Tegen de achtergrond van aanhoudend bendegeweld, ontwrichte publieke diensten en een broze politieke overgang heeft Haïti besloten de samenwerking met de Verenigde Naties te verlengen tot en met 31 december 2028. De verlenging moet voorkomen dat internationale steun uiteenvalt in losse projecten, terwijl de Haïtiaanse staat juist probeert opnieuw greep te krijgen op veiligheid, bestuur en de dagelijkse noden van miljoenen burgers.
De beslissing werd eind juli genomen tijdens een bijeenkomst van het gezamenlijke sturingscomité in Port au Prince. Minister van Planning en Buitenlandse Samenwerking Sandra Paulémon leidde het overleg samen met VN coördinator Nicole Boni Kouassi. Ministers, maatschappelijke organisaties, diplomaten, internationale partners en VN organisaties bespraken de resultaten van 2025 en keurden een aangepast programmatisch kader goed dat beter moet aansluiten op de huidige sociale en politieke werkelijkheid.
Het oorspronkelijke ontwikkelingskader liep van 2023 tot en met 2027, maar de partijen hebben gekozen voor een extra jaar om de ondersteuning tot eind 2028 voort te zetten. Daarmee wordt niet alleen een administratieve termijn verschoven, maar ontstaat ook ruimte om programma’s rond veiligheid, voedselzekerheid, zorg, onderwijs, infrastructuur en institutioneel herstel beter op elkaar af te stemmen.
De kern van het probleem blijft echter de veiligheid. Grote delen van het land worden geteisterd door gewapende groepen die wijken, verkeersroutes en economische activiteiten onder druk zetten. Zonder herstel van openbare orde blijven hulpverleners kwetsbaar, functioneren scholen en gezondheidszorg beperkt en wordt iedere ontwikkelingsinvestering blootgesteld aan dezelfde instabiliteit die Haïti al jaren verlamt.
De regering wil daarom inzetten op ontwapening, demobilisatie, re integratie en rehabilitatie, naast een nationaal programma voor stabilisatie en economisch, sociaal en territoriaal herstel. Bescherming van mensenrechten, bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes, versterking van essentiële sociale voorzieningen en ondersteuning van de democratische overgang maken eveneens deel uit van de nieuwe koers.
Achter die brede agenda ligt een harde realiteit. Armoede, honger, ontheemding en het gebrek aan toegankelijke basisvoorzieningen kunnen niet duurzaam worden aangepakt wanneer instellingen onvoldoende functioneren en burgers geen vertrouwen hebben in bescherming door de staat. Vrede, rechtvaardigheid en sterke instituties zijn daardoor geen afzonderlijke ontwikkelingsdoelen, maar de voorwaarde waaronder de rest van de agenda überhaupt kans van slagen krijgt.
De aanwezigheid van vijf vrouwen in belangrijke ministeriële functies werd tijdens het overleg aangehaald als een teken van vooruitgang op het gebied van vertegenwoordiging. De werkelijke toets ligt echter in de vraag of vrouwen, jongeren en gemeenschappen buiten de bestuurlijke kring ook veiliger worden, toegang krijgen tot kansen en invloed kunnen uitoefenen op de besluiten die hun leven bepalen.
Voor Suriname onderstreept de Haïtiaanse ervaring dat internationale samenwerking alleen betekenis krijgt wanneer nationale prioriteiten, degelijk bestuur en uitvoering op lokaal niveau elkaar versterken. Een ontwikkelingskader kan richting geven, maar het vervangt geen veilige samenleving, betrouwbare instellingen en een overheid die zichtbaar verantwoordelijkheid neemt zodra burgers bescherming en dienstverlening nodig hebben.
De verlenging tot 2028 geeft Haïti tijd, maar geen garantie. De komende jaren zullen uitwijzen of de samenwerking leidt tot meetbare verbetering in de straten, scholen, ziekenhuizen en gemeenschappen van het land, of dat opnieuw een zorgvuldig opgesteld kader overeind blijft zonder de kracht om de crisis werkelijk terug te dringen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com