worden gemobiliseerd? Simons koppelt toekomstige investeringen nadrukkelijk aan ecologische en sociale waarborgen. Inheemse volken, lokale gemeenschappen, vrouwen en jongeren moeten volgens haar daadwerkelijk kunnen delen in de voordelen. Daarmee wordt de G-Zero meer dan een klimaatverhaal. Het wordt ook een verhaal over eigendom, zeggenschap en verdeling van opbrengsten.
Opvallend is dat Simons tegelijkertijd waarschuwt voor een ander gevaar, dat de alliantie zelf onderdeel wordt van het probleem. Een nieuwe internationale structuur mag volgens haar geen extra laag bureaucratie worden bovenop bestaande nationale instellingen. De toekomstige bestuursstructuur moet juist bestaande systemen versterken en met elkaar verbinden. Internationale klimaat en natuursamenwerking kent inmiddels een lange geschiedenis van conferenties, verklaringen, fondsen en mechanismen. De echte uitdaging ligt meestal niet in het formuleren van nieuwe ambities, maar in de uitvoering. Daarom heeft Simons een duidelijke deadline naar voren geschoven, tegen COP31 moet de G-Zero concrete vooruitgang kunnen laten zien. Niet alleen een gezamenlijke verklaring, maar overeengekomen prioriteiten, aanspreekpunten, een werkend technisch mechanisme, financieringspartners, investeringsklare projecten en een routekaart voor uitvoering. Het land probeert zich internationaal nadrukkelijk te positioneren als een staat die niet alleen natuurlijke rijkdom bezit, maar die rijkdom ook duurzaam wil beheren en economisch wil verzilveren zonder het ecosysteem uit te putten.
Want zolang natuurlijk kapitaal vooral wordt gezien als iets dat moet worden beschermd, blijft de vraag hoe landen als Suriname hun bevolking voldoende economische perspectieven kunnen bieden. Maar zodra natuur uitsluitend als financieel bezit wordt behandeld, dreigt het tegenovergestelde gevaar, dat bescherming verandert in een nieuwe vorm van exploitatie. Simons presenteerde de alliantie daarom niet als een club van landen met toevallig veel natuur, maar als een samenwerkingsverband dat mondiale milieudiensten wil vertalen naar nationale ontwikkeling. De oproep vanuit New York is daarmee scherper dan een gewone klimaatverklaring, natuurlijke rijkdom mag niet langer alleen worden gezien als een verplichting van landen die haar bezitten. Het moet ook worden erkend als economisch kapitaal waarvoor de wereld bereid is te betalen. Of de G-Zero daarin slaagt, zal uiteindelijk niet worden bepaald door toespraken of intentieverklaringen. Het bewijs zal moeten komen in de vorm van geld, projecten, meetbare resultaten en zichtbare voordelen voor de bevolking. Voor Suriname begint daarmee een veel grotere uitdaging dan het oprichten van een alliantie. Het land moet aantonen dat het zijn unieke natuurlijke positie kan omzetten in duurzame welvaart, zonder de natuur die die positie mogelijk maakt alsnog op te offeren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com